Geen staatssteun voor wind op zee

De regering moet geen extra geld geven aan bedrijven die meedoen aan de aanbestedingen voor wind op zee. Wind op zee is de laatste tijd namelijk niet altijd winstgevend. Bij de vorige ronde wilde niemand meedoen zonder miljarden aan staatssteun van de overheid.

Motie van het lid Vermeer over geen aanvullende middelen ter beschikking stellen aan mogelijke aanbieders bij komende aanbestedingen voor wind op zee

De kamer, constaterende dat er aanstaande september een nieuwe aanbesteding start voor wind op zee; overwegende dat de businesscase voor wind op zee de laatste jaren niet altijd winstgevend is gebleken; overwegende dat bij de laatste aanbesteding voor wind op zee geen enkele aanbieder wilde inschrijven zonder miljarden aan aanvullende staatssteun; verzoekt de regering bij de komende aanbestedingen voor wind op zee geen aanvullende middelen ter beschikking te stellen aan (mogelijke) aanbieders van wind op zee.
3 juni | BBB | Verworpen: 48–102 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma Volt

Stemverwachting: tegen (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij wil dat subsidies worden ingezet voor projecten die op de lange termijn maatschappelijk relevant, duurzaam en rendabel zijn, maar die door een tekort aan fondsen momenteel niet kunnen opstarten [2].

Argumenten tegen: De partij ziet wind op zee als een cruciaal onderdeel van het toekomstige energiesysteem om klimaatdoelstellingen te behalen [1]. Daarnaast wil de partij geld besteden aan sectoren met groeiperspectief [3] en specifiek subsidies richten op duurzame projecten die anders niet gefinancierd kunnen worden [2].

Bronnen:

  1. "Hernieuwbare energie en kernenergie worden de basis van het energiesysteem van de toekomst. Wind op zee is hier een cruciaal onderdeel van. De uitrol van windmolens op zee na 2030 moet onverminderd doorgaan, zodat de klimaatdoelstellingen behaald kunnen worden."
  2. "We willen bij subsidiëring meer focus op projecten die op de langere termijn maatschappelijk relevant, duurzaam en rendabel zijn, maar nu niet kunnen opstarten door tekort aan fondsen en ook niet op een andere wijze gefinancierd kunnen worden. Projecten met een terugverdientijd van minder dan zeven jaar komen niet meer in aanmerking voor overheidssubsidie."
  3. "We staken alle overheidssteun aan de oude industrie en besteden onze tijd, aandacht en ons geld nog uitsluitend aan sectoren met groeiperspectief. Dat betekent dat sommige grote bedrijven uit de oude industrie beter kunnen verhuizen naar andere delen van de EU waar ze van waarde zijn. Daar is bijvoorbeeld meer groene energie of meer technisch personeel. Die verdeling van industrie zal geregeld worden door een Europese minister van Industrie, die zo efficiënt en groen mogelijk in onze gezamenlijke industriebehoeften zal voorzien. Zo spelen we ruimte vrij in ons eigen land. Geen wachtrijen meer voor aansluiting op het stroomnet, geen prangende personeelstekorten en minder problemen met stikstof. Dat zorgt voor ademruimte in Nederland en groei in heel de EU."