De regering moet in het Financieel Jaarverslag van het Rijk duidelijk onderscheid maken tussen consumptieve uitgaven (geld voor dagelijkse kosten) en investeringen. De regering moet ook jaarlijks laten zien hoe de verhouding tussen deze twee groepen verandert. Dit is nodig om te begrijpen wat uitgaven doen met de economische groei en de financiële toekomst van Nederland.
Motie van het lid Inge van Dijk c.s. over in het Financieel Jaarverslag van het Rijk consequent onderscheid maken tussen consumptieve uitgaven en investeringen
De kamer,
constaterende dat in de rijksbegroting en het Financieel Jaarverslag van
het Rijk zowel uitgaven met een consumptief karakter als uitgaven met
een investeringskarakter zijn opgenomen;
overwegende dat een helder en consequent onderscheid tussen
consumptieve uitgaven en investeringen noodzakelijk is om inzicht te
verkrijgen in de effecten van overheidsuitgaven op het toekomstige
verdienvermogen, de economische groei en de houdbaarheid van de
overheidsfinanciën;
verzoekt de regering om ook in het Financieel Jaarverslag van het Rijk
consequent onderscheid te maken tussen consumptieve uitgaven en
investeringen;
verzoekt de regering tevens jaarlijks inzichtelijk te maken hoe de
verhouding tussen deze categorieën zich ontwikkelt en toe te lichten welke
effecten deze verhouding naar verwachting heeft op het toekomstige
verdienvermogen, de economische ontwikkeling en de houdbaarheid van
de overheidsfinanciën.
Argumenten voor: De partij wil investeren in sectoren met grote maatschappelijke waarde zoals zorg en onderwijs [2] en zet in op structurele investeringen in plaats van tijdelijke subsidies [5]. Daarnaast streeft de partij naar het beperken van consumptie [1] en wil zij een grondstoffenplafond in de Rijksbegroting om dit te ondersteunen [4]. Ook de wens voor transparantie in overheidsbesluitvorming [3] en de focus op de impact van beleid op toekomstige generaties via een generatietoets [6] sluiten aan bij de motie.
Argumenten tegen: De motie vraagt om inzicht in de effecten van uitgaven op de economische groei, terwijl de partij juist wil stoppen met het rapporteren van economische groei en de Monitor Brede Welvaart leidend wil maken [6].
Bronnen:
"Reclame moedigt overconsumptie aan. We stoppen daarom met reclame voor consumptiegoederen en -diensten in de openbare ruimte. Bovendien wordt het aantal locaties voor (buiten)reclame, zowel traditioneel als digitaal, drastisch teruggebracht."
"We investeren in sectoren met grote maatschappelijke waarde en lage ecologische druk, zoals zorg, onderwijs, duurzame bouw, hernieuwbare energie en reparatiesectoren. Zo wordt welzijn niet afhankelijk van koopkracht of economische groei, maar gegarandeerd als basisrecht voor iedereen."
"Overheden en semi-overheidsorganisaties geven het goede voorbeeld door honderd procent groen, eerlijk en diervriendelijk in te kopen. Het inkoopproces van overheden wordt transparant en inzichtelijk voor iedereen."
"In de Rijksbegroting komt naast de uitgavenplafonds ook een grondstoffenplafond. De overheid mag alleen beleid en plannen uitvoeren als dat binnen het grondstoffenplafond past. Er komt een nationaal plan met afdwingbare doelstellingen om het aantal spullen dat we produceren en consumeren omlaag te brengen. De duurzame, circulaire optie wordt de aantrekkelijke optie en we verrekenen milieuschade in de prijzen van producten."
"Investeringen in het onderwijs worden structureel, in plaats van tijdelijke en steeds wisselende subsidies. Hierdoor kunnen scholen zelf langetermijnbeleid ontwikkelen dat kwalitatief en inclusief onderwijs ten goede komt."
"In plaats van het Bruto Binnenlands Product (BBP) maken we de Monitor Brede Welvaart leidend in beleid. De overheid stopt met rapporteren van economische groei. We voeren een verplichte generatietoets in om te garanderen dat overheidsbeleid ook rechtvaardig is voor toekomstige generaties. Nederland wordt zo snel mogelijk lid van het Wellbeing Economy Governments partnership."