De regering moet voorkomen dat zij zich bindt aan de islamitische mensenrechten uit de Verklaring van Caïro. Deze regels mogen ook geen rol spelen bij uitlevering aan Marokko. De Verklaring is gebaseerd op de sharia. Deze regels botsen met westerse mensenrechten, zoals de vrijheid van godsdienst en de gelijkheid van vrouwen. Dit kan het uitleveren van personen onnodig blokkeren.
Motie van het lid Faber over nederland niet indirect binden aan de islamitische mensenrechten
De kamer,
constaterende dat de bepalingen uit het verdrag tussen Nederland en
Marokko worden geleid door de wens dat de mensenrechten van elke
partij worden geëerbiedigd;
constaterende dat Marokko sinds de oprichting in 1969 van de Organisation of Islamic Cooperation (OIC) lid is en dat de Verklaring van Caïro in
1990 is geaccepteerd door het OIC;
overwegende dat de Verklaring van Caïro de islamitische mensenrechten
omvat, die haaks staan op de westerse mensenrechten;
constaterende dat binnen de Verklaring van Caïro alle mensenrechten zijn
onderworpen aan de sharia, die voorziet in onder andere het opleggen
van de doodstraf en de ongelijke behandeling van vrouwen, en die niet
voorziet in de vrijheid van godsdienst;
overwegende dat de islamitische mensenrechten een extra blokkade
vormen voor uitlevering naar Marokko;
verzoekt de regering Nederland niet indirect te binden aan de islamitische
mensenrechten die volgen uit de verklaring van Caïro en te onderschrijven dat dit geen factor is inzake uitlevering.
Argumenten voor: De partij stelt dat mensenrechten voorop staan in alles wat zij doen [4]. Zij wil het internationaal recht gebruiken om mensenrechten en menselijke waardigheid te verdedigen [3] en hecht grote waarde aan het naleven van internationale en Europese verdragen [2]. Daarnaast streeft de partij naar wetgeving die in lijn is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens [1]. De motie, die vraagt om te voorkomen dat Nederland indirect gebonden wordt aan mensenrechten die in strijd zijn met deze waarden, sluit aan bij de visie om de fundamentele rechten en vrijheden te waarborgen [10095, 10400].
Argumenten tegen: Er is in het verkiezingsprogramma weinig informatie te vinden die direct als argument tegen de motie kan dienen.
Bronnen:
"De Wet openbare manifestaties moet in lijn worden gebracht met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Daar waar de Nederlandse wetgeving onvoldoende is, moet die worden aangescherpt."
"Volt houdt vast aan internationale en Europese verdragen. Nederland moet zich houden aan de verdragen wanneer de rechten van vluchtelingen in het geding zijn en niet de randen van de regels opzoeken. De Raad van State dient verplicht nieuwe wetgeving, inclusief onderliggende regelgeving, vooraf te toetsen."
"Het internationaal recht moet worden ingezet om mensenrechten en menselijke waardigheid te verdedigen. Die rechtsorde staat wereldwijd onder druk. Nederland speelt hierin, als thuisland van het Internationaal Strafhof, een centrale rol. Het Internationaal Strafhof is een belangrijk orgaan om internationaal recht te beschermen. Nederland moet het goed functioneren van het Strafhof garanderen door medewerkers beter te beschermen tegen (cyber)aanvallen en tegen sancties die worden opgelegd als reactie op hun werk bij het Strafhof. Ook moet het Strafhof zijn afhankelijkheid van niet-Europese soft- en hardware afbouwen."
"Mensenrechten lijken steeds onbelangrijker te worden. De genocide in Gaza. Rusland dat slachtoffers blijft maken in Oekraïne. En autoritaire leiders als Trump en Orban die lhbtqia+'ers buitensluiten. Maar ook in ons eigen Nederland zetten rechtse partijen vluchtelingen neer als ongewenst en wordt demonstreren steeds lastiger. Het schenden van zulke mensenrechten is niet normaal. Mensenrechten staan voorop in alles wat we doen. Zodat iedereen zich thuis voelt in Nederland, ook in de toekomst."