De regering moet natuur- en milieuorganisaties en medeoverheden betrekken bij wijzigingen in het woningbouwbeleid. Deze groepen moeten meedenken met de bouwsector. Zo worden plannen voor woningen beter afgestemd op de natuur en de omgeving.
Motie van het lid Kostić over in gesprek gaan met natuur- en milieuorganisaties en medeoverheden bij wijziging van woningbouwbeleid
De kamer,
overwegende dat het bij wijziging van beleid en wet- en regelgeving
rondom woningbouw belangrijk is om, naast de bouwsector, ook
medeoverheden en natuur- en milieuorganisaties mee te laten denken;
verzoekt de regering om bij deze wijzigingen ook met natuur- en milieuorganisaties en medeoverheden in gesprek te gaan, af te stemmen en actief
aan de Kamer terug te koppelen wat daaruit is opgehaald.
Argumenten voor: De partij stelt dat voor een effectieve uitvoering van emissiereductie en ruimtelijke ordening, het Rijk, de provincies en de gemeenten moeten samenwerken [5].
Argumenten tegen: De partij wil de woningbouw versnellen door regels, procedures en bureaucratie te schrappen [1]. Ze geven expliciet aan dat de belangen van woningzoekenden moeten gaan boven die van vleermuizen en beroepsbezwaarmakers [1]. Daarnaast wil de partij de ruimte voor mensen om tegen bouwplannen te procederen beperken om vertraging te voorkomen [3]. Ook streeft de partij naar meer centrale regie en landelijke sturing om de bouw sneller en efficiënter te maken [4][2][6].
Bronnen:
"Tien jaar. Zo lang duurt het soms wel om een huis bouwen. Niet omdat het bouwen van een huis dat vraagt, maar omdat de overheid eindeloos doet over het verstrekken van vergunningen. En dan hebben we het nog niet gehad over alle juridische procedures die de bouw van een huis bemoeilijken. Dat is onacceptabel in een land met woningnood. We kiezen voor de woningzoekenden in plaats van vleermuizen en beroepsbezwaarmakers. We gaan daarom schrappen, schrappen, schrappen. In regels, in procedures en in bureaucratie. Een huis hoort niet in tien jaar te staan, maar in een paar jaar. Dat wordt een topprioriteit. Omdat de woningzoekende niet kan wachten."
"Schoner en sneller bouwen: De huizen die we bouwen, moeten op een snelle en schone manier worden gerealiseerd. We gaan meer woningen fabrieksmatig produceren. Tegelijkertijd komt er landelijke sturing op de bouwtechnische eisen, zodat kwaliteit, snelheid en betaalbaarheid hand in hand gaan. Daarvoor gaan we vergunningseisen op landelijk niveau vastleggen, zodat een goedgekeurde woning in Groningen ook direct in Limburg mag worden gebouwd."
"Minder ruimte voor NIMBY's: Te vaak procederen mensen nu tegen bouwplannen alleen met als doel om deze plannen te vertragen. Daarom beperken we wanneer mensen belanghebbende zijn en kunnen procederen, willen we dat bezwaren vaker gelijk naar de Raad van State gaan, zodat procedures niet gestapeld worden en schrappen we de overvloed aan bouwregels waar nu tegen geprocedeerd kan worden."
"De tweede keuze die we moeten maken is of we de woningmarkt blijven vastzetten met regels, of zorgen voor groei door eindelijk weer ruimte geven te aan de markt. De VVD kiest voor dat tweede. Er moeten veel meer woningen bij. Alleen dan komt die eigen plek weer in beeld voor iedereen die hard werkt aan de toekomst. We werken aan veel meer nieuwbouw én meer ruimte in de bestaande bouw. Ook aan doorstroming is belangrijk. Want alleen als er aantrekkelijke seniorenwoningen of betaalbare doorgroeiwoningen bijkomen, komen empty nesters en scheefwoners in beweging. We gaan flink schrappen in bouwregels en nemen maatregelen die de betaalbaarheid van koop- én huurhuizen vergroten. De rem op bouwen moet eraf. Dat vraagt om centrale regie. Ruimtelijke ordening kan niet langer alleen bij gemeenten liggen, want er zijn meer locaties nodig dan nu beschikbaar komen. Wij kiezen voor meer regie, meer doorstroming, meer huizen, maar minder regels. Een functionerende woningmarkt waar je met een normaal salaris een goed huis kunt bemachtigen."
"Fors verminderen van de stikstofuitstoot: We gaan zorgen voor concrete, generieke stikstofreductie door te sturen op emissies waarbij alle sectoren evenredig bijdragen. Zo komt er weer ruimte voor vergunningverlening. De huidige wetgeving kent reductiedoelen voor de berekende hoeveelheid neerslag op natuurgebieden. We gaan deze KDW-doelen vervangen door sectorgebonden emissieplafonds, inclusief wettelijke tussendoelen, die optellen tot 50% geborgde emissiereductie in 2035. Daarnaast is er een gebiedsgerichte aanpak nodig voor de gebieden waar de problematiek het zwaarst speelt, zoals bij De Peel en De Veluwe, met regionale betrokkenheid noodzakelijke keuzes over aanvullende emissiereductie en extensivering. Rijk, provincies en gemeenten moeten samenwerken om te komen tot een effectieve uitvoering, onder meer met ruimtelijke ordeningsinstrumentarium, ondersteuning van nieuwe verdienmodellen, vrijwillige regelingen en gerichte inzet van middelen voor agrarisch natuurbeheer."
"Bouwbonus en regie: Het Rijk krijgt de regie op de ruimtelijke ordening en bouwproductie terug. Gemeenten die bouwrecords breken krijgen een financiële bonus om in nieuwe woningbouwplannen te investeren. Gemeenten die achterlopen op de bouwplannen krijgen hulp van het ministerie om de woningbouwproductie op te schalen."