Terugkeer asielzoekers naar andere EU-landen

Het kabinet moet in Europa bepleiten dat asielzoekers makkelijker teruggestuurd kunnen worden naar andere EU-landen. Nu blokkeert artikel 3 van het EVRM (verbod op marteling) te vaak de terugkeer. Hierdoor houden landen zich niet aan de Dublin-regels over wie verantwoordelijk is voor een asielaanvraag. Er moet een minimumniveau van ernst zijn voordat terugkeer wordt gestopt.

Motie van het lid Boomsma over bepleiten dat bij beoordeling van schendingen van artikel 3 nadrukkelijk sprake moet zijn van een minimumniveau aan ernst

De kamer, constaterende dat artikel 3 van het EVRM is opgesteld als verbod om mensen te onderwerpen aan marteling of vernederende behandeling, maar via verschillende uitspraken nu ook terugkeer van asielzoekers naar andere EU-landen blokkeert; overwegende dat dit de werking van het EU-recht doorkruist en lidstaten in staat stelt om hun Dublinverplichtingen te ontlopen, terwijl die cruciaal zijn voor het nieuwe Migratiepact; constaterende dat indirecte verantwoordelijkheid voor potentiële schending in andere lidstaten het beginsel van wederzijds vertrouwen doorbreekt; verzoekt het kabinet bij de onderhandelingen in Europa te bepleiten: – dat bij beoordeling van schendingen van artikel 3, mede gezien het absolute karakter ervan, nadrukkelijk sprake moet zijn van een minimumniveau aan ernst, waarbij dat minimum meer aansluit bij de oorspronkelijke intentie; – dat bij het Dublinafspraken tussen EU-lidstaten en overwegingen ten aanzien van een indirecte verantwoordelijkheid in het kader van artikel 3 EVRM in principe uit moet worden gegaan van het beginsel van wederzijds vertrouwen.
13 mei | JA21 | Aangenomen: 93–56 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma PvdD

Stemverwachting: tegen (erg zeker, 95%)

Argumenten voor: Er is in de verstrekte fragmenten geen informatie te vinden die een argument biedt om voor deze motie te stemmen.

Argumenten tegen: De partij stelt dat internationale verdragen, waaronder het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), het uitgangspunt vormen van hun migratiebeleid [3]. De partij wil de rechten van asielzoekers beschermen en zet in op het sanctioneren van EU-lidstaten die deze rechten schenden, bijvoorbeeld bij onmenselijke omstandigheden [1]. Daarnaast vindt de partij dat mensen in vluchtelingenkampen recht hebben op een menswaardig bestaan [4] en wijzen zij op de mensonwaardige omstandigheden in de eigen Nederlandse opvang [5]. Tot slot wil de partij dat het Europese migratiepact van tafel gaat [2], terwijl de motie juist stelt dat de Dublinverplichtingen cruciaal zijn voor dit pact.

Bronnen:

  1. "We beschermen de rechten van iedereen die asiel zoekt door in Europees verband in te zetten op toezicht en het sanctioneren van lidstaten die deze rechten schenden, bijvoorbeeld als ze mensen onnodig enof onder onmenselijke omstandigheden vasthouden."
  2. "Het Europese migratiepact gaat van tafel. Dit akkoord zal onder meer leiden tot langdurig verblijf van mensen, waaronder kinderen, in (deels) gesloten kampen langs de Europese buitengrenzen."
  3. "Migratiebeleid richt zich op het wegnemen van de oorzaken waardoor mensen hun land moeten ontvluchten. Internationale verdragen zoals het Vluchtelingenverdrag en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens vormen hierbij het uitgangspunt. Nederland gaat niet meer akkoord met afspraken, zoals de Tunesië-deal, die hiermee strijdig zijn."
  4. "Mensen in vluchtelingenkampen hebben recht op een menswaardig bestaan. Dat betekent in ieder geval recht op veiligheid, voldoende eten en drinken, juridische bijstand, medische en psychische zorg en menswaardige huisvesting."
  5. "Er is in Nederland al lange tijd een groot tekort aan opvanglocaties voor asielzoekers. Dit is het gevolg van politieke keuzes. De omstandigheden op de locaties zijn op z'n minst zorgelijk en niet zelden mensonwaardig. In 2024 sprak de Inspectie Justitie en Veiligheid zelfs van een 'zeer ernstige veiligheidssituatie' in Ter Apel, voor zowel medewerkers als asielzoekers."