Snellere bouw van stroomstations

De regering moet een versnellingsroute maken voor de bouw en uitbreiding van transformator- en hoogspanningsstations. Dit moet via het programma 'Stroomlijnen energieprojecten'. Trage vergunningen en procedures zorgen nu voor netcongestie. Dat is een tekort aan ruimte op het stroomnet. Hierdoor moeten bedrijven en woningbouwprojecten te lang wachten op een aansluiting.

Motie van de leden Van den Berg en Grinwis over een versnellingsroute voor uitbreiding, verzwaring en nieuwbouw van transformator- en hoogspanningsstations

De kamer, constaterende dat netcongestie leidt tot wachtrijen voor bedrijven, instellingen en woningbouw, en dat cruciale transformator- en hoogspanningsstations bepalend zijn voor het vrijspelen van netcapaciteit; overwegende dat vergunningen, ruimtelijke procedures, onderzoeken en bezwaar- en beroepsprocedures de realisatie van deze projecten nog te vaak vertragen; verzoekt de regering, aanvullend op de reeds lopende generieke versnellingsmaatregelen, binnen het wetgevingsprogramma Stroomlijnen energieprojecten een aparte versnellingsroute uit te werken voor uitbreiding, verzwaring en nieuwbouw van transformator- en hoogspanningsstations die bijdragen aan het oplossen of voorkomen van netcongestie; verzoekt de regering daarbij te bezien hoe vergunningplichten kunnen worden vereenvoudigd, gebundeld of vervangen door algemene regels, hoe procedures parallel en sneller kunnen verlopen met behoud van rechtsbescherming, en hoe cruciale stations als projecten van groot en urgent maatschappelijk belang onder rijksregie of provinciale regie kunnen worden gebracht; verzoekt de regering de Kamer hierover uiterlijk 1 oktober 2026 te informeren.
27 mei | JA21, CU | Aangenomen |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 95%)

Argumenten voor: De partij ziet netcongestie als een groot obstakel voor de woningbouw, de maatschappelijke voorzieningen en de verduurzaming [1]. Er wordt benadrukt dat de aanleg van nieuwe elektriciteitsnetten momenteel te langzaam gaat [3] en dat de vergunningverlening 'op slot' zit [5]. Om dit op te lossen, wil de partij dat de overheid nationale regie neemt over de energie-infrastructuur en inzet op het vereenvoudigen van vergunnings- en beroepsprocedures [2]. Daarnaast wil de partij het mogelijk maken om belangrijke infrastructuur, zoals elektriciteitsvoorzieningen, sneller aan te leggen via wetgeving of tijdelijke regelingen [4].

Argumenten tegen:

Bronnen:

  1. "Het volle stroomnet vormt een groot obstakel voor woningbouw, maatschappelijke voorzieningen en verdere verduurzaming. De elektriciteitsvraag en congestie in het stroomnet stijgen naar verwachting nog verder. We kunnen het ons niet veroorloven om dit machteloos over ons heen te laten komen. Overheden, netbeheerders, bouwers en het bedrijfsleven trekken samen op om de netcongestie aan te pakken. Het netwerk en werk van netbeheer wordt verstevigd, slim gemaakt en omgebouwd voor het toekomstige meer decentrale systeem. We weten dat het een opgave van decennia is en daarom moeten we nu aan de slag."
  2. "De netverzwaring wordt een kwestie van nationaal belang. De overheid neemt nationale regie over de energie-infrastructuur, zet in op het vereenvoudigen van de vergunnings- en beroepsprocedures en heeft oog voor het belang van uitvoering bij netbeheerders, provincies en gemeenten. We stellen extra geld uit het Klimaatfonds beschikbaar om netverzwaring en de warmtetransitie een noodzakelijke impuls te geven. Netbeheerders krijgen snel vergunningen en meer fysieke ruimte om transformatorhuisjes en kabels te realiseren. Vergunningen worden sneller verleend en kritische infrastructuur wordt via nationale coördinatie afgestemd op verwachte vraag en lokale opwekking en opslag."
  3. "Nederland staat voor grote uitdagingen. Een groeiende en vergrijzende bevolking, woningnood, de overgang naar een duurzame energievoorziening, het klimaatvraagstuk, de toekomst van onze landbouw en industrie - het zijn geen nieuwe thema's, maar de urgentie ervan is groter dan ooit. Helaas lopen we vast. Nederland zit op slot. Er worden niet genoeg woningen gebouwd, de aanleg van nieuwe elektriciteitsnetten gaat te langzaam, allerlei vergunningen worden niet verleend. De economie verliest kracht, arbeidsproductiviteit stagneert, verduurzaming wordt belemmerd en het vertrouwen in de overheid brokkelt af."
  4. "Rijk, provincie, gemeente en waterschap samenwerken. Alle provincies moeten meer plancapaciteit gaan programmeren, om het aantal gebouwde woningen te vergroten. Er worden steeds meer woningen in de fabriek gebouwd. Dit moedigen we aan en vereenvoudigen we door een landelijke goedkeuring, zodat niet elk project apart beoordeeld hoeft te worden. We maken het mogelijk om sneller belangrijke infrastructuur aan te leggen, zoals elektriciteitsvoorzieningen of bescherming tegen overstromingen. Hiervoor komt een wet of tijdelijke regeling. Provincies krijgen de taak om snel plannen op te stellen voor bescherming van diersoorten, zodat bouwen en natuur beter samengaan. Bezwaarprocedures worden korter: mensen of groepen zonder direct belang kunnen geen eindeloze vertraging meer veroorzaken. De Raad van State gaat werken met een snelle toets vooraf (zoals in Duitsland), om onnodige rechtszaken eruit te filteren."
  5. "De klimaat- en energietransitie zit in een taaie fase. Klimaatdoelen afspreken bleek nog vrij eenvoudig, klimaatdaden stellen en volhouden blijkt een stuk ingewikkelder. Dat heeft deels te maken met de ingewikkelde internationale context, maar ook met het feit dat Nederland zijn randvoorwaarden voor vergroening van de economie niet op orde heeft: het elektriciteitsnet zit overvol, de vergunningverlening zit op slot en er is een gebrek aan goed opgeleide vakmensen. Die randvoorwaarden moeten met voorrang op orde worden gebracht, anders komen burgers en bedrijven in de knel, omdat er geen reëel handelingsperspectief is (zie ook hoofdstuk 2 'Nederland van het slot')."