Sterkere Europese defensiesamenwerking

De regering moet inzetten op een sterke Europese defensie-unie en een gezamenlijke defensiemarkt. Nu wordt de samenwerking vertraagd door handelsbarrières en afhankelijkheid van leveranciers buiten Europa. Een eigen defensie-unie versterkt de NAVO en zorgt dat Europa indien nodig zelfstandig kan optreden.

Motie van de leden Dassen en Van der Werf over de Europese Defensieomnibus aannemen en een Europese defensie-unie verder opbouwen

De kamer, constaterende dat Europese defensiesamenwerking wordt vertraagd door nationale handelsbarrières, versnipperde inkoop en afhankelijkheid van niet-Europese defensieleveranciers; overwegende dat een sterke Europese defensie-unie de Europese pijler binnen de NAVO versterkt en Europa beter in staat stelt zelfstandig op te treden indien nodig; verzoekt de regering zich in EU-verband actief in te zetten voor: – spoedige aanneming van de Europese Defensieomnibus; – de totstandkoming van een interne Europese defensiemarkt met gezamenlijke inkoop en een Europees voorkeursbeleid; – de verdere opbouw van een Europese defensie-unie die de NAVO versterkt en indien nodig zelfstandig kan opereren.
20 mei | Volt, D66 |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma GL-PvdA

Stemverwachting: voor (erg zeker, 95%)

Argumenten voor: De partij wil dat defensie een gedeelde EU-competentie wordt en streeft naar een onafhankelijke Europese defensie-industrie via gezamenlijke ontwikkeling en inkoop van wapensystemen, diensten en infrastructuur [1][2]. Betere Europese samenwerking bij de inkoop van munitie en wapensystemen wordt gezien als een manier om kosten te besparen [3]. Daarnaast wil de partij de afhankelijkheid van de VS afbouwen [1][5] en de Europese pijler binnen de NAVO versterken, zodat Europa zo spoedig mogelijk voor zijn eigen veiligheid kan zorgen [4]. Algemeen pleit de partij voor meer strategische autonomie om de afhankelijkheid van externe partners te verminderen [7] en een krachtigere interne markt [6].

Argumenten tegen: De partij stelt dat besluiten over de inzet van de krijgsmacht een nationale bevoegdheid moeten blijven [1].

Bronnen:

  1. "Europese defensiesamenwerking. Defensie moet een gedeelde EUcompetentie worden; besluiten over inzet van de krijgsmacht blijven echter een nationale bevoegdheid. Integratie van de krijgsmachten zetten we voort. We bouwen een onafhankelijke Europese defensie-industrie via de gezamenlijke ontwikkeling en inkoop van wapensystemen, diensten en infrastructuur. We beschermen onszelf en onze infrastructuur tegen cyberaanvallen, desinformatie, spionage en sabotage. We bouwen onze afhankelijkheid van de VS af en plaatsen geen orders meer bij de Israëlische defensie-industrie. Vooruitlopend op toekomstig EU-lidmaatschap kan de EU Oekraïne al integreren via een Veiligheidspact op het gebied van veiligheid en defensie."
  2. "Veiligheid vereist publieke sturing. Onze veiligheid is te belangrijk om alleen aan de markt over te laten. We investeren in een onafhankelijkere, moderne defensie-industrie in samenwerking met Europese partners met wie we gezamenlijk inkopen en ontwikkelen. We specialiseren in onze sterke sectoren. Voor Nederland betekent dit investeringen in maritieme en logistieke capaciteiten en de drone-, sensor-, cyber- en ruimtevaarttechnologie. Strategisch relevante defensiebedrijven komen deels in publieke handen via staatsdeelnemingen. We gaan zo prijsopdrijving en overwinsten tegen zodat gemeenschapsgeld bijdraagt aan collectieve veiligheid en niet eindigt in de portemonnee van wapenspeculanten."
  3. "Een verantwoord investeringsplan. Voor het opbouwen van een sterke krijgsmacht zijn forse investeringen nodig en veel tijd. Daar moet een verantwoord investeringsplan voor komen. Vooraf moet duidelijk zijn waarin we gaan investeren, of deze investeringen het internationaal humanitair recht respecteren, en of defensie en de industrie dat geld ook goed kunnen uitgeven. Daarbij streven we naar maximale openbaarheid, onderzoeken we vooraf de belangen van de defensie-industrie en leggen we transparant vast hoe we mogelijke lobby-invloeden en belangenconflicten vermijden. Zo voorkomen we verspilling en onnodige prijsstijgingen. Ook kunnen we kosten besparen met betere samenwerking in Europa bij het inkopen van munitie en wapensystemen."
  4. "NAVO. De NAVO versterkt de collectieve veiligheid van Nederland en Europa tegen dreigingen uit Rusland en elders. We committeren ons aan de NAVO-norm en versterken de Europese pijler van de NAVO in nauwe samenhang met het Europese veiligheids- en defensiebeleid. Europa zal zo spoedig mogelijk voor zijn eigen veiligheid moeten kunnen zorgen."
  5. "Investeren in defensie. We committeren ons aan het verhogen van het defensiebudget naar 3,5% van het bbp vanwege de Russische agressie en de noodzaak om ons onafhankelijker te maken van de Verenigde Staten. De krijgsmacht wordt sterker, groter en moderner, met meer gevechtskracht op land, betere luchtverdediging en sterke maritieme en logistieke capaciteiten. We zetten in op innovatie, bijvoorbeeld op het gebied van drones. Hiermee schrikken we Russische agressie af, voldoen we aan onze NAVO-doelstellingen en kunnen we ons land beter beschermen."
  6. "Een duurzaam, krachtig en innovatief Europa. Europa heeft kans om koploper te worden in een schone wereldeconomie. Dat kan met een krachtigere interne markt gecombineerd met slim industriebeleid, dat ons autonomer, productiever en duurzamer maakt. We kiezen voor kwaliteit en beschermen onze markt tegen producten die onder onze normen duiken. We maken financiering van startups eenvoudiger. Daarnaast pleiten we in de EU voor uitbreiding van CBAM, de Europese CO₂-grensheffing. Daarmee wordt de CO₂-uitstoot die gepaard gaat met de productie van geïmporteerde goederen eerlijk beprijsd en lokale alternatieven aantrekkelijker."
  7. "Meer strategische autonomie. De EU is voor te veel goederen te afhankelijk van externe partners. Daarom zorgen we voor meer diverse toeleveringsketens, gaan we efficiënter om met energie en grondstoffen en produceren we meer cruciale goederen zelf. We delven en verwerken grondstoffen in Europa met respect voor mensenrechten en bescherming van natuur en biodiversiteit. We investeren daarnaast in onze concurrentiepositie en onafhankelijkheid via technologie en onderzoek."