Schoolgeld moet meeverhuizen bij schoolwissel

De minister moet zorgen dat het schoolgeld meeverhuist als een leerling midden in het jaar van school wisselt. Nu blijft het budget bij de oude school hangen, zelfs als een leerling naar het praktijkonderwijs gaat. Hierdoor krijgt de nieuwe school niet genoeg geld voor de leerling.

Motie van het lid Van Houwelingen over bij een schoolwissel gedurende het schooljaar ook de onderwijsbekostiging verhuizen

De kamer, constaterende dat zodra bijvoorbeeld een vmbo-leerling gedurende het schooljaar toestroomt naar het praktijkonderwijs, de bijbehorende onderwijsbekostiging voor die leerling voor het deel van het schooljaar waarin hij praktijkonderwijs krijgt niet meeverhuist, maar achterblijft in de vmbo-school; overwegende dat dit niet logisch is; verzoekt de minister er zorg voor te dragen dat bij een schoolwissel gedurende het schooljaar niet alleen de leerling maar ook de bijbehorende onderwijsbekostiging van school verhuist.
10 juni | FVD |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij stelt dat de behoefte van het kind centraal moet staan [1] en dat ondersteuning moet aansluiten bij de mogelijkheden van het kind [1]. Daarnaast wordt gestreefd naar een soepele terugkeer en doorstroming naar regulier onderwijs [1]. Het meeverhuizen van de onderwijsbekostiging bij een schoolwissel ondersteunt de wens dat de ondersteuning en de doorstroming centraal staan voor het kind [1].

Argumenten tegen: De partij benadrukt dat scholen hun vrijheid moeten behouden in de financiering via lumpsum [2]. Ook wordt aangegeven dat de voorwaarde voor inclusief onderwijs is dat scholen dit kunnen doen zonder bureaucratie en 'geschuif met budgetten' [1].

Bronnen:

  1. "Ieder kind, ongeacht thuissituatie, achtergrond of leerproblemen, heeft recht op goed onderwijs dat bijdraagt aan een brede ontwikkeling, met ondersteuning die aansluit bij zijn of haar mogelijkheden. De behoefte van het kind staat centraal. We blijven stappen zetten richting inclusiever onderwijs, waarbij alle kinderen zoveel mogelijk naar dezelfde school gaan. Voorwaarde is dat de scholen dit kunnen doen zonder bureaucratie en geschuif met budgetten. Er wordt gekeken naar wat een kind nodig heeft om tot leren te komen en niet naar labels en indicaties. Dit vraagt nauwe samenwerking tussen onderwijs, ouders, jeugdhulpverlening en zorg, met bijbehorende gecombineerde financieringsstromen. Schoolgebouwen dienen beter te worden ingericht op inclusief onderwijs. De overheid zorgt voor voldoende speciaal onderwijs (primair en voortgezet) in elke regio, inclusief volwaardig voortgezet speciaal onderwijs op havo- en vwo-niveau. In het primair onderwijs komt een landsdekkend passend onderwijsaanbod voor (hoog)begaafden met een extra ondersteuningsbehoefte om schooluitval in deze groep terug te dringen. Er wordt aandacht besteed aan soepele terugkeer en doorstroming naar regulier onderwijs, waarbij het leerrecht van kinderen even centraal staat als de leerplicht. Door in te zetten op later selecteren zal de overgang van PO naar VO soepeler verlopen en worden de kansen voor ieder kind eerlijker. Daarvoor kan nu al ingezet worden op brede en verlengde brugklassen."
  2. "Ouders kunnen vrij kiezen voor onderwijs dat past bij hun levensovertuiging of onderwijskundige visie. De ChristenUnie staat daarom pal voor artikel 23 uit de Grondwet. Scholen behouden hun vrijheid in inrichting (dus niet nog meer wettelijke deugdelijkheidseisen), personeelsbeleid en financiering via lumpsum, met extra middelen voor identiteit en kleine scholen. Levensbeschouwelijk onderwijs in het openbaar onderwijs wordt gewaarborgd en leerlingenvervoer beschermd."