De regering moet natuur- en milieuorganisaties en medeoverheden betrekken bij wijzigingen in het woningbouwbeleid. Deze groepen moeten meedenken met de bouwsector. Zo worden plannen voor woningen beter afgestemd op de natuur en de omgeving.
Motie van het lid Kostić over in gesprek gaan met natuur- en milieuorganisaties en medeoverheden bij wijziging van woningbouwbeleid
De kamer,
overwegende dat het bij wijziging van beleid en wet- en regelgeving
rondom woningbouw belangrijk is om, naast de bouwsector, ook
medeoverheden en natuur- en milieuorganisaties mee te laten denken;
verzoekt de regering om bij deze wijzigingen ook met natuur- en milieuorganisaties en medeoverheden in gesprek te gaan, af te stemmen en actief
aan de Kamer terug te koppelen wat daaruit is opgehaald.
Argumenten voor: De partij zet sterk in op natuurinclusief bouwen en het beschermen van de natuur en biodiversiteit bij woningbouw [8960, 8904, 8979]. In het programma wordt expliciet genoemd dat het advies van waterschappen (medeoverheden) over de waterbestendigheid van bouwprojecten niet langer vrijblijvend is [2]. Daarnaast wil de partij bij beleid dat dieren raakt proactief advies vragen aan dierenrechtenorganisaties [1] en wordt vroege openbare inspraak voor burgers en anderen gestimuleerd [3].
Argumenten tegen: Er zijn in de verstrekte fragmenten geen argumenten te vinden die tegen de motie ingaan.
Bronnen:
"De overheid vraagt bij beleid dat aan belangen van dieren raakt altijd eerst proactief advies van dierenrechtenorganisaties."
"Alle nieuwbouw wordt circulair gebouwd, gasvrij, natuurinclusief, minstens energieneutraal, en zo mogelijk energiepositief. Zo compenseren we oude woningen die niet (voor 2030) energieneutraal gemaakt kunnen worden. Om te borgen dat bouwprojecten ook waterbestendig zijn, wordt de deskundigheid van waterschappen ingezet en is hun advies niet langer vrijblijvend."
"Vroegtijdige openbare inspraak voor burgers en anderen wordt gestimuleerd en gefaciliteerd."