Het kabinet moet een overzicht maken van natuurgebieden waar mineralen, zoals kalk uit schelpgruis, toegevoegd kunnen worden. Daarna moet er een plan komen voor de uitvoering. Veel natuurgebieden hebben een te zure bodem door stikstof. Het toevoegen van mineralen versnelt het herstel van planten en dieren.
Motie van het lid Boomsma over een inventarisatie en overzicht van natuurgebieden waar het zorgvuldig toevoegen van calcium, kalium en/of magnesium het meest kan bijdragen aan bodem- en natuurherstel
De kamer,
overwegende dat:
– veel natuurgebieden in Nederland kampen met verzuurde bodem en
uitspoeling van mineralen door decennia van te hoge stikstofdepositie;
– er inmiddels verschillende onderzoeken en experimenten zijn
uitgevoerd naar het toevoegen van basen aan de bodem, waaronder
met schelpgruis, waar op relatief korte termijn zeer positieve resultaten
zijn behaald, zoals toename van plantensoorten en slakken, en
verbeterde eiproductie en gezondheid van vogels;
– er inmiddels veel kennis is over de juiste dosering om kalk, kalium en
magnesium toe te voegen en potentiële nadelige effecten te voorkomen;
– toedienen van mineralen/basen geen vervanging is voor bronmaatregelen of stikstofreductie, maar wel kansen kan bieden om natuurherstel te versnellen;
– de opstellers van het recente rapport «De Nederlandse stikstofcrisis:
van verwarring naar verbinding» ook wijzen op de kansen die deze
herstelmaatregelen bieden;
verzoekt het kabinet:
– een inventarisatie en overzicht te maken van de natuurgebieden waar
het zorgvuldig toevoegen van (de juiste mix van) calcium, kalium en/of
magnesium, via schelpgruis, steenmeel of op andere manieren, het
meest kan bijdragen aan bodem- en natuurherstel met voorkoming
van nadelige neveneffecten;
– op basis van deze prioritaire lijst een voorstel te maken samen met
andere betrokken eigenaren en beheerorganisaties voor de uitvoering
van deze maatregelen.
Argumenten voor: De partij hecht grote prioriteit aan natuurherstel en wil een ambitieus programma starten om de natuur op orde te brengen [1]. Ze stellen dat een gezonde natuur gebaseerd is op vruchtbare bodems en willen het uitputten van de grond voorkomen [2]. Daarnaast erkent de partij dat de natuur onder meerdere factoren lijdt naast stikstof, zoals biodiversiteitsverlies [1], wat aansluit bij de wens in de motie om specifieke bodemproblemen aan te pakken om herstel te versnellen.
Argumenten tegen: De partij wil het gebruik van kunstmest tot een minimum beperken [3]. Hoewel de motie spreekt over het toevoegen van mineralen zoals kalk en magnesium via natuurlijke weg (schelpgruis), zou dit in theorie kunnen worden gezien als een vorm van kunstmatige bodemverbetering.
Bronnen:
"Prioriteit aan natuurherstel. Naast teveel stikstof, leidt de natuur onder verdroging, teruglopende biodiversiteit, verslechterende waterkwaliteit, versnippering en overexploitatie. We starten een ambitieus programma om onze natuur op orde te brengen, zowel binnen als buiten beschermde natuurgebieden. Natuurbescherming is een randvoorwaarde voor herstel. We voeren daarom de Europese Biodiversiteitsstrategie 2030 volledig uit. Dit houdt in dat minimaal 30% van het landoppervlak en 30% van het Nederlandse deel van de Noordzee wettelijk wordt beschermd, waarvan een belangrijk deel strikt beschermd wordt."
"Een gezonde natuur is de basis van het leven en van een duurzame voedselproductie. De natuur geeft ons drinkwater, gezond en goed voedsel van vruchtbare bodems en schone lucht. Maar door kortetermijnwinsten te verkiezen boven zorg voor ons drinkwater, landschap, onze bodem en luchtkwaliteit staan de natuur en onze gezondheid onder druk. Vervuilers betalen ondertussen niet voor hun uitstoot en boeren krijgen geen eerlijke beloning voor landschapsbeheer en goede zorg voor de natuur. Wij doen dat wel, zodat de duurzame optie ook de meest aantrekkelijke wordt. Zo blijven de natuur en wijzelf gezond, voorkomen we uitputting van water en grond, en blijft Nederland een fijne en mooie plek om te wonen."
"Van industriële naar duurzame landbouw. De jarenlange focus op schaalvergroting en intensivering heeft de natuur en boeren uitgeput. Het aantal boeren neemt af terwijl het aantal megastallen stijgt. Industriële landbouw is slecht voor ons klimaat, onze natuur, ons landschap, dierenwelzijn en onze gezondheid. Een groot deel van het geproduceerde eten exporteren we naar het buitenland, terwijl wij met de vervuiling blijven zitten. We passen daarom onze productiecapaciteit aan naar wat onze natuur aankan. Daarbij kiezen wij voor een grondgebonden en natuurinclusieve landbouw, waarbij het aantal landbouwdieren wordt aangepast aan de hoeveelheid veevoer die in de directe omgeving kan worden geproduceerd, en de hoeveelheid mest die daar kan worden uitgereden. Dat leidt onvermijdelijk tot een krimp van de veestapel en een einde aan de bio-industrie. Sectoren die voor het overgrote deel produceren voor de export, moeten als eerste krimpen. Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest wordt tot een minimum beperkt."