De regering moet in Europa pleiten voor een fonds voor Europees concurrentievermogen. Met dit geld moeten er Europese alternatieven komen voor digitale infrastructuur. Nu draaien 700 overheidsdiensten op Amerikaanse platforms. De VS gebruikt technologische macht als wapen, wat een risico is voor de veiligheid.
Motie van het lid Dassen over pleiten voor een Europees concurrentievermogenfonds
De kamer,
constaterende dat de Amerikaanse nationale veiligheidsstrategie
technologische dominantie expliciet benoemt als strategisch machtsinstrument;
constaterende dat de Rekenkamer heeft vastgesteld dat 700 overheidsdiensten draaien op platforms van Amerikaanse bedrijven, met risico op
toegang door de VS;
overwegende dat het volgende MFK een unieke kans biedt om Europese
digitale soevereiniteit structureel te maken;
verzoekt de regering in Europees verband te pleiten voor een Europees
concurrentievermogenfonds dat zich inzet voor Europese alternatieven
van digitale infrastructuur.
Argumenten voor: De partij streeft ernaar om het Rijk en publieke sectoren los te maken van grote Amerikaanse en Chinese techbedrijven [2]. Zij willen specifiek voorkomen dat de ontwikkeling van AI in overheidsdiensten wordt overgelaten aan buitenlandse bedrijven die enkel uit zijn op winst [5]. De partij ziet het 'eigen-volk-eerstbeleid' van de Verenigde Staten als een bedreiging voor de economische veiligheid en vindt dat Europa onafhankelijker moet worden [4]. Om dit te bereiken, kiest de partij voor Europese alternatieven [1] en het opbouwen van een eigen Europese techindustrie [3] en ICT-sector [6], zodat buitenlandse machten ons niet kunnen afsluiten van onze eigen data [9]. Daarnaast pleit de partij voor gerichte Europese investeringen van jaarlijks 750 tot 800 miljard euro in publieke goederen, waaronder eigen digitale technologie en infrastructuur [7], en ziet zij investeringen in digitale infrastructuur als essentieel voor de beveiliging tegen hybride oorlogsvoering [8].
Argumenten tegen: Er zijn geen fragmenten in het verkiezingsprogramma die redenen bieden om tegen deze motie te stemmen.
Bronnen:
"We kiezen voor Europese alternatieven en helpen vanuit de overheid door als eerste klant (launching customer) om producten op de markt te brengen."
"Een bewindspersoon voor Technologie en Innovatie krijgt onder meer de taak om het Rijk en publieke sectoren los te maken van grote techbedrijven uit Amerika en China."
"D66 wil dat technologie bijdraagt aan een veilige, eerlijke en groene samenleving. Maar dan moeten we af van onze afhankelijkheid van grote techbedrijven die winst maken met onze aandacht, data en verslaving. Grote techbedrijven bedreigen onze democratie en de sociale samenhang. Europa is wakker geschud: we zullen een eigen Europese techindustrie moeten bouwen, die goed is voor de maatschappij in plaats van die te verstoren. Om dat te bereiken, moeten we veel productiever en innovatiever worden. D66 ziet kansen voor Nederlandse bedrijven om hierin voorop te lopen. Zo bouwen we aan technologische vooruitgang die mensen verbindt, gelijke kansen biedt en goed is voor de economie."
"Chinese staatssteun en het eigen-volk-eerstbeleid van de Verenigde Staten bedreigen onze economische veiligheid. Europa moet strategisch slimmer en onafhankelijker worden. Met groen Europees industriebeleid produceren en innoveren we zelf meer in cruciale sectoren, zoals in microchips en kritieke grondstoffen."
"Onder leiding van de bewindspersoon zet de overheid sterk de toon bij aanbestedingen en contracteisen van ICT, vooral in belangrijke publieke sectoren. De ontwikkeling van AI in bijvoorbeeld de zorg, het onderwijs en overheidsdiensten is gevoelig. Daarom laten we dat niet over aan buitenlandse bedrijven die alleen uit zijn op winst en schaal."
"D66 zet vol in op een sterke nationale en Europese ICT-sector. We maken onze positie in de halfgeleiderindustrie nog sterker: dat is de productie van bijvoorbeeld computerchips. We investeren in innovatieve start-ups en scale-ups in software. Dat is goed voor onze veiligheid én voor een sterke positie van de Nederlandse economie."
"Onze gezamenlijke groene en digitale toekomst vraagt om gerichte investeringen in publieke goederen, zoals eigen digitale technologie, infrastructuur en elektriciteitsnetten. D66 wil jaarlijks €750 tot €800 miljard euro extra aan Europese investeringen. Dat financieren we met gezamenlijke leningen."
"We komen de NAVO-afspraak na om minimaal 3,5% van het bbp aan defensie uit te geven en minimaal 1,5% van het bbp aan de kritieke infrastructuur, civiele paraatheid, veerkracht en het versterken van onze defensie-industrie. Beveiliging tegen hybride oorlogsvoering vraagt om meer dan alleen een sterke krijgsmacht. Minstens zo belangrijk zijn investeringen in de fysieke en digitale infrastructuur, in strategische reserves, in een weerbare samenleving en in het tegengaan van desinformatie. We helpen mensen om te gaan met dreiging en ondersteunen cruciale organisaties bij de maatregelen die zij moeten nemen. Zo blijft het water uit de kraan stromen, het licht in huis branden en de telefoon werken bij aanvallen."
"Onze digitale toekomst is aan ons. Niet aan techbedrijven die verdienen aan verslavende algoritmes. Niet aan AI die discrimineert of mensen de mond snoert. En zeker niet aan buitenlandse machten die ons kunnen afsluiten van onze eigen data. D66 bouwt aan een digitale samenleving waarin de waarden die we samen belangrijk vinden centraal staan: veiligheid, menselijke waardigheid, rechtvaardigheid en democratie. En dat kán. We kunnen de kansen van de digitale wereld gebruiken om de samenleving sterker te maken, eerlijk en binnen de kaders van de rechtsstaat. Denk aan AI die artsen helpt om betere zorg te geven. Of aan digitale diensten die de overheid toegankelijker maken. De kennis en ervaring hebben we al in huis. Aan de slag!"