Onderzoek naar paraatheid bij pandemieën

De regering moet de Onderzoeksraad voor Veiligheid vragen om een onafhankelijk onderzoek naar de pandemische paraatheid. Het is nodig om tijdig te controleren of de investeringen en maatregelen genoeg zijn om Nederland te beschermen tegen toekomstige infectieziekten.

Motie van het lid Bikker c.s. over een onafhankelijke beoordeling van de Nederlandse pandemische paraatheid

De kamer, constaterende dat de eerdere bezuinigingen op de pandemische paraatheid in betekenisvolle mate zijn teruggedraaid en er met deze Voorjaarsnota geïnvesteerd wordt in de voorbereiding op toekomstige pandemieën; overwegende dat het van groot belang is om tijdig te toetsen of de huidige investeringen, maatregelen en ondersteuning van betrokken partijen voldoende zijn om Nederland voldoende weerbaar te maken tegen toekomstige grootschalige infectie-uitbraken; verzoekt de regering de Onderzoeksraad voor Veiligheid, of zo nodig een ander geschikt onafhankelijk publiek instituut, te verzoeken een onafhankelijke beoordeling uit te voeren van de Nederlandse pandemische paraatheid, waaronder in ieder geval de vraag of het kabinet voldoende maatregelen treft om de pandemische paraatheid te versterken en of betrokken partijen, waaronder veiligheidsregio's, zorginstellingen en uitvoeringsorganisaties, voldoende worden ondersteund om hun taken uit te voeren, en de Kamer hierover te informeren.
1 juni | CU, 50PLUS, GL-PvdA, JA21, SP |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (onzeker, 60%)

Argumenten voor: De partij wil dat Nederland weerbaarder wordt in een instabiele wereld [3] en wil dat de krijgsmacht in staat is om bij te springen bij rampen en crises [4]. Daarnaast investeert de partij in (biomedisch) onderzoek naar de gevolgen van infecties, zoals long covid en andere post-acute infectiesyndromen [1]. Een onafhankelijke toetsing van de pandemische paraatheid sluit aan bij het doel om de weerbaarheid en de voorbereiding op crises te versterken.

Argumenten tegen: De partij richt haar aandacht op veiligheid en weerbaarheid voornamelijk op het gebied van defensie [4117, 4119], inlichtingen [2] en geopolitieke spanningen [3]. Er wordt in de tekst geen directe verwijzing gemaakt naar de gezondheidszorg of de noodzaak voor een beoordeling van de pandemische paraatheid.

Bronnen:

  1. "Er wordt meer geïnvesteerd in (biomedisch) onderzoek naar en behandeling van long covid en ME/CVS en andere PAIS (post acute infectiesyndromen). De opgerichte expertisecentra blijven behouden. Professionals in poortwachtersfuncties (zoals huisartsen, bedrijfsen verzekeringsartsen) worden beter geschoold."
  2. "en groei van werkgelegenheid. We rusten de Nederlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten zowel financieel als qua bevoegdheden toe om de Nederlandse veiligheidsbelangen te beschermen."
  3. "Vrijheid en democratie zijn niet vanzelfsprekend. Er is een oorlog gaande in Europa. Toenemende geopolitieke spanningen zorgen voor onzekerheid en een schemergebied tussen oorlog en vrede. In een instabiele wereld moeten Europa en Nederland meer op eigen benen staan om onze veiligheid en democratische rechtsorde te beschermen en weerbaarder te worden. De rechtsstaat en ons vrije democratische bestel staan niet alleen onder druk van (sabotage door) andere landen, maar ook door terroristische dreiging van het jihadisme, criminele ondermijning of extremistische netwerken die onze rechtsorde bedreigen."
  4. "De basisgereedheid van onze krijgsmacht moet op orde zijn, zodat de krijgsmacht aan de hoofdtaken kan blijven voldoen. Daarbij moet prioriteit liggen bij het verdedigen van het grond gebied van Nederland en bondgenoten. Verder moet de krijgsmacht in staat blijven nationale bijstand te verlenen bij rampen en crises (zoals langdurige stroomuitval of watersnood). Ook investeren we in luchtverdediging en veilige communicatie, en zorgen we ervoor dat eenheden van de krijgsmacht in staat zijn gevechtstaken uit te voeren en zich hierop voor te bereiden. Daarnaast zet Nederland in op hoogtechnologische capaciteiten, om te kunnen optreden tegen dreigingen vanuit het cyberdomein en hybride dreigingen. Hiermee beschikt onze krijgsmacht over unieke capaciteiten die het verschil maken bij bondgenootschappelijk optreden."