De regering moet onderzoeken hoe er meer goede stageplekken met goede begeleiding in de zorg komen. Er is nu een tekort aan stages en de begeleiding is vaak niet goed genoeg. Ook moet de regering kijken of het stagefonds (geld voor stages) na 2027 kan blijven bestaan. Bezuinigingen op dit fonds maken het tekort aan stageplekken namelijk alleen maar groter.
Motie van het lid Dobbe over in kaart brengen wat nodig is om meer goede stageplaatsen met voldoende ingeroosterde begeleiding te regelen
De kamer,
constaterende dat er voor sommige zorgopleidingen een numerus fixus
wordt ingesteld vanwege het tekort aan stageplaatsen;
overwegende dat de kwaliteit van stages in de zorg vaak ook is
afgenomen, doordat stagairs vaker worden ingezet als gewone
werknemer;
overwegende dat stagebegeleiding vaak tekortschiet, doordat begeleidingstijd niet expliciet wordt ingeroosterd en dus boven op het reguliere
werk komt;
overwegende dat ondertussen het stagefonds wordt wegbezuinigd,
waardoor het tekort aan stageplekken alleen maar groter dreigt te worden;
verzoekt de regering om samen met zorgverleners, studenten van
zorgopleidingen, zorgaanbieders en onderwijsinstellingen in kaart te
brengen wat er nodig is om meer goede stageplaatsen met voldoende
ingeroosterde begeleiding te regelen en hierbij ook in kaart te brengen
welke financiering hiervoor nodig is;
verzoekt de regering voorts hierbij in ieder geval ook te kijken naar de
optie om het stagefonds ook na 2027 voort te zetten.
Argumenten voor: De partij erkent dat de zorg onder druk staat doordat de zorgvraag stijgt terwijl de beroepsbevolking krimpt [1]. Om de aansluiting op de arbeidsmarkt te verbeteren, wil de partij meer sturen op de verdeling van studenten over opleidingen [2] en opleidingen stimuleren die aansluiten bij de arbeidsmarktbehoefte [3]. Voor tekortsectoren zoals de zorg wil de partij de aantrekkelijkheid vergroten [4] en ziet de partij het als een politieke plicht om richting te geven wanneer er sprake is van arbeidsmarkttekorten [6]. Daarnaast spreekt de partij zich uit voor het behouden van subsidies voor het opleiden van studenten op de werkvloer en het verbeteren van de begeleiding binnen praktijkgerichte leerwegen [5].
Argumenten tegen: Er is in de tekst geen informatie te vinden die als argument tegen de motie gebruikt kan worden.
Bronnen:
"De Nederlandse zorg wordt wereldwijd als een van de allerbeste gezien. Om toekomstbestendig te blijven is er werk aan de winkel. De Nederlandse bevolking groeit én mensen leven langer en hebben daardoor vaker en langer zorg nodig. Tegelijkertijd zijn er steeds minder zorgmedewerkers die de zorg kunnen verlenen omdat de beroepsbevolking krimpt en de druk op zorgmedewerkers toeneemt. Wanneer we niet oppassen moet straks één op de vier van de Nederlandse beroepsbevolking in de zorg werken en geven we 20% van ons inkomen uit aan zorg. Met alle eisen die we als samenleving aan de zorg stellen is dat niet houdbaar."
"Geen inhoudelijke bemoeienis, wel richting geven: Om de aansluiting op de arbeidsmarkt te verbeteren gaat de overheid meer sturen op de verdeling van aantallen studenten over opleidingen. De bekostiging moet gebaseerd worden op de capaciteit. We gaan instellingen vragen meer samen te werken, zich te profileren op thema's en minder te concurreren op studentenaantallen. De Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek wordt daartoe gemoderniseerd, zodat instellingen hun aanbod makkelijker kunnen vernieuwen."
"Kansrijk opleiden: We leiden studenten kansrijk op, waarbij opleidingen goed aansluiten op de vraag van de arbeidsmarkt. We stimuleren hogescholen en universiteiten om op te leiden voor de arbeidsmarktbehoefte en laten een deel van de bekostiging afhangen van het baanperspectief van afgestudeerde studenten."
"Korting op tekortstudies: Tekortsectoren zitten te springen om talent. We maken studies in tekortsectoren zoals onder andere tech, zorg, onderwijs, veiligheid en klimaat aantrekkelijker door het collegegeld te verlagen. We beperken de studieplaatsen van studies waar geen (goed) arbeidsmarktperspectief is."
"We gaan voor het allerbeste mbo-onderwijs: Basisvaardigheden blijven prioriteit in het mbo. We zetten bevoegde leraren in voor taal-, reken- en burgerschapslessen. We behouden de subsidie om mbo'ers op de werkvloer op te leiden. We stimuleren bedrijven die investeren in eigen, gespecialiseerde opleidingen en gaan dergelijke bedrijfsscholen deels bekostigen. We maken de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) aantrekkelijker met betere begeleiding, meer instroommomenten en flexibeler wisselen tussen beroepsopleidende leerweg (BOL) en BBL. Om voortijdig schoolverlaten of groenpluk te voorkomen, verbeteren we de financiële positie van BBL'ers. Ook in de BOL-opleiding wordt meer in de praktijk opgeleid."
"Ons mbo, hbo en wetenschappelijk onderwijs bruist van de gouden handen en de knappe koppen. Als we in de toekomst willen innoveren hebben we hun kennis en kunde hard nodig. We vertrouwen erop dat instellingen en studenten hun eigen keuzes kunnen maken, zonder een overheid die te veel stuurt. Tegelijkertijd ontslaat dat de politiek niet van de plicht om, in periodes waarin arbeidsmarkttekorten, richting te geven. De VVD wil de stap naar voren zetten: het is tijd voor een toekomstbeeld voor het mbo, hbo en wetenschappelijk onderwijs."