Geld moet meeverhuizen bij schoolwissels

De minister moet zorgen dat de onderwijsbekostiging (het geld voor scholen) meeverhuist met leerlingen die van school wisselen. Nu blijft het geld bij de oude school hangen als een leerling halverwege het jaar overstapt, bijvoorbeeld van het vmbo naar het praktijkonderwijs. Dit is onlogisch, want de nieuwe school krijgt dan niet de middelen die bij de leerling horen.

Motie van het lid Van Houwelingen over bij een schoolwissel gedurende het schooljaar ook de onderwijsbekostiging verhuizen

De kamer, constaterende dat zodra bijvoorbeeld een vmbo-leerling gedurende het schooljaar toestroomt naar het praktijkonderwijs, de bijbehorende onderwijsbekostiging voor die leerling voor het deel van het schooljaar waarin hij praktijkonderwijs krijgt niet meeverhuist, maar achterblijft in de vmbo-school; overwegende dat dit niet logisch is; verzoekt de Minister er zorg voor te dragen dat bij een schoolwissel gedurende het schooljaar niet alleen de leerling maar ook de bijbehorende onderwijsbekostiging van school verhuist.
10 juni | FVD | Verworpen: 39–111 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma D66

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij wil dat onderwijs op maat echt werkt [4]. De partij streeft naar gelijke kansen [2] en wil extra steun bieden aan kwetsbare leerlingen [2][3]. Scholen moeten de nodige ruimte, tijd en geld krijgen om problemen op te lossen [1]. De partij is ook bereid het bekostigingssysteem aan te passen [5].

Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten tegen het meeverhuizen van de onderwijsbekostiging met de leerling.

Bronnen:

  1. "Geen kind ontwikkelt hetzelfde. Niet alles wat anders is, is een zorgvraag. Veel kan op school worden opgelost als scholen hiervoor de ruimte, tijd en geld krijgen. D66 wil scholen die ruimte geven."
  2. "We investeren in gelijke kansen op school. Daarom herstellen we het budget om onderwijsachterstanden aan te pakken. Dat is belangrijk voor programma's zoals de brede brugklas en de hulp voor kwetsbare leerlingen in het voortgezet onderwijs."
  3. "We versterken het vmbo en geven extra steun aan de groep kwetsbare leerlingen, vooral in de basisberoepsgerichte leerweg. We versterken de basisvaardigheden. We zorgen ook voor meer waardering van vaardigheden die gericht zijn op de praktijk."
  4. "D66 doorbreekt dit. Dat doen we door te kiezen voor hoge verwachtingen, gelijke kansen en goede gebouwen om in te leren. Kinderen en jongeren krijgen meer tijd om hun talent te ontdekken, doordat we later selecteren en onderwijs op maat écht laten werken. Leraren krijgen het vertrouwen en de ruimte in hun vak. Studenten krijgen meer zekerheid, zoals met een hogere aanvullende beurs voor mbo'ers en meer studentenhuisvesting. We investeren in goede schoolgebouwen die ook duurzaam en toegankelijk zijn en we versterken digitale vaardigheden én vergroten het leesplezier. En we investeren in mbo's, hogescholen en universiteiten, zodat we ook de toekomst aankunnen. Zo bouwen we aan onderwijs waar mensen altijd blijven leren, op een manier die bij ze past, van nul tot honderd jaar."
  5. "Veel regionale onderwijsinstellingen leunen nu sterk op internationale studenten voor hun financiering. Dat komt deels door het huidige bekostigingssysteem, waarin het aantal studenten zwaar meetelt, terwijl het aantal studenten uit de regio daalt. D66 wil dat onderwijsinstellingen niet afhankelijk zijn van internationale instroom om financieel rond te kunnen komen. Daarom passen we het systeem aan: een groter vast bedrag per instelling en een kleiner bedrag per student. Zo kunnen regionale onderwijsinstellingen ook bij minder studenten goed onderwijs blijven geven."