De regering moet zorgen dat kwetsbare kinderen met een leer- of gedragsachterstand altijd voorrang krijgen in het praktijkonderwijs. Dit gaat voor de instroom van nieuwkomers. Het praktijkonderwijs is bedoeld voor deze kwetsbare groep, maar er zijn te weinig plekken. Deze kinderen mogen niet worden verdrongen.
Motie van het lid Raijer over kwetsbare kinderen met een leer- of gedragsachterstand voorrang geven op nieuwkomers bij plaatsing in het praktijkonderwijs
De kamer,
constaterende dat het wetsvoorstel het mogelijk maakt dat nieuwkomers
sneller instromen in het praktijkonderwijs;
overwegende dat het praktijkonderwijs bedoeld is voor kwetsbare
leerlingen met een leer- of gedragsachterstand en dat de capaciteit onder
druk staat;
overwegende dat moet worden voorkomen dat deze groep wordt
verdrongen;
verzoekt de regering te waarborgen dat kwetsbare kinderen met een leerof gedragsachterstand altijd voorrang krijgen boven nieuwkomers bij
plaatsing in het praktijkonderwijs.
Argumenten voor: De partij stelt dat ieder kind, ongeacht leerproblemen, recht heeft op goed onderwijs en ondersteuning die aansluit bij zijn of haar mogelijkheden [1]. Daarnaast vindt de partij dat de overheid moet zorgen voor voldoende speciaal onderwijs in elke regio [1]. Om gelijke kansen te creëren, wil de partij extra middelen vrijmaken voor scholen met veel uitdagingen en achterstanden [4]. Bovendien erkent de partij dat een te grote instroom van buitenlandse studenten een te hoge druk kan leggen op beschikbare voorzieningen [3].
Argumenten tegen: De partij vindt dat ieder kind, ongeacht achtergrond, recht heeft op goed onderwijs [1]. Ook geeft de partij aan dat zij wil blijven investeren in nieuwkomersonderwijs [2].
Bronnen:
"Ieder kind, ongeacht thuissituatie, achtergrond of leerproblemen, heeft recht op goed onderwijs dat bijdraagt aan een brede ontwikkeling, met ondersteuning die aansluit bij zijn of haar mogelijkheden. De behoefte van het kind staat centraal. We blijven stappen zetten richting inclusiever onderwijs, waarbij alle kinderen zoveel mogelijk naar dezelfde school gaan. Voorwaarde is dat de scholen dit kunnen doen zonder bureaucratie en geschuif met budgetten. Er wordt gekeken naar wat een kind nodig heeft om tot leren te komen en niet naar labels en indicaties. Dit vraagt nauwe samenwerking tussen onderwijs, ouders, jeugdhulpverlening en zorg, met bijbehorende gecombineerde financieringsstromen. Schoolgebouwen dienen beter te worden ingericht op inclusief onderwijs. De overheid zorgt voor voldoende speciaal onderwijs (primair en voortgezet) in elke regio, inclusief volwaardig voortgezet speciaal onderwijs op havo- en vwo-niveau. In het primair onderwijs komt een landsdekkend passend onderwijsaanbod voor (hoog)begaafden met een extra ondersteuningsbehoefte om schooluitval in deze groep terug te dringen. Er wordt aandacht besteed aan soepele terugkeer en doorstroming naar regulier onderwijs, waarbij het leerrecht van kinderen even centraal staat als de leerplicht. Door in te zetten op later selecteren zal de overgang van PO naar VO soepeler verlopen en worden de kansen voor ieder kind eerlijker. Daarvoor kan nu al ingezet worden op brede en verlengde brugklassen."
"Nederlandse kinderen kunnen steeds slechter rekenen en schrijven. Deze trend is zorgelijk en moet gekeerd. Basisvaardigheden dienen gedurende de hele schoolcarrière onderhouden te worden. De overheid respecteert dat de uitvoering in handen is van scholen en stelt alleen randvoorwaarden. Scholen waarvan kinderen goed presteren delen hun lessen met andere scholen. We blijven investeren in voor- en vroegschoolse educatie en nieuwkomersonderwijs."
"Het opleiden van Nederlandse studenten vormt de kerntaak van Nederlandse universiteiten; we zetten daarom in op vermindering van het aantal studiemigranten. Nederland verwelkomt talent uit het buitenland, maar is geen (bekostigde) opleidingsplaats voor iedere student die zich meldt. Dit legt in sommige steden een te grote druk op beschikbare voorzieningen. Het aanbieden van Nederlandstalig bacheloronderwijs is het uitgangspunt. Om (top)sectoren van internationaal talent te kunnen voorzien, maken we in lijn met de inzet van Universiteiten van Nederland (UNL) een landelijke afweging welke studies en bijpassende studiemigratie daarvoor verantwoord en nodig zijn. Hierover maken we in internationaal verband nieuwe afspraken. We passen het financieringsmodel aan om te voorkomen dat internationale studenten nodig zijn voor het voortbestaan van studies of instellingen. Zie ook het punt 'Studiemigratie' in paragraaf 10.3."
"Voor het creëren van gelijke kansen is het belangrijk om gericht te investeren. Via de bekostiging en het onderwijsachterstandenbeleid blijven we extra middelen vrijmaken voor scholen waar veel uitdagingen en achterstanden zijn. De ouderbijdrage blijft vrijwillig en de inspectie ziet erop toe dat scholen dit respecteren, niet discrimineren, en dat het vrijwillig karakter voor iedereen duidelijk is. Komen scholen tekort, dan kunnen ze worden gecompenseerd zodat er geen onacceptabele verschillen tussen scholen ontstaan. Het is onwenselijk als er een omvangrijk buitenschools circuit van bijlesorganisaties ontstaat ('schaduwonderwijs'), mede als symptoom van een prestatiecultuur. Als een leerling bijles of extra ondersteuning nodig"