Natuurherstel versnellen met mineralen

Het kabinet moet een overzicht maken van natuurgebieden waar mineralen, zoals kalk uit schelpgruis, toegevoegd kunnen worden. Daarna moet er een plan komen voor de uitvoering. Veel natuurgebieden hebben een te zure bodem door stikstof. Het toevoegen van mineralen versnelt het herstel van planten en dieren.

Motie van het lid Boomsma over een inventarisatie en overzicht van natuurgebieden waar het zorgvuldig toevoegen van calcium, kalium en/of magnesium het meest kan bijdragen aan bodem- en natuurherstel

De kamer, overwegende dat: – veel natuurgebieden in Nederland kampen met verzuurde bodem en uitspoeling van mineralen door decennia van te hoge stikstofdepositie; – er inmiddels verschillende onderzoeken en experimenten zijn uitgevoerd naar het toevoegen van basen aan de bodem, waaronder met schelpgruis, waar op relatief korte termijn zeer positieve resultaten zijn behaald, zoals toename van plantensoorten en slakken, en verbeterde eiproductie en gezondheid van vogels; – er inmiddels veel kennis is over de juiste dosering om kalk, kalium en magnesium toe te voegen en potentiële nadelige effecten te voorkomen; – toedienen van mineralen/basen geen vervanging is voor bronmaatregelen of stikstofreductie, maar wel kansen kan bieden om natuurherstel te versnellen; – de opstellers van het recente rapport «De Nederlandse stikstofcrisis: van verwarring naar verbinding» ook wijzen op de kansen die deze herstelmaatregelen bieden; verzoekt het kabinet: – een inventarisatie en overzicht te maken van de natuurgebieden waar het zorgvuldig toevoegen van (de juiste mix van) calcium, kalium en/of magnesium, via schelpgruis, steenmeel of op andere manieren, het meest kan bijdragen aan bodem- en natuurherstel met voorkoming van nadelige neveneffecten; – op basis van deze prioritaire lijst een voorstel te maken samen met andere betrokken eigenaren en beheerorganisaties voor de uitvoering van deze maatregelen.
21 mei | JA21 | Aangenomen: 140–10 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma VVD

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij streeft naar een sterke natuur en wil zorgen voor effectief fauna-, natuur- en landschapsbeheer [3]. Hierbij willen ze afstappen van een eenzijdige focus op stikstof en in plaats daarvan de feitelijke staat van de natuur leidend maken [2]. Daarnaast stelt de partij dat doelen op het gebied van bodemvruchtbaarheid het uitgangspunt moeten worden van hun beleid [4]. Ook is de partij voor de gerichte inzet van middelen voor agrarisch natuurbeheer [1].

Argumenten tegen: Er zijn geen fragmenten in het verkiezingsprogramma die aanleiding geven om tegen deze motie te stemmen.

Bronnen:

  1. "Fors verminderen van de stikstofuitstoot: We gaan zorgen voor concrete, generieke stikstofreductie door te sturen op emissies waarbij alle sectoren evenredig bijdragen. Zo komt er weer ruimte voor vergunningverlening. De huidige wetgeving kent reductiedoelen voor de berekende hoeveelheid neerslag op natuurgebieden. We gaan deze KDW-doelen vervangen door sectorgebonden emissieplafonds, inclusief wettelijke tussendoelen, die optellen tot 50% geborgde emissiereductie in 2035. Daarnaast is er een gebiedsgerichte aanpak nodig voor de gebieden waar de problematiek het zwaarst speelt, zoals bij De Peel en De Veluwe, met regionale betrokkenheid noodzakelijke keuzes over aanvullende emissiereductie en extensivering. Rijk, provincies en gemeenten moeten samenwerken om te komen tot een effectieve uitvoering, onder meer met ruimtelijke ordeningsinstrumentarium, ondersteuning van nieuwe verdienmodellen, vrijwillige regelingen en gerichte inzet van middelen voor agrarisch natuurbeheer."
  2. "Wet- en regelgeving werkbaar maken: Op het moment dat een structurele emissiereductie wettelijk is geborgd, zorgt de overheid voor de noodzakelijke randvoorwaarden. Zo worden PAS-melders, ondernemers die te goeder trouw hebben gehandeld maar nu zonder vergunning zitten, gelegaliseerd met bijvoorbeeld een juridisch houdbare rekenkundige ondergrens. We willen per sector bekijken of een drempelwaarde mogelijk is - om te beginnen voor de bouw, die slechts tijdelijk een geringe uitstoot veroorzaakt. Er moeten weer vergunningen komen voor agrariërs om aan de slag te gaan met stikstofreducerende innovaties, waarvan het grote potentieel recent is aangetoond door onderzoek van de Wageningen Universiteit. En uiteindelijk moeten we waar mogelijk af van de eenzijdige focus op stikstof door op basis van onafhankelijke en langdurige monitoring de feitelijke staat van de natuur leidend te maken bij vergunningverlening."
  3. "Een sterke natuur zorgt voor balans: We vergroenen onze leefomgeving, zonder er één groot nationaal park van te maken. Natuur en economie kunnen elkaar juist versterken. Daarom geven we ondernemers en bedrijven de ruimte om bij te dragen aan een gezonde leefomgeving en aan een sterke natuur. Ook zorgen we voor effectief fauna-, natuur- en landschapsbeheer, samen met boeren, jagers en natuurbeheerders. Invasieve exoten zoals de Amerikaanse rivierkreeft moeten effectief bestreden worden."
  4. "Ondernemerschap op basis van doelsturing: We willen een agrarische sector die past bij de draagkracht van de omgeving. Vervuiling en emissies willen we waar nodig dus verminderen. Daarvoor zijn middelvoorschriften, zoals verplichte oogstdata, makkelijk voor de overheid, maar die beperken ondernemerschap. We gaan de handen ineenslaan met het bedrijfsleven om over te gaan op afrekenbare doelen en metingen op bedrijfsniveau. Doelen op het gebied van bodemvruchtbaarheid en waterkwaliteit worden het uitgangspunt van ons bemestingsbeleid. Op het moment dat doelsturing aantoonbaar tot resultaat leidt, schaffen we middelvoorschriften af."