Het kabinet moet in Europa bepleiten dat asielzoekers makkelijker teruggestuurd kunnen worden naar andere EU-landen. Nu blokkeert artikel 3 van het EVRM (verbod op marteling) te vaak de terugkeer. Hierdoor houden landen zich niet aan de Dublin-regels over wie verantwoordelijk is voor een asielaanvraag. Er moet een minimumniveau van ernst zijn voordat terugkeer wordt gestopt.
Motie van het lid Boomsma over bepleiten dat bij beoordeling van schendingen van artikel 3 nadrukkelijk sprake moet zijn van een minimumniveau aan ernst
De kamer,
constaterende dat artikel 3 van het EVRM is opgesteld als verbod om
mensen te onderwerpen aan marteling of vernederende behandeling,
maar via verschillende uitspraken nu ook terugkeer van asielzoekers naar
andere EU-landen blokkeert;
overwegende dat dit de werking van het EU-recht doorkruist en lidstaten
in staat stelt om hun Dublinverplichtingen te ontlopen, terwijl die cruciaal
zijn voor het nieuwe Migratiepact;
constaterende dat indirecte verantwoordelijkheid voor potentiële
schending in andere lidstaten het beginsel van wederzijds vertrouwen
doorbreekt;
verzoekt het kabinet bij de onderhandelingen in Europa te bepleiten:
– dat bij beoordeling van schendingen van artikel 3, mede gezien het
absolute karakter ervan, nadrukkelijk sprake moet zijn van een
minimumniveau aan ernst, waarbij dat minimum meer aansluit bij de
oorspronkelijke intentie;
– dat bij het Dublinafspraken tussen EU-lidstaten en overwegingen ten
aanzien van een indirecte verantwoordelijkheid in het kader van artikel
3 EVRM in principe uit moet worden gegaan van het beginsel van
wederzijds vertrouwen.
Argumenten voor: De partij wil dat mensen die geen recht op asiel hebben, worden teruggestuurd [2]. Daarnaast is de partij bereid om met een coalitie van gelijkgestemde Europese landen het Vluchtelingenverdrag aan te passen [1]. De motie, die streeft naar een effectievere terugkeer van asielzoekers naar andere EU-lidstaten door de toepassing van artikel 3 EVRM te beperken, sluit aan bij deze doelstellingen.
Argumenten tegen: De partij stelt dat mensen die worden teruggestuurd, dit met respect voor hun waardigheid moet gebeuren [2]. Het bepleiten van een hoger minimumniveau aan ernst voor schendingen van het verbod op vernederende behandeling (artikel 3 EVRM) zou kunnen worden gezien als een inbreuk op dit respect voor de waardigheid.
Bronnen:
"Met een coalitie van gelijkgestemde Europese landen wordt het Vluchtelingenverdrag aangepast."
"Mensen die geen recht op asiel hebben, worden teruggestuurd, met respect voor hun waardigheid."