Schrijfvaardigheid beschermen tegen AI

Het kabinet moet advies geven over hoe leerlingen kunnen leren schrijven zonder kunstmatige intelligentie (AI). Als leerlingen AI gebruiken voor huiswerk, leren ze zelf het schrijven niet meer goed. Het is belangrijk dat jongeren deze vaardigheid zelf beheersen om hun kennis te ontwikkelen.

Motie van de leden Boomsma en Rooderkerk over een advies opstellen over Al-vrije best practices

De kamer, overwegende dat de groeiende beschikbaarheid van AI grote gevolgen heeft voor het gehele onderwijs en dan vooral voor de manier waarop huiswerk en schrijfopdrachten, zoals opstellen en werkstukken, worden uitgevoerd, beoordeeld en/of getoetst; overwegende dat het cruciaal is dat kinderen en jongeren leren om zelf goed te schrijven en het risico van offloading bestaat waardoor vaardigheden niet worden aangeleerd; verzoekt het kabinet in overleg met leraren en de sector een advies op te stellen over AI-vrije best practices voor bijvoorbeeld het leren schrijven van opstellen en de toetsing van schrijfopdrachten.
10 juni | JA21, D66 |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij maakt zich zorgen over de trend dat Nederlandse kinderen steeds slechter leren schrijven en vindt dat deze trend gekeerd moet worden, waarbij basisvaardigheden behouden moeten blijven [1]. Schrijven wordt gezien als een essentieel fundament voor de ontwikkeling van kinderen [3]. Daarnaast beschouwt de partij de opkomst van AI als een van de grootste maatschappelijke uitdagingen met potentieel ontwrichtende gevolgen, waarvoor zij duidelijke ethische kaders en regie van de overheid wenst [2]. Ook pleit de partij voor de bescherming van kinderen tegen de negatieve en ontwrichtende invloeden van de digitale wereld [5].

Argumenten tegen: De partij stelt dat de verantwoordelijkheid voor de opvoeding bij de ouders ligt en dat de overheid niet moet bepalen hoe kinderen worden opgevoed [4]. Daarnaast wordt onderwijsvrijheid als een fundamenteel recht benoemd [4].

Bronnen:

  1. "Nederlandse kinderen kunnen steeds slechter rekenen en schrijven. Deze trend is zorgelijk en moet gekeerd. Basisvaardigheden dienen gedurende de hele schoolcarrière onderhouden te worden. De overheid respecteert dat de uitvoering in handen is van scholen en stelt alleen randvoorwaarden. Scholen waarvan kinderen goed presteren delen hun lessen met andere scholen. We blijven investeren in voor- en vroegschoolse educatie en nieuwkomersonderwijs."
  2. "De opkomst van kunstmatige intelligentie (AI) is een van de grootste maatschappelijke uitdagingen van onze tijd, met potentieel ontwrichtende gevolgen voor onder andere de rechtsstaat. Daarom vindt de ChristenUnie dat dit duidelijke ethische kaders en regie van de overheid"
  3. "Goed onderwijs vormt voor iedereen de basis om zijn of haar weg te vinden in de wereld. Dat begint bij een stevig fundament: lezen, schrijven en rekenen vormen samen met burgerschap en digitale geletterdheid de basis waarop kinderen zich kunnen ontwikkelen tot zelfstandige en betrokken volwassenen. Deze vaardigheden zijn essentieel om volwaardig mee te kunnen doen in een steeds veranderende samenleving. Maar tegelijkertijd: scholen zijn geen leerfabrieken. Onderwijs is meer dan leren lezen en schrijven. Onderwijs helpt leerlingen vormen als persoon, hun talenten ontwikkelen en hun plek in de samenleving te vinden."
  4. "Het is niet de taak van de overheid om te bepalen hoe kinderen worden opgevoed. Die verantwoordelijkheid ligt bij de ouders. Zij kennen hun kinderen het best en dragen zorg voor hun ontwikkeling. De opvoeding is primair de plek voor het overdragen van diepere waarden en zingeving. Pedagogische relaties in het gezin en rondom het gezin moeten beschermd worden zodat ze deze taak kunnen volbrengen. Ouders en andere opvoeders hebben ruimte en vrijheid nodig om hun kinderen op te voeden volgens hun eigen normen, waarden en (geloofs)overtuiging. Juist ook in de keuze voor onderwijs. Onderwijsvrijheid is een fundamenteel recht dat bescherming nodig heeft."
  5. "Voor het eerst groeit een generatie grotendeels digitaal op. Naast de positieve kanten van de digitale wereld is dit een experiment met potentieel ontwrichtende gevolgen, voor kinderen én de samenleving als geheel. Kinderen hebben het recht veilig op te groeien, ook online. De overheid doet er veel aan om kinderen in de fysieke wereld tegen gevaar en ongezonde invloeden te beschermen. Dit terwijl kinderen in de digitale wereld aan grote techbedrijven worden overgeleverd. Het terugdringen van de negatieve invloed van smartphones en social media is een zaak van de hele samenleving. De verantwoordelijkheid hoe om te gaan met smartphones en sociale media ligt in eerste instantie bij ouders, maar met duidelijke wettelijke omkadering. Dat betekent dat sociale media niet toegankelijk mogen zijn voor kinderen jonger dan 14 jaar. Adequate leeftijdsverificatie is noodzakelijk voor sociale media, platformen met expliciete content (porno, geweld), goksites, kopen van alcohol, BNPL-diensten. Ook moet het mogelijk zijn voor 18-jarigen om op een toegankelijke manier hun gegevens permanent te kunnen wissen. Sociale mediabedrijven worden verplicht hun producten minder verslavend te maken. Smartphones worden geweerd uit scholen en ouder-initiatieven zoals 'Smartphonevrij opgroeien' gestimuleerd."