De regering moet bij de Europese Commissie pleiten voor een tijdelijke uitzondering op de Nitraatrichtlijn. Dit zijn de Europese regels voor het gebruik van mest. Boeren moeten meer dierlijke mest mogen gebruiken als kunstmest te duur is. Nu zorgen de hoge prijzen voor kunstmest voor te hoge kosten voor boeren. Hierdoor komt de voedselzekerheid in gevaar.
Motie van het lid Ten Hove over pleiten voor een tijdelijke crisisderogatie binnen de Nitraatrichtlijn waarbij lidstaten bij hoge kunstmestprijzen meer ruimte krijgen om dierlijke mest toe te passen
De kamer,
constaterende dat de hoge kunstmestprijzen leiden tot forse kostenstijgingen voor agrarische ondernemers en daarmee voedselzekerheid in
gevaar komt;
constaterende dat er in de nabije toekomst nog geen zicht is op legalisatie
van gebruik van dierlijke meststoffen;
constaterende dat de Nitraatrichtlijn momenteel onvoldoende flexibiliteit
biedt om in crisissituaties snel over te schakelen op het gebruik van
dierlijke mest;
verzoekt de regering om in Europees verband te pleiten voor een tijdelijke
crisisderogatie binnen de Nitraatrichtlijn, waarbij lidstaten gedurende
perioden van uitzonderlijk hoge kunstmestprijzen meer ruimte krijgen om
dierlijke mest toe te passen;
verzoekt de regering een concreet voorstel hiertoe in te dienen bij de
Europese Commissie.
Argumenten voor: De partij erkent dat het schrappen van de derogatie heeft geleid tot enorme mestoverschotten voor Nederlandse boeren [1]. Daarnaast vindt de partij dat boeren weer moeten kunnen ondernemen en wil zij daarom zoveel mogelijk sturen op doelen in plaats van op middelvoorschriften [3]. Bovendien erkent de partij de belangrijke rol van boeren bij het voorzien van de bevolking van voedsel [4].
Argumenten tegen: De partij streeft naar een halvering van de stikstofuitstoot in de landbouw in de komende tien jaar [2] en wil een integrale aanpak voor natuurherstel waarbij vermesting wordt tegengegaan [5]. In plaats van het verhogen van de gebruiksmogelijkheden van mest, streeft de partij naar een beter sluitend kringloopsysteem van mest en gewas [1].
Bronnen:
"De komende tien jaar werken we toe naar een melkveesector in balans met de omgeving. Daarom komt er een onderbouwde norm voor de verhouding tussen productie en bijbehorende grond per bedrijf. Dit kan op verschillende manieren worden ingevuld, waarbij grasland behouden blijft en de samenwerking tussen veehouders en akkerbouwers wordt bevorderd. Door het schrappen van de derogatie blijven Nederlandse boeren met enorme mestoverschotten zitten. Om deze te dempen, streven we voor alle diersectoren naar een beter sluitend kringloopsysteem van mest, gewas, voer, voedsel en restproducten. Dat houdt ook in dat we veel minder veevoer uit bijvoorbeeld Zuid-Amerika gaan importeren. De kalverhouderij wordt in balans gebracht met de melkveehouderij en de import van kalveren wordt ingeperkt. Het verbod op nieuwe geitenstallen blijft van kracht gedurende"
"De stikstofuitstoot wordt de komende tien jaar gehalveerd ten opzichte van 2019, zowel de uitstoot van stikstofoxiden in de mobiliteit en industrie als ammoniakuitstoot in de landbouw. Alle sectoren dragen naar rato bij. We stappen af van ingewikkelde berekeningen over waar stikstof precies terechtkomt en richten ons op het verminderen van de daadwerkelijke uitstoot. Ondernemers en dus ook boeren benaderen we vanuit vertrouwen in hun vakmanschap. Daarom stappen we zo veel mogelijk over van sturen op middelen naar sturen op doelen. Elk boerenbedrijf krijgt een bindend bedrijfsspecifiek doel dat is afgeleid van de landelijke opgave en sectorale emissieplafonds. Er komt daarmee veel minder nadruk in het beleid op opkoop van boerenbedrijven. De nadruk op emissie- en doelsturing is effectiever, zorgt ervoor dat er minder boerenbedrijven verdwijnen en vergt ook minder belastinggeld. Immers, met managementmaatregelen, slimme innovaties en een gunstige extensiveringsregeling in kwetsbare gebieden, zodat een bedrijf met minder vee uit kan, is aanzienlijke ammoniakreductie mogelijk. Er komt een agrarische hoofdstructuur, waar ruimte blijft voor hoogproductieve landbouw, en overgangszones rond natuurgebieden, waarin sprake is van extensivering van veehouderij en landgebruik. Grondgebondenheid in de melkveehouderij is een randvoorwaarde en gaan we na decennia van discussie eindelijk wettelijk vastleggen."
"Boeren moeten weer kunnen ondernemen. Er komt daarom zoveel mogelijk doelsturing in plaats van middelvoorschriften. Om de boer in zijn kracht te zetten, worden abstracte, landelijke doelen bedrijfsspecifiek gemaakt. De overheid werkt vanuit vertrouwen in het vakmanschap van de boer, en ondersteunt waar nodig. In plaats van bijvoorbeeld kalenderlandbouw, waarbij boeren op zandgrond verplicht zijn hun aardappels vóór 1 oktober te oogsten terwijl die nog niet volgroeid zijn, krijgt de boer zelf de ruimte om keuzes te maken die passen binnen de gestelde emissienormen. Het huidige stikstofbeleid is te veel gericht op de neerslag (depositie) van stikstof. Dit levert schijnzekerheid en complexe techniek op zoals het Aerius-model. Daar willen we van af. Om ondernemers aan de slag te laten gaan met stikstofreductie wordt er gestuurd op emissies. Duurzaamheidsdashboards zoals de Kringloopwijzer in de melkveehouderij en benchmarkingsinitiatieven in onder andere de akkerbouwsector worden verder uitgerold. Aan dergelijke instrumenten worden eerst beloningen en op termijn heffingen of sancties verbonden. We steunen jonge boeren en zij-instromers door bedrijfsovername makkelijker te maken, bijvoorbeeld met garantieregelingen. Kortlopende, vrije pacht wordt ontmoedigd en langlopende, loopbaanbestendige pacht gestimuleerd. De overheid helpt boeren die willen extensiveren actief aan de benodigde grond via de Nationale Grondbank."
"Onze boeren, tuinders en vissers werken dagelijks in weer en wind om ons van ons voedsel te voorzien. Vaak zijn het familiebedrijven die, ondanks vaak te lage prijzen en ingewikkelde regels en rechtsonzekerheid, ons van voedsel voorzien en voor onze omgeving zorgen. Als rentmeesters geven ze invulling aan Gods opdracht om de schepping te bewerken en bewaren. Ze onderhouden ons prachtige Nederlandse landschap. Helaas is het huidige landbouw- en voedselsysteem door politieke en commerciële druk niet meer in balans met de omgeving en natuur. De ChristenUnie streeft naar een gebalanceerde landbouwsector: extensiever en met meer oog voor de natuur. Krimp van de veestapel gaat daarbij gepaard met een passend hernieuwd verdienmodel voor de boer."
"De ChristenUnie ziet het als onze opdracht om goed te zorgen voor Gods schepping. De huidige staat van de natuur in Nederland baart ons grote zorgen: soorten verdwijnen in rap tempo, natuurgronden verzuren door stikstofuitstoot, flora sterft af door aanhoudende droogte en vervuiling tast kwetsbare gebieden aan. Natuur is altijd in beweging, maar wordt door klimaatverandering extra kwetsbaar. Droogte, overstromingen en temperatuurveranderingen hebben steeds meer invloed op flora en fauna. Sommige dieren trekken naar andere gebieden toe. In het natuurbeleid moet hier rekening mee gehouden worden, door niet alleen te focussen op behoud en herstel, maar ook op natuurontwikkeling. Daarbij is een gezonde bodem en een veerkrachtig watersysteem van levensbelang: voor huidige en toekomstige generaties, dieren en planten. Daarom komt er een integrale aanpak voor natuurherstel, gericht op het tegengaan van versnippering, vermesting en verdroging."