Geen extra nationale klimaatregels

De regering moet bij het klimaatbeleid geen extra Nederlandse regels en doelen maken die verder gaan dan wat Europa verplicht. Klimaatbeleid moet namelijk betaalbaar blijven en de Nederlandse bedrijven niet schaden. Ook moet de regering in Europa inzetten op meer flexibiliteit bij het halen van de klimaatdoelen.

Motie van de leden Hoogeveen en Van den Berg over in Europees verband inzetten op maximale flexibiliteit bij het behalen van klimaatdoelen

De kamer, constaterende dat Nederland zich heeft gebonden aan internationale en Europese klimaatverplichtingen; constaterende dat de Nederlandse Klimaatwet nationale doelstellingen bevat voor 2030 en 2050 en dat de Europese klimaatwet inmiddels tevens een bindend tussendoel voor 2040 bevat; constaterende dat de Algemene Rekenkamer heeft vastgesteld dat doelen voor het terugdringen van CO2-uitstoot hoogstwaarschijnlijk niet worden gehaald; overwegende dat klimaatbeleid alleen houdbaar is wanneer het betaalbaar en uitvoerbaar blijft en verenigbaar blijft met energiezekerheid, leveringszekerheid en het concurrentievermogen van Nederland; overwegende dat Nederland geen nationale koppen boven op Europese verplichtingen dient te hanteren; verzoekt de regering bij de uitwerking van klimaatbeleid af te zien van aanvullende nationale normen, verplichtingen en sectorale doelstellingen die verder gaan dan noodzakelijk is voor het voldoen aan Europese en internationale verplichtingen; verzoekt de regering zich in Europees verband in te zetten voor maximale flexibiliteit bij het behalen van klimaatdoelen, met nadruk op kosteneffectiviteit, technologische neutraliteit en bescherming van het Nederlandse concurrentievermogen.
3 juni | JA21 | Verworpen: 32–118 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma BBB

Stemverwachting: voor (erg zeker, 100%)

Argumenten voor: De partij wil expliciet geen 'nationale koppen' bovenop de Europese klimaatregelgeving, zoals aanvullende CO2-heffingen [1][2][5]. Het huidige klimaatbeleid wordt door de partij als onhoudbaar gezien omdat het de betaalbaarheid en uitvoerbaarheid voor burgers en bedrijven onder druk zet [3], terwijl de economische belangen en concurrentiekracht van Nederland centraal moeten staan [4][6]. Bovendien pleit de partij voor een realistisch beleid dat de industrie niet straft en de concurrentiepositie binnen Europa beschermt [9][8]. De partij benadrukt dat klimaatmaatregelen effectief en haalbaar moeten zijn [10] en gebaseerd moeten worden op een kosten-batenanalyse [7].

Argumenten tegen: Er is in de verstrekte tekst geen informatie te vinden die de partij zou motiveren om tegen deze motie te stemmen.

Bronnen:

  1. "BBB is kritisch op de opstelling van Nederland als 'klimaatkoploper' binnen Europa. Wij willen geen nationale kop bovenop Europese regelgeving, zoals aanvullende CO2-heffingen of overhaaste sluiting van kolencentrales."
  2. "Het afschaffen van nationale koppen op Europees klimaatbeleid (zoals extra CO2-heffing)."
  3. "Ook de energierekening is voor veel mensen een zware last geworden. Het klimaatbeleid in Nederland is doorgeslagen, met torenhoge kosten voor burgers en bedrijven, terwijl het wereldwijde klimaateffect minimaal is. De balans is zoek: regelgeving stapelt zich op, is vaak onduidelijk, onuitvoerbaar of werkt zelfs averechts. BBB wil schrappen in regels die niet werken. Klimaatbeleid moet haalbaar, uitvoerbaar en betaalbaar zijn. We herzien afspraken als ze leiden tot onrealistische ambities of onbetaalbare oplossingen. Geen nationale koppen op Europees beleid."
  4. "Klimaatbeleid en welvaart. Het klimaatbeleid wordt ingebed binnen het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, waarbij economische belangen en brede welvaart leidend zijn. BBB wil dat klimaatmaatregelen uitvoerbaar, betaalbaar en effectief zijn en bijdragen aan innovatie, concurrentiekracht en regionale ontwikkeling."
  5. "Geen nationale koppen. Nederland maakt keuzes die in het belang van Nederland zijn. Er mogen geen nationale koppen komen op Europees beleid waarmee we ons zwaardere verplichtingen opleggen dan de EU voorschrijft."
  6. "De concurrentiekracht van Nederland neemt af door extra regelgeving, hoge lasten en een gebrek aan economisch strategisch beleid. Europese regels worden vaak vergaand doorvertaald en nationaal verzwaard. We zetten in op een economie die past bij de kracht van Nederland: slimme landbouw, technische innovatie, hoogwaardige productie en sterke regio's. Economisch beleid moet gericht zijn op versterking van ons concurrentie- en verdienvermogen."
  7. "Gebaseerd zijn op een kosten-batenanalyse van impact, ook in relatie tot onze minimale wereldwijde CO2-bijdrage."
  8. "We vinden het belangrijk dat de Nederlandse bedrijven niet verder op achterstand komen ten opzichte van hun concurrenten in Europa en dat er geen verdere nationale koppen op Europese fiscale maatregelen komen. Dus geen verdere beperkingen van de renteaftrek en geen Nederlandse koppen op de Europese CO2-heffing."
  9. "Stoppen met extra CO2-heffing voor industrie. De Nederlandse industrie staat onder grote druk door oplopende kosten, internationale concurrentie en een onzeker investeringsklimaat. BBB wil de extra nationale CO2-heffing voor de industrie daarom terugdraaien. Deze heffing, boven op het Europese ETS-systeem, schaadt ons vestigingsklimaat en jaagt bedrijven de grens over zonder aantoonbaar klimaateffect. BBB kiest voor een realistisch klimaatbeleid dat ondernemers niet straft, maar ondersteunt bij innovatie en verduurzaming. Door het afschaffen van de nationale CO2-heffing behouden we banen, versterken we onze industrie en voorkomen we 'carbon lekkage' naar landen met een minder ambitieus klimaatbeleid."
  10. "Klimaatverandering is van alle tijden. De temperatuur op aarde verandert voortdurend. Door natuurlijke processen, zoals ijstijden, maar ook door menselijke invloed. Hoewel de mate van menselijke invloed onderwerp van debat blijft, vindt BBB dat we als samenleving vanuit rentmeesterschap onze negatieve invloed op het milieu moeten beperken, waar dat haalbaar, betaalbaar en effectief is. Tegelijkertijd mogen we de opgave niet ideologisch benaderen. Klimaatbeleid moet geen religie worden, maar een nuchtere beleidsopgave waarin haalbaarheid, draagvlak en de balans met andere publieke doelen voorop staan."