De regering moet uiterlijk in oktober 2026 een nieuw ambtsbericht over Syrië brengen. Dit is een officieel verslag over de situatie in dat land. De regering moet ook met andere EU-landen overleggen. Dit helpt om de terugkeer van Syriërs en het opnieuw beoordelen van hun asielvergunningen te versnellen.
Motie van het lid Boomsma over met een nieuw ambtsbericht over Syrië komen en het proces voor de terugkeer van Syriërs zo veel mogelijk versnellen
De kamer,
overwegende dat het kabinet stelt dat de omstandigheden in Syrië niet
zodanig zijn gewijzigd dat kan worden gesproken van een «nietvoorbijgaande situatie» zoals juridisch vereist en daarom in Q4 met een
nieuw ambtsbericht wil komen;
overwegende dat de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU
nog niet is uitgekristalliseerd ten aanzien van het intrekken van subsidiaire
bescherming;
verzoekt de regering:
– zo vroeg mogelijk met een nieuw ambtsbericht te komen en niet later
dan oktober 2026;
– in overleg te treden met andere EU-lidstaten, waaronder in ieder geval
Duitsland, om het proces voor de terugkeer van Syriërs en herbeoordelingen van asielvergunningen zoveel mogelijk te versnellen.
Argumenten voor: De partij wil een leidende rol spelen in het veilig verklaren van landen, zodat de terugkeer van asielzoekers zo spoedig mogelijk kan worden gestart [1]. Daarnaast streeft de partij naar een intensivering van het terugkeerbeleid [2] en wil zij samenwerken met gelijkgestemde EU-lidstaten om de terugkeer te bevorderen [3].
Argumenten tegen: Er is in de verstrekte fragmenten geen informatie te vinden die als argument tegen de motie kan dienen.
Bronnen:
"Het landenbeleid wordt aangescherpt: Nederland moet binnen Europa een leidende rol spelen in het veilig verklaren van (delen van) landen. Op basis hiervan kan dan zo spoedig mogelijk worden begonnen met de terugkeer van asielzoekers die hier niet meer horen te zijn."
"De migratieketen wordt versterkt: De IND krijgt voldoende capaciteit om zaken snel af te handelen, zodat er snel duidelijkheid komt over wie hier wel en wie hier niet mag blijven. Hetzelfde geldt voor het COA. De Dienst Terugkeer en Vertrek krijgt hierbij extra aandacht, waardoor het terugkeerbeleid kan worden geïntensiveerd."
"Een streng asielbeleid begint en eindigt niet aan de Nederlandse landsgrenzen, maar aan de Europese buitengrenzen. Daarom willen wij dat onze stelselwijziging niet alleen nationaal, maar ook Europees beleid wordt. Wij willen hierbij samenwerken met gelijkgestemde EU-lidstaten. Tegelijkertijd wil de VVD dat er in Brussel op korte termijn maatregelen worden genomen om irreguliere migratie tegen te gaan en terugkeer te bevorderen."