De regering moet een concreet actieplan maken voor kwetsbare teelten. Veel bestrijdingsmiddelen verdwijnen en goede alternatieven zijn er vaak niet. Zo wordt voorkomen dat bepaalde gewassen volledig uit Nederland verdwijnen.
Motie van het lid Van der Plas over bij de eerstvolgende actualisatie van de verwachte teeltknelpunten een concreet actieplan per kwetsbare teelt aan de Kamer sturen
De kamer,
constaterende dat de motie-Flach/Vedder (27 858, nr. 690) de regering
verzoekt de Kamer jaarlijks te informeren over verwachte teeltknelpunten
in de vijf volgende jaren en zo nodig werkgroepen in te stellen voor
kwetsbare teelten;»
constaterende dat steeds meer werkzame stoffen en middelen onder druk
staan, terwijl alternatieven niet altijd tijdig beschikbaar of effectief zijn;
overwegende dat een knelpuntenoverzicht alleen niet voldoende is als
telers in de praktijk zonder werkbare middelen komen te zitten;
verzoekt de regering om bij de eerstvolgende actualisatie van de
verwachte teeltknelpunten tevens een concreet actieplan per kwetsbare
teelt aan de Kamer te sturen, waarin ten minste wordt aangegeven welke
middelen wegvallen of onder druk staan, welke alternatieven beschikbaar
zijn, welke vrijstellingen of toelatingsroutes mogelijk zijn, welke
werkgroepen worden ingesteld en welke maatregelen worden genomen
om te voorkomen dat teelten uit Nederland verdwijnen.
Argumenten voor: De partij wil dat boeren op een goede manier hun werk kunnen doen [5] en streeft naar voedselsoevereiniteit, waarbij de voedselvoorziening gericht is op Nederland en de buurlanden [1]. Het voorkomen dat teelten uit Nederland verdwijnen, zou kunnen bijdragen aan deze doelstelling om minder afhankelijk te zijn van import [1].
Argumenten tegen: De partij pleit expliciet voor 'minder gif' in de landbouw [3] en wil een omschakeling naar duurzame en biologische landbouw [4]. Daarnaast wil de partij de belangen van multinationals loskoppelen van kennisinstellingen en een lobbyregister invoeren voor de agrochemie [2]. Het verzoeken om actieplannen voor het behouden van middelen, inclusief het zoeken naar vrijstellingen of nieuwe toelatingsroutes voor werkzame stoffen, staat haaks op de wens om het gebruik van gif te verminderen [3] en de macht van de agrochemische industrie te beperken [2].
Bronnen:
"Van wereldmarkt naar voedselsoevereiniteit. Onze voedselvoorziening richten we op Nederland en buurlanden, met sterke regionale ketens die mens, dier en natuur respecteren. In plaats van massale export en import bouwen we aan een landbouwsysteem dat in balans is met de omgeving en gebaseerd is op kringlopen. We roepen een halt toe aan oneerlijke handelsverdragen die boeren hier én elders onder druk zetten. Aan geïmporteerd voedsel stellen we voortaan dezelfde eisen als aan onze eigen producten, zodat eerlijk en duurzaam produceren loont. We stoppen met de grootschalige import van veevoer, kunstmest en biobrandstof. Zo voorkomen we tropische ontbossing en versterken we juist wereldwijd de lokale voedselproductie."
"Eerlijke wetenschap, onafhankelijk van bedrijven. De belangen van multinationals worden losgekoppeld van de Wageningen Universiteit. Er komt een bindend lobbyregister voor de agrochemie, veevoer en retail. De Wageningen Universiteit en andere landbouw kennisinstellingen hanteren strikte onafhankelijkheidscodes. Geldstromen tussen bedrijfsleven, kennisinstellingen en beleidsinstituten moeten openbaar zijn. Veredeling van zaden op basis van cultuurhistorische waarden krijgt meer steun. Internationale samenwerking focust op versterking van lokale landbouwsystemen in het Mondiale Zuiden."
"Grondgebonden landbouw met oog voor klimaat en bodem. We schakelen om naar landbouw die werkt mét de natuur. Minder kunstmest, minder gif, minder dieren per hectare. Het bodemleven wordt versterkt door wisselteelt, groenbemesting en het benutten van organische stof. We stimuleren de teelt van eiwitrijke gewassen voor menselijke consumptie. Het veevoer komt van eigen bodem, niet uit het regenwoud."
"Landbouwsubsidies voor boeren, niet voor banken. Geld dat bedoeld is voor verduurzaming, hoort bij de boer en niet bij de bank. Banken die boeren in de schulden hebben gestoken, dragen hun eerlijke deel bij. Landbouwsubsidies worden volledig ingezet voor omschakeling naar duurzame en biologische landbouw. Omschakelaars krijgen de eerste jaren financiële steun."
"Een eerlijke landbouw werkt samen met de natuur en zorgt voor gezond voedsel, een leefbaar platteland en een goed inkomen voor boeren. Te lang hebben de grote agroindustrie, supermarkten en banken de boeren aan alle kanten uitgeknepen. Dit terwijl boeren ontzettend belangrijk zijn voor ons land. We kiezen voor kleinere, duurzame bedrijven in plaats van grootschalige export en bioindustrie. We kiezen voor boeren die een eerlijke prijs voor hun voedsel krijgen en op een goede manier hun werk kunnen doen in plaats van de winstmarges van aandeelhouders. Zo bouwen we aan een landbouw die toekomst heeft - voor boer, dier en natuur."