De regering moet bij de Europese Commissie pleiten voor een tijdelijke uitzondering op de Nitraatrichtlijn. Dit zijn de Europese regels voor het gebruik van mest. Boeren moeten meer dierlijke mest mogen gebruiken als kunstmest te duur is. Nu zorgen de hoge prijzen voor kunstmest voor te hoge kosten voor boeren. Hierdoor komt de voedselzekerheid in gevaar.
Motie van het lid Ten Hove over pleiten voor een tijdelijke crisisderogatie binnen de Nitraatrichtlijn waarbij lidstaten bij hoge kunstmestprijzen meer ruimte krijgen om dierlijke mest toe te passen
De kamer,
constaterende dat de hoge kunstmestprijzen leiden tot forse kostenstijgingen voor agrarische ondernemers en daarmee voedselzekerheid in
gevaar komt;
constaterende dat er in de nabije toekomst nog geen zicht is op legalisatie
van gebruik van dierlijke meststoffen;
constaterende dat de Nitraatrichtlijn momenteel onvoldoende flexibiliteit
biedt om in crisissituaties snel over te schakelen op het gebruik van
dierlijke mest;
verzoekt de regering om in Europees verband te pleiten voor een tijdelijke
crisisderogatie binnen de Nitraatrichtlijn, waarbij lidstaten gedurende
perioden van uitzonderlijk hoge kunstmestprijzen meer ruimte krijgen om
dierlijke mest toe te passen;
verzoekt de regering een concreet voorstel hiertoe in te dienen bij de
Europese Commissie.
Argumenten voor: De partij wil boeren de vrijheid geven om te ondernemen en vindt dat er in het belang van de voedselzekerheid op Europees niveau keuzes gemaakt moeten worden die ruimte geven voor ondernemerschap [6]. Zij benadrukken dat de rol van efficiënte voedselproductie niet onderschat mag worden, zeker niet in tijden van inflatie en geopolitieke onrust [7]. Daarnaast willen zij dat de overheid middelvoorschriften in het bemestingsbeleid vervangt door doelsturing [4], dat de wet- en regelgeving werkbaar wordt gemaakt [3] en dat boeren meer ruimte en duidelijkheid krijgen [1]. Tot slot uiten zij kritiek op rigide toelatingsprocedures binnen de EU [2].
Argumenten tegen: De partij wil dat er keuzes worden gemaakt die leiden tot een forse vermindering van de stikstofuitstoot [1]. Zij streven naar een concrete, generieke stikstofreductie [5] en willen vervuiling en emissies waar nodig verminderen [4].
Bronnen:
"Nederland zit bovendien op een stikstofslot. Ondernemers snakken naar ruimte en duidelijkheid. Boeren zitten al te lang in onzekerheid. Recent onderzoek toont aan dat de stikstofproblematiek tot tientallen miljarden euro's aan economische schade leidt. We moeten daarom op korte termijn concrete resultaten boeken om te voorkomen dat de bouw van woningen en wegen langer stilligt en dat boeren in nog meer onzekerheid komen. Keuzes die leiden tot forse vermindering van de stikstofuitstoot en het werkbaar maken van de complexe wet- en regelgeving zijn noodzakelijk, zodat Nederland van het slot gaat. Alleen dan krijgen onze ondernemers de broodnodige ruimte om te groeien."
"Ruim baan voor innovatieve voedselproductie: We kijken met optimisme naar ontwikkelingen zoals precisiefermentatie, kweekvlees en nieuwe genomische technieken zoals CRISPR-Cas. Maar de rigide toelatingsprocedures in de EU zorgen voor deze novel foods voor enorme belemmeringen. De overheid moet er alles aan doen om dit te stroomlijnen, bijvoorbeeld door aan te dringen op een speciale procedure voor start- ups. Ook willen we regelluwe proeftuinen en adequate financiering via, onder andere, een investeringsmaatschappij voor start- en scale-ups. We willen tevens Europese goedkeuring voor andere innovaties zoals duurzame vangsttechnieken in de visserij, RENURE en groene gewasbeschermingsmiddelen."
