De regering moet bij het klimaatbeleid geen extra Nederlandse regels en doelen maken die verder gaan dan wat Europa verplicht. Klimaatbeleid moet namelijk betaalbaar blijven en de Nederlandse bedrijven niet schaden. Ook moet de regering in Europa inzetten op meer flexibiliteit bij het halen van de klimaatdoelen.
Motie van de leden Hoogeveen en Van den Berg over in Europees verband inzetten op maximale flexibiliteit bij het behalen van klimaatdoelen
De kamer,
constaterende dat Nederland zich heeft gebonden aan internationale en
Europese klimaatverplichtingen;
constaterende dat de Nederlandse Klimaatwet nationale doelstellingen
bevat voor 2030 en 2050 en dat de Europese klimaatwet inmiddels tevens
een bindend tussendoel voor 2040 bevat;
constaterende dat de Algemene Rekenkamer heeft vastgesteld dat doelen
voor het terugdringen van CO2-uitstoot hoogstwaarschijnlijk niet worden
gehaald;
overwegende dat klimaatbeleid alleen houdbaar is wanneer het
betaalbaar en uitvoerbaar blijft en verenigbaar blijft met energiezekerheid,
leveringszekerheid en het concurrentievermogen van Nederland;
overwegende dat Nederland geen nationale koppen boven op Europese
verplichtingen dient te hanteren;
verzoekt de regering bij de uitwerking van klimaatbeleid af te zien van
aanvullende nationale normen, verplichtingen en sectorale doelstellingen
die verder gaan dan noodzakelijk is voor het voldoen aan Europese en
internationale verplichtingen;
verzoekt de regering zich in Europees verband in te zetten voor maximale
flexibiliteit bij het behalen van klimaatdoelen, met nadruk op kosteneffectiviteit, technologische neutraliteit en bescherming van het Nederlandse
concurrentievermogen.
Argumenten voor: De partij wil voorkomen dat vermindering van uitstoot in eigen land leidt tot hogere uitstoot elders [1]. Ook wordt aangegeven dat nationale heffingen bovenop Europese maatregelen niet altijd effectief zijn omdat vervuiling dan simpelweg verplaatst wordt [2]. Daarnaast wil de partij voorkomen dat het bedrijfsleven wordt overladen met onnodige regeldruk [2].
Argumenten tegen: De partij richt zich expliciet op een hogere reductie in 2030 dan het minimale doel, om te voorkomen dat tegenvallers de doelstellingen niet halen [1]. Bovendien vindt de partij dat ambitieus klimaatbeleid noodzakelijk is om de schepping te bewaren [4310, 4305] en dat het veranderende klimaat vraagt om doortastend beleid [3]. Daarnaast wil de partij de nationale CO2-heffing als instrument behouden [4].
Bronnen:
"Wij zien het Akkoord van Parijs en de Europese doelstellingen die daarop zijn gebaseerd als een goede basis. Dat geldt ook voor de Nederlandse Klimaatwet waarin is vastgelegd dat we in 2030 55% CO2-reductie moeten hebben behaald ten opzichte van 1990. De ChristenUnie richt zich op een hogere reductie in 2030, zodat tegenvallers er niet direct toe leiden dat we het minimale doel niet halen. Vermindering van uitstoot in eigen land mag niet leiden tot hogere uitstoot elders. Daarom wordt bij klimaatbeleid zoveel mogelijk ingezet op een Europees gelijk speelveld, met zo min mogelijk weglek. We normeren verstandig, maken gerichte afspraken met (top)sectoren en subsidiëren innovatie, zoals via schoon- en emissieloos bouwen. In het Klimaatfonds trekken we extra geld uit voor energie-infrastructuur, zoals elektriciteits- en wartmenetten, isolatie van huizen en verduurzaming van de industrie, zodat Nederland een sterke en schone industriële sector behoudt."
"We zien aanvullende Europese regelgeving voor verduurzaming en maatschappelijk verantwoord ondernemen niet als bedreiging, maar als een kans. Het is zaak om dergelijke regelingen proactief en verstandig te implementeren, om niet de boot te missen, en te voorkomen dat het bedrijfsleven wordt overladen met onnodige regeldruk en onduidelijkheid. De opbrengsten van beprijzingsmechanismen als ETS-2 komen ten goede aan de vergroening van de economie en financiële compensatie van bedrijven en burgers. Nationale heffingen bovenop Europese maatregelen zijn niet altijd effectief, omdat vervuiling in sommige gevallen niet minder wordt, maar simpelweg verplaatst. Dergelijke effecten moeten worden meegewogen bij beleidsvorming."
"Het veranderende klimaat vraagt om doortastend beleid. We nemen onze verantwoordelijkheid om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, en maken Nederland weerbaar tegen extreme weersomstandigheden. Tegelijkertijd kiezen we voor een ruimtelijke ordening waarin water en bodem sturend zijn. Zo gaan we verstandig om met de ruimte die we hebben en is er toekomst voor natuur, landbouw, wonen en energie."
"Om grote uitstoters te verduurzamen, steunen we het Europese plan om versneld de uitstootrechten voor broeikasgassen in het emissiehandelssysteem in 2040 naar nul af te bouwen. We blijven werk maken van maatwerkafspraken met grote, strategische bedrijven en sectoren. Bedrijven die een plan hebben om volledig te verduurzamen, krijgen steun. De nationale CO2-heffing blijft als instrument bestaan, maar zetten we voor bedrijven waar de overheid in gebreke blijft op nul. Het doel van de heffing is niet om geld op te halen. Mochten er opbrengsten zijn, dan komen die ten goede aan de industrie om de overstap van fossiele naar duurzame productiemethoden te realiseren. We maken in Europees verband werk van het normeren van de vraag, zodat er ook Europese markten zijn voor de duurzaam (en circulair) geproduceerde producten. We stimuleren waterstofinnovatie, om duurzaam opgewekte energie ook te kunnen gebruiken. Naast eigen productie en opslag in Nederland richten we ons op de import van groene waterstof uit landen waar meer ruimte is voor duurzame energieopwekking."