De regering moet onafhankelijk uitzoeken wat het Omnibusvoorstel (een plan voor de beoordeling van stoffen) kost en hoeveel extra personeel er nodig is. Het is nu onduidelijk of dit plan de werkdruk en vertragingen bij de beoordeling van stoffen echt oplost. De regering moet ook laten zien hoe dit betaald wordt.
Motie van de leden Kostić en Bromet over laten uitzoeken wat ongeveer de extra capaciteitsvraag en kosten voor Nederland zijn die voortvloeien uit het voorstel
De kamer,
constaterende dat het kabinet in het BNC-fiche over de Omnibus al stelt
dat niet duidelijk is of het voorstel de vertraging en werkdruk in de
(her)beoordeling van stoffen zal oplossen en ook niet welke kosten ermee
gemoeid zijn;
overwegende dat het voor verantwoorde besluitvorming nodig is dat de
Kamer een realistische indicatie krijgt van de kosten voor de belastingbetaler;
verzoekt de regering om voordat de Kamer definitief besluit over de
uiteindelijke versie van het Omnibusvoorstel onafhankelijk te laten
uitzoeken wat ongeveer de extra capaciteitsvraag en kosten die voortvloeien uit het voorstel zullen zijn voor Nederland en de belastingbetaler,
aan te geven hoe dat betaald wordt, en de Kamer hierover ruim voor de
besluitvorming te informeren.
Argumenten voor: De partij stelt dat zaken zeker niet op kosten van de belastingbetaler mogen gebeuren zonder goede afspraken [1]. Daarnaast hecht de partij waarde aan het hebben van wetenschappelijk inzicht om te kunnen bepalen welke oplossingen noodzakelijk zijn voordat er besluiten worden genomen [3]. Gezien de sterke wens van de partij om schadelijke chemicaliën en landbouwgif aan te pakken [4][2], is het in hun belang dat het proces van beoordeling van deze stoffen effectief is en dat de kosten hiervan inzichtelijk zijn.
Argumenten tegen: De partij wil zo snel mogelijk een landelijk totaalverbod op PFAS en schadelijke vervangende chemicaliën [4]. Een onafhankelijk onderzoek naar de capaciteitsvraag en kosten kan worden gezien als een vertragende factor in de snelle aanpak van deze schadelijke stoffen.
Bronnen:
"Daar kunnen geen afspraken mee worden gemaakt, en zeker niet op kosten van de belastingbetaler."
"De dieren betalen daarvoor de hoogste prijs. Maar ook boeren en burgers zijn opgezadeld met een onverantwoord hoge rekening. In een land dat jaarlijks meer dan 500 miljoen dieren fokt en doodt, is het risico op het ontstaan van zoönosen - zoals Q-koorts en vogelgriep - levensgroot. Natuur en klimaat, de bodem, ons drinkwater, het oppervlaktewater en onze gezondheid zuchten onder de last van grote hoeveelheden mest en landbouwgif."
"Om te kunnen toetsen of de klimaatplannen passen bij het 1,5 graad doel en wat er nodig is om Nederland klimaatbestendig te maken, maakt het Rijk extra geld vrij voor de klimaatwetenschap, inclusief het KNMI, om klimaatmodellen vaker te kunnen actualiseren. Zonder dit inzicht weten we niet hoeveel harder klimaatverandering gaat, hoe sneller we welke weersextremen en zeespiegelstijging kunnen verwachten en dus welke snelheid en extra aanpassingen en oplossingen nú noodzakelijk zijn."
"Vooruitlopend op een Europees verbod komt er zo snel mogelijk een landelijk totaalverbod op de toepassing en het gebruik van PFAS en schadelijke PFAS vervangende chemicaliën. Bedrijven, zoals Chemours, mogen geen PFAS of schadelijke PFAS vervangende chemicaliën uitstoten in de lucht of lozen in het oppervlaktewater, riool of bodem. Er komt een import- en exportverbod van nietessentiële PFAS-houdende of schadelijke PFAS vervangende producten (zoals in cosmetica en in landbouwgif) en drinkwaterbedrijven en voedingsmiddelenbedrijven moeten gaan voldoen aan de PFAS adviesnormen van de European Food Safety Authority (EFSA)."