Beter inzicht in de resultaten van beleid

De regering moet voor het Verantwoordingsdebat (een debat over de besteding van belastinggeld) laten weten welke onderwerpen extra uitleg nodig hebben en welke ministers daarover spreken. Nu gaat de uitleg vooral over geld. Er is echter ook meer inzicht nodig in de inhoudelijke resultaten van het beleid. Zo weet de Kamer beter of de doelen echt zijn gehaald.

Motie van de leden Inge van Dijk en Grinwis over een nadere toelichting op beleidsthema's en een bredere afvaardiging van het kabinet bij het Verantwoordingsdebat

De kamer, constaterende dat: – de Algemene Rekenkamer herhaaldelijk wijst op het belang van een betere aansluiting tussen beleidsdoelen, uitvoering en verantwoording; – de rijksbrede verantwoording in de praktijk primair via de Minister van Financiën plaatsvindt, terwijl inhoudelijke toelichting doorgaans bij vakministers ligt; overwegende dat: – effectieve verantwoording inzicht vereist in zowel financiële als inhoudelijke keuzes en gerealiseerde resultaten; – verantwoording in openheid dient plaats te vinden en dient aan te sluiten bij de inhoud van beleid; – dit niet noodzakelijkerwijs hoeft te leiden tot een structurele uitbreiding van het aantal bewindspersonen in het Verantwoordingsdebat, maar wel tot een doelmatiger inrichting daarvan; verzoekt de regering: – jaarlijks, mede op basis van de bevindingen van de Algemene Rekenkamer, voorafgaand aan het Verantwoordingsdebat aan de Kamer kenbaar te maken op welke beleidsthema’s het kabinet nadere toelichting noodzakelijk acht en met welke bredere afvaardiging het het Verantwoordingsdebat wil gaan voeren, in het bijzonder waar de realisatie van doelen de verantwoordelijkheid van meerdere bewindspersonen raakt, zonder dat dit leidt tot onnodige versnippering of uitbreiding van het debat; – deze werkwijze toe te passen met ingang van het eerstvolgende Verantwoordingsdebat.
3 juni | CDA, CU | Aangenomen: 131–19 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma JA21

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 85%)

Argumenten voor: De partij wil de wetgevende macht versterken [2] en streeft naar een overheid die kleiner en doeltreffender is [5]. Daarnaast vindt de partij dat er voor de uitgaven van de overheid meer duidelijkheid moet zijn over het rendement [3]. De motie, die vraagt om een betere aansluiting tussen beleidsdoelen en verantwoording en een doelmatiger inrichting van het Verantwoordingsdebat, sluit hierbij aan. Ook de wens om de informatievoorziening te verbeteren zodat de volksvertegenwoordiging beter kan sturen [1], wordt ondersteund door de motie.

Argumenten tegen: De partij wil de collectieve lastendruk verlagen en het aantal ambtenaren structureel terugbrengen [4]. Men zou kunnen vrezen dat een extra procedure voor de regering leidt tot meer regeldruk of een grotere overheid, hoewel de motie expliciet benadrukt dat het gaat om een doelmatiger inrichting zonder onnodige uitbreiding of versnippering.

Bronnen:

  1. "Naast de reeds ingebouwde controlemechanismen in de rapportages door ministeries moeten de Eerste en Tweede Kamer betere handvatten krijgen om subsidia -riteit te waarborgen binnen Europese verordeningen en richtlijnen. JA21 staat voor een Europese Unie die trouw blijft aan het subsidiariteitsbeginsel. Er moet onderzocht worden hoe de informatievoorziening verbeterd kan worden opdat deze wetgeving ook een grotere rol kan spelen in het publieke debat. Wetgeving die in Nederland impact heeft, moet tijdig besproken worden in de Tweede Kamer, zodat de volksvertegenwoordiging sturing kan geven. Ministers en staatssecretarissen mogen geen Europese besluiten steunen zonder een mandaat van het parlement."
  2. "De minister dient zich niet alleen te richten op het efficiën -ter maken van de overheid, maar in de tweede plaats ook op het versterken van de wetgevende macht. Decentrale besluitvorming speelt hierin een belangrijke rol. Het subsidiari -teitsbeginsel, dat stelt dat een hogere overheid alleen taken op zich neemt als een lagere overheid daartoe niet in staat is, moet zo veel mogelijk nageleefd worden. De Minister voor"
  3. "De collectieve lastendruk in Nederland is te hoog en de overheid geeft steeds meer geld uit zonder dat daar altijd een duidelijk rendement tegenover staat. Het aantal ambtenaren blijft maar groeien. Werkenden en ondernemers voelen de re -kening: hogere belastingen, meer regeldruk en minder ruimte om te investeren en te groeien. Daarnaast groeit de staatsschuld: het CPB waarschuwt dat de Nederlandse staatsschuld naar 126% van het bbp gaat in 2060. Deze combinatie zet onze concurrentiepositie en toekomstige welvaart onder druk."
  4. "Lagere lasten en een kleine overheid. We willen de hoge collectieve lastendruk verlagen en het aantal ambtenaren structureel terugbrengen."
  5. "Onze plannen stellen alle Nederlanders in staat de schouders eronder te zetten op een manier die hen past. Daarvoor moet het vertrouwen tussen overheid en politiek hersteld worden: mensen moeten zelf zeggenschap krijgen, in plaats van een steeds verder uitdijende, ineffi -ciënte overheid die bepaalt wat goed voor hen is. Daarom pleit JA21 voor een Minister voor Overheidsefficiëntie en Autonomie. Dit is geen extra bestuurslaag, maar een instrument om de overheid kleiner en doeltreffender te maken."