Strenge regels voor telefoons op school

De regering moet een strenge mobieltjesrichtlijn invoeren. Telefoons moeten de hele schooldag in de kluis of thuis blijven. Dit voorkomt dat leerlingen te veel afhankelijk worden van kunstmatige intelligentie (AI). Leerlingen moeten namelijk zelf leren denken en handelen om hun karakter te vormen.

Motie van het lid Boomsma c.s. over haast maken met een strenge mobieltjesrichtlijn

De kamer, overwegende dat AI geen gunstige ontwikkeling is voor leerlingen, die moeten leren om zelf na te denken en dingen te doen; overwegende dat je van alles kunt downloaden en offloaden, maar niet karaktervorming of het denken zelf; constaterende dat het bijzonder moeilijk is AI buiten de deur te houden wanneer leerlingen huiswerk maken of werken aan opdrachten op school; verzoekt de regering haast te maken met een strenge mobieltjesrichtlijn die ervoor zorgt dat telefoons gedurende de gehele schooldag zo spoedig mogelijk «thuis of in de kluis» gaan.
10 juni | JA21, D66 |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma BBB

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 85%)

Argumenten voor: De partij vindt dat jongeren extra bescherming verdienen tegen digitale risico's zoals verslaving, misinformatie en andere online bedreigingen [2]. Daarnaast streeft de partij naar een onderwijs dat zich richt op wat kinderen echt nodig hebben in hun hoofd, hun handen en hun hart [3], binnen een veilige onderwijsomgeving [5]. Ook wil de partij de risico's van AI beperken [1] en biedt zij ondersteuning voor digitale bescherming en begeleiding [4]. Tevens ligt de nadruk op het belang van kernvakken en het terugbrengen van de focus naar de essentie van het leren [5][7].

Argumenten tegen: De partij spreekt over het belang van digitale educatie vanaf de basisschool [6] en het verankeren van digitale vaardigheden in het curriculum [7].

Bronnen:

  1. "Verantwoorde inzet van AI. De overheid zet AI op een verantwoorde en doelmatige manier in, met nadruk op transparantie, menselijk toezicht en het beperken van risico's."
  2. "Onze kinderen en jongeren groeien op in een wereld waarin schermtijd, sociale media en online contacten een groot deel van hun leven vormen. Tegelijk neemt het aantal risico's toe: identiteitsfraude, online pesten, verslaving, misinformatie, deepfakes en ongewenste beïnvloeding zijn reële bedreigingen. Jongeren, maar ook ouderen en kwetsbare groepen, verdienen extra bescherming én voorlichting om weerbaar te blijven."
  3. "Onderwijsinstellingen hebben, naast verlagen van de regeldruk, een duidelijke structurele financiering nodig voor taken die ertoe doen. Het moet afgelopen zijn met de financiering van onnodige administratieve bezigheden. Uitgaande van de langetermijndoelen. Geld moet zoveel mogelijk landen in de klas. Onderwijs moet weer gaan over wat kinderen echt nodig hebben in hun hoofd, met hun handen en in hun hart."
  4. "Ondersteuning voor mediawijsheid. Ouders, docenten en jongeren krijgen middelen en voorlichting voor digitale begeleiding en bescherming."
  5. "Naast een goed primair en voortgezet onderwijs speelt het beroepsonderwijs een belangrijke rol in de regio. Een verticale leerlijn van praktijkonderwijs via VMBO, MBO tot en met HBO, zorgt voor een goed vestigingsklimaat en veel werkgelegenheid. De essentie van goed leren lezen, schrijven, rekenen en praktische vaardigheden opdoen, is ondergesneeuwd. Jongeren moeten worden voorbereid op het leven en dat begint met een stevige basis en zicht op hun talenten. Dat geldt voor zowel praktisch als theoretisch onderwijs. BBB kiest voor een duidelijke koers: minder randzaken, meer vakmanschap en waardering voor onze doeners en denkers in een veilige onderwijs omgeving."
  6. "Digitale educatie vanaf de basis. Voorlichting en onderwijs over cyberveiligheid begint op de basisschool en loopt door tot het beroepsonderwijs en bijscholing voor ondernemers."
  7. "Lezen, schrijven en rekenen. Kernvakken horen weer het volle gewicht te krijgen. Dat zijn de vakken die er eerst en vooral toe doen. Er dient daarom meer aandacht te komen voor lezen, schrijven en rekenen op basisscholen en in het voortgezet onderwijs en verankering van digitale vaardigheden in het curriculum."