De regering moet een minimumkader voor nazorg opstellen voor boa’s (buitengewoon opsporingsambtenaren) en samenwerking tussen werkgevers stimuleren. Boa's krijgen in hun werk vaak te maken met traumatische situaties. De kwaliteit van de ondersteuning mag niet afhangen van de werkgever.
Motie van het lid Mathlouti over een minimumkader voor nazorg in het nieuwe boa-stelsel
De kamer,
constaterende dat met de invoering van het nieuwe boa-stelsel de
verantwoordelijkheid voor nazorg bij verschillende werkgevers komt te
liggen;
constaterende dat boa’s in hun werk regelmatig te maken krijgen met
ingrijpende en soms traumatische situaties;
van mening dat iedere boa moet kunnen rekenen op goede ondersteuning
en nazorg, ongeacht bij welke werkgever hij of zij werkzaam is;
overwegende dat verschillen tussen werkgevers niet mogen leiden tot
verschillen in de kwaliteit of de beschikbaarheid van nazorg;
verzoekt de regering bij de verdere uitwerking van het nieuwe boa-stelsel
een duidelijk minimumkader voor nazorg op te stellen en daarbij actief te
verkennen hoe samenwerking tussen regiogemeenten, Staatsbosbeheer
en kleinere werkgevers kan worden gestimuleerd, zodat goede nazorg
voor elke boa toegankelijk blijft.
Argumenten voor: De partij stelt dat politieagenten en andere hulpverleners goed ondersteund moeten worden wanneer zij fysiek of mentaal beschadigd raken tijdens de uitoefening van hun taken [1]. Daarnaast is de partij voor het vastleggen van minimumeisen in een kwaliteitskader om grote kwaliteitsverschillen tussen gemeenten te voorkomen [2].
Argumenten tegen: Er zijn geen fragmenten in het verkiezingsprogramma die redenen geven om tegen deze motie te stemmen.
Bronnen:
"De druk op de politie is hoog, ondanks de investeringen van de laatste jaren. De ChristenUnie investeert daarom in de politiecapaciteit, zodat de politie zichtbaar en aanspreekbaar blijft in wijken en dorpen, ook in minder bevolkte gebieden. Het aantal politievrijwilligers wordt uitgebreid. Politieagenten (en andere hulpverleners) worden goed ondersteund wanneer zij bij de uitoefening van hun taken fysiek en/of mentaal beschadigd raken."
"De kwaliteitsverschillen van de schuldhulpverlening tussen gemeenten zijn groot, in sommige gevallen te groot. Er komt daarom een uitbreiding van het kwaliteitskader waarin minimumeisen worden vastgelegd. Dit wordt verankerd in de Wet Gemeentelijke schuldhulpverlening. Mensen met schulden moeten sneller (en in een eerder stadium) geholpen worden met een duidelijk plan met perspectief op een schuldenvrije toekomst. Het sociaal minimum wordt de absolute ondergrens voor beslagleggingen. Samen met de schuldhulpverlener wordt het beste instrument (bijvoorbeeld een saneringskrediet) gezocht dat mensen met schulden zo snel mogelijk rust en perspectief biedt."