Betere nazorg voor alle boa's

De regering moet een minimumkader voor nazorg opstellen voor boa’s (buitengewoon opsporingsambtenaren) en samenwerking tussen werkgevers stimuleren. Boa's krijgen in hun werk vaak te maken met traumatische situaties. De kwaliteit van de ondersteuning mag niet afhangen van de werkgever.

Motie van het lid Mathlouti over een minimumkader voor nazorg in het nieuwe boa-stelsel

De kamer, constaterende dat met de invoering van het nieuwe boa-stelsel de verantwoordelijkheid voor nazorg bij verschillende werkgevers komt te liggen; constaterende dat boa’s in hun werk regelmatig te maken krijgen met ingrijpende en soms traumatische situaties; van mening dat iedere boa moet kunnen rekenen op goede ondersteuning en nazorg, ongeacht bij welke werkgever hij of zij werkzaam is; overwegende dat verschillen tussen werkgevers niet mogen leiden tot verschillen in de kwaliteit of de beschikbaarheid van nazorg; verzoekt de regering bij de verdere uitwerking van het nieuwe boa-stelsel een duidelijk minimumkader voor nazorg op te stellen en daarbij actief te verkennen hoe samenwerking tussen regiogemeenten, Staatsbosbeheer en kleinere werkgevers kan worden gestimuleerd, zodat goede nazorg voor elke boa toegankelijk blijft.
19 mei | D66 | Aangenomen: 117–33 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma PvdD

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij vindt dat de overheid middelen moet bieden om de fysieke en mentale gezondheid van mensen in publieke rollen te beschermen, specifiek door financiering voor zorg na traumatische gebeurtenissen [1]. De partij is zich bewust van de zware mentale belasting van professionals in intensieve functies [2] en wil zorgen voor voldoende ondersteuning en arbeidsvoorwaarden voor deze medewerkers [3]. Daarnaast stelt de partij dat zorg in elke gemeente gelijkwaardig beschikbaar moet zijn en dat regionale afstemming en samenwerking bevorderd moeten worden [4]. Verder is de partij voor het inzetten van extra middelen voor persoonlijke nazorg in het onderwijs [5].

Argumenten tegen: Er zijn geen fragmenten in het verkiezingsprogramma die redenen geven om tegen de motie te stemmen.

Bronnen:

  1. "De overheid faciliteert vrijwilligers van dierenopvangcentra en -ambulances om hun werk te kunnen blijven doen, door middelen te bieden om hun fysieke en mentale gezondheid te beschermen. Te denken valt aan (financiering voor) zorg na traumatische gebeurtenissen tijdens het werk, adequate vaccinaties, kleding die beschermt tegen besmetting of verwonding, en hulpmiddelen om het werk fysiek minder zwaar te maken."
  2. "Crisiszorg is onmisbaar, maar brengt een zware mentale belasting met zich mee voor de zorgprofessionals die deze intensieve zorg verlenen."
  3. "We zorgen voor voldoende ondersteuning, opvangplekken, structurele financiering én arbeidsvoorwaarden, zodat crisiszorg duurzaam en menswaardig blijft - voor zowel patiënten als medewerkers."
  4. "Ondersteuning vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en zorg voor mensen met een levenslange beperking vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) wordt bij voorkeur kleinschalig aangeboden in de vorm van buurtteams, zorgcoöperaties en andere mensgerichte initiatieven. Deze zorg moet in elke gemeente gelijkwaardig beschikbaar zijn: welke zorg je kunt ontvangen, mag niet afhangen van waar je woont. We zorgen voor regionale afstemming en stevige publieke regie, zodat samenwerking wordt bevorderd en zorgcowboys geen ruimte krijgen om publieke middelen weg te sluizen."
  5. "Scholen in het praktijkonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs krijgen, net zoals in het mbo nu al mogelijk is, extra middelen om persoonlijke nazorg voor hun oud-leerlingen mogelijk te maken."