Betere focus op beroepsgericht onderwijs

De regering moet een plan maken voor het praktijk- en beroepsgericht onderwijs. Nu is er te veel druk om naar theoretisch onderwijs te gaan. Daardoor komen er te weinig goede vakmensen bij en worden de talenten van leerlingen niet goed gebruikt. Een nieuw plan moet zorgen voor een betere aansluiting op de arbeidsmarkt en meer personeel voor de scholen.

Motie van het lid Stoffer over een visie ontwikkelen op het praktijk- en beroepsgericht funderend onderwijs die recht doet aan de veelzijdige kwaliteiten van leerlingen

De kamer, overwegende dat het onderwijsbeleid moet uitgaan van de gelijkwaardigheid van de verschillende schoolