De minister moet zorgen dat het schoolgeld meeverhuist als een leerling midden in het jaar van school wisselt. Nu blijft het budget bij de oude school hangen, zelfs als een leerling naar het praktijkonderwijs gaat. Hierdoor krijgt de nieuwe school niet genoeg geld voor de leerling.
Motie van het lid Van Houwelingen over bij een schoolwissel gedurende het schooljaar ook de onderwijsbekostiging verhuizen
De kamer,
constaterende dat zodra bijvoorbeeld een
vmbo-leerling gedurende het schooljaar toestroomt naar het
praktijkonderwijs, de bijbehorende onderwijsbekostiging voor die
leerling voor het deel van het schooljaar waarin hij praktijkonderwijs
krijgt niet meeverhuist, maar achterblijft in de vmbo-school;
overwegende dat dit niet logisch is;
verzoekt de minister er zorg voor te dragen dat bij een schoolwissel
gedurende het schooljaar niet alleen de leerling maar ook de
bijbehorende onderwijsbekostiging van school verhuist.
Argumenten voor: De partij wil dat scholen de ruimte, tijd en geld krijgen om problemen op school op te lossen [2]. Zij wil het vmbo versterken en extra steun bieden aan kwetsbare leerlingen, specifiek in de basisberoepsgerichte leerweg [3]. Daarnaast zet de partij in op gelijke kansen en hulp voor kwetsbare leerlingen in het voortgezet onderwijs [4]. Dit sluit aan bij het streven om onderwijs op maat echt te laten werken en te voorkomen dat jongeren te vroeg vastgezet worden in keuzes die hun kansen bepalen [1][5].
Argumenten tegen: De partij wil het bekostigingssysteem aanpassen naar een model met een groter vast bedrag per instelling en een kleiner bedrag per student, zodat onderwijsinstellingen minder afhankelijk zijn van het aantal studenten [6].
Bronnen:
"Maar die belofte wordt nu nog lang niet altijd waargemaakt. Door het lerarentekort vallen te vaak lessen uit. En te veel leerlingen gaan van school zonder goed te kunnen lezen, schrijven en rekenen. Tussen scholen zijn de verschillen groot: sommige scholen blinken jaar na jaar uit, andere blijven structureel achter. Jongeren worden te vroeg vastgezet in keuzes die hun kansen later bepalen. Leraren zijn te veel tijd kwijt aan bijzaken die niets met lesgeven te maken hebben. En scholen missen rust en een visie voor de lange termijn, omdat het beleid steeds verandert."
"Geen kind ontwikkelt hetzelfde. Niet alles wat anders is, is een zorgvraag. Veel kan op school worden opgelost als scholen hiervoor de ruimte, tijd en geld krijgen. D66 wil scholen die ruimte geven."
"We versterken het vmbo en geven extra steun aan de groep kwetsbare leerlingen, vooral in de basisberoepsgerichte leerweg. We versterken de basisvaardigheden. We zorgen ook voor meer waardering van vaardigheden die gericht zijn op de praktijk."
"We investeren in gelijke kansen op school. Daarom herstellen we het budget om onderwijsachterstanden aan te pakken. Dat is belangrijk voor programma's zoals de brede brugklas en de hulp voor kwetsbare leerlingen in het voortgezet onderwijs."
"D66 doorbreekt dit. Dat doen we door te kiezen voor hoge verwachtingen, gelijke kansen en goede gebouwen om in te leren. Kinderen en jongeren krijgen meer tijd om hun talent te ontdekken, doordat we later selecteren en onderwijs op maat écht laten werken. Leraren krijgen het vertrouwen en de ruimte in hun vak. Studenten krijgen meer zekerheid, zoals met een hogere aanvullende beurs voor mbo'ers en meer studentenhuisvesting. We investeren in goede schoolgebouwen die ook duurzaam en toegankelijk zijn en we versterken digitale vaardigheden én vergroten het leesplezier. En we investeren in mbo's, hogescholen en universiteiten, zodat we ook de toekomst aankunnen. Zo bouwen we aan onderwijs waar mensen altijd blijven leren, op een manier die bij ze past, van nul tot honderd jaar."
"Veel regionale onderwijsinstellingen leunen nu sterk op internationale studenten voor hun financiering. Dat komt deels door het huidige bekostigingssysteem, waarin het aantal studenten zwaar meetelt, terwijl het aantal studenten uit de regio daalt. D66 wil dat onderwijsinstellingen niet afhankelijk zijn van internationale instroom om financieel rond te kunnen komen. Daarom passen we het systeem aan: een groter vast bedrag per instelling en een kleiner bedrag per student. Zo kunnen regionale onderwijsinstellingen ook bij minder studenten goed onderwijs blijven geven."