"Wet- en regelgeving werkbaar maken: Op het moment dat een structurele emissiereductie wettelijk is geborgd, zorgt de overheid voor de noodzakelijke randvoorwaarden. Zo worden PAS-melders, ondernemers die te goeder trouw hebben gehandeld maar nu zonder vergunning zitten, gelegaliseerd met bijvoorbeeld een juridisch houdbare rekenkundige ondergrens. We willen per sector bekijken of een drempelwaarde mogelijk is - om te beginnen voor de bouw, die slechts tijdelijk een geringe uitstoot veroorzaakt. Er moeten weer vergunningen komen voor agrariërs om aan de slag te gaan met stikstofreducerende innovaties, waarvan het grote potentieel recent is aangetoond door onderzoek van de Wageningen Universiteit. En uiteindelijk moeten we waar mogelijk af van de eenzijdige focus op stikstof door op basis van onafhankelijke en langdurige monitoring de feitelijke staat van de natuur leidend te maken bij vergunningverlening."
"Ondernemerschap op basis van doelsturing: We willen een agrarische sector die past bij de draagkracht van de omgeving. Vervuiling en emissies willen we waar nodig dus verminderen. Daarvoor zijn middelvoorschriften, zoals verplichte oogstdata, makkelijk voor de overheid, maar die beperken ondernemerschap. We gaan de handen ineenslaan met het bedrijfsleven om over te gaan op afrekenbare doelen en metingen op bedrijfsniveau. Doelen op het gebied van bodemvruchtbaarheid en waterkwaliteit worden het uitgangspunt van ons bemestingsbeleid. Op het moment dat doelsturing aantoonbaar tot resultaat leidt, schaffen we middelvoorschriften af."
"Fors verminderen van de stikstofuitstoot: We gaan zorgen voor concrete, generieke stikstofreductie door te sturen op emissies waarbij alle sectoren evenredig bijdragen. Zo komt er weer ruimte voor vergunningverlening. De huidige wetgeving kent reductiedoelen voor de berekende hoeveelheid neerslag op natuurgebieden. We gaan deze KDW-doelen vervangen door sectorgebonden emissieplafonds, inclusief wettelijke tussendoelen, die optellen tot 50% geborgde emissiereductie in 2035. Daarnaast is er een gebiedsgerichte aanpak nodig voor de gebieden waar de problematiek het zwaarst speelt, zoals bij De Peel en De Veluwe, met regionale betrokkenheid noodzakelijke keuzes over aanvullende emissiereductie en extensivering. Rijk, provincies en gemeenten moeten samenwerken om te komen tot een effectieve uitvoering, onder meer met ruimtelijke ordeningsinstrumentarium, ondersteuning van nieuwe verdienmodellen, vrijwillige regelingen en gerichte inzet van middelen voor agrarisch natuurbeheer."
"Als liberalen willen we dat boeren, tuinders en vissers de vrijheid krijgen om te ondernemen. Maar zij zien alsmaar beperkende regels op zich afkomen, terwijl juridische uitspraken en handhavingsverzoeken voor onzekerheid zorgen. De politiek moet daarom duidelijkheid geven over de toekomst, zodat (jonge) boeren weten waar ze aan toe zijn en kunnen investeren in hun bedrijf. Dat kan in samenwerking en in vertrouwen met de betrokken partijen. In het belang van voedselzekerheid op Europees niveau maken we de keuzes die weer ruimte geven voor ondernemerschap."
"Voedselproductie is geopolitiek: Vanwege onze vruchtbare grond en dankzij onze boeren, ondernemers, bedrijven en kennisinstellingen zoals de Wageningen Universiteit hebben wij een internationale voortrekkersrol als het gaat om efficiënte en technologisch geavanceerde voedselproductie. Het belang daarvan mogen we niet onderschatten, zeker niet in een tijd van inflatie en geopolitieke onrust. De kennis en innovatiekracht van onze agrarische sector kan een belangrijk exportproduct zijn, zeker met het oog op de groeiende wereldbevolking,"