De regering moet natuur- en milieuorganisaties en medeoverheden betrekken bij wijzigingen in het woningbouwbeleid. Deze groepen moeten meedenken met de bouwsector. Zo worden plannen voor woningen beter afgestemd op de natuur en de omgeving.
Motie van het lid Kostić over in gesprek gaan met natuur- en milieuorganisaties en medeoverheden bij wijziging van woningbouwbeleid
De kamer,
overwegende dat het bij wijziging van beleid en wet- en regelgeving
rondom woningbouw belangrijk is om, naast de bouwsector, ook
medeoverheden en natuur- en milieuorganisaties mee te laten denken;
verzoekt de regering om bij deze wijzigingen ook met natuur- en milieuorganisaties en medeoverheden in gesprek te gaan, af te stemmen en actief
aan de Kamer terug te koppelen wat daaruit is opgehaald.
Argumenten voor: De partij wil de inspraak van belanghebbenden versterken om weerstand bij bouwprojecten te verkleinen [1]. Daarnaast streeft de partij naar het bouwen van wijken waarin wonen en natuur hand in hand gaan [3] en wil zij een visie voor de toekomst waarin ruimte is voor zowel wonen als natuur [4]. De partij benadrukt ook het belang van samenspraak met regionale overheden en partners [6] en het geven van een meer actieve rol aan provincies [5].
Argumenten tegen: De partij wil centrale regie voeren om duidelijkheid te bieden aan provincies en gemeenten [4] en wil bouw- en omgevingsregels harmoniseren om transities te versnellen [2]. Dit kan worden opgevat als een wens voor een efficiënt en strak proces, wat in strijd kan zijn met de tijdrovende aard van uitgebreide consultaties met diverse organisaties.
Bronnen:
"We willen dat de Rijksoverheid aan gemeenten handvatten meegeeft om bij vaststelling van de omgevings- en beleidsvisies inspraak van mensen te versterken en naar voren te halen. Zo nemen we wensen en ideeën van belanghebbenden eerder mee en verkleinen we de kans op weerstand later bij bouwprojecten in het gebied."
"Het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening harmoniseert waar mogelijk gemeentelijke bouw- en omgevingsregels om transities te versnellen, of stelt samen met gemeenten kaders daarvoor op. Zo creëren we één landelijk stelsel van uniforme spelregels voor de (ver-) bouw van nieuwe en bestaande woningen, waarop maar heel beperkt uitzonderingen mogelijk zijn. Daarmee maken we het woningbouwbeleid eenvoudiger toe te passen en beter uitlegbaar. Ook innovatieve bouwmethoden kunnen op deze wijze sneller en vaker grootschalig worden ingezet."
"Daarom bouwen we meer woningen. Sneller, slimmer én duurzamer. We zorgen dat in 2030 alle nieuwbouw klimaatneutraal is en we maken het verduurzamen van bestaande gebouwen makkelijker. We bouwen leefbare wijken met groen, contact en gemak. Bewoners krijgen meer inspraak en verantwoordelijkheid over hun wijk. Zo bouwen we aan wijken waarin wonen, natuur en voorzieningen, zoals scholen en gezondheidscentra, hand in hand gaan."
"We moeten centraal regie voeren op de ruimtelijke ordening en deze integraal bekijken. Het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) moet de keuzes voor de toekomst maken, zodat provincies en gemeenten meer duidelijkheid krijgen. Dan kunnen we in heel Nederland toekomstbestendig bouwen. Volt wil aan de Nota Ruimte een visie toevoegen voor Nederland in 2100. Hierin zorgen we dat er in de toekomst ruimte is voor duurzame landbouw, wonen, natuur, industrie en infrastructuur, met als uitgangspunt een duurzame leefomgeving voor mens en natuur. We passen de Woningwet aan, zodat in de besluitvorming rekening gehouden moet worden met het klimaat en andere leefomstandigheden over 30 jaar."
"De provincies krijgen meer inspraak en een aanjagende rol in het gemeentelijke bouwbeleid. Provincies zetten onder andere hun kennis en kunde in, bijvoorbeeld om gemeenten te helpen bouwplannen en vergunningsaanvragen te beoordelen."
"Door het beter benutten van bestaande bouw kan de woningvoorraad verder worden vergroot. De Rijksoverheid ontwikkelt in samenspraak met regionale overheden en partners in de huisvesting een landelijke stimuleringsmaatregel voor het splitsen, optoppen, aanplinten, bijplaatsen en transformeren van bestaande bebouwingen. Ook het wegnemen van bestaande belemmeringen in de fiscale, milieu- en sociale wetgevingen worden hierin meegenomen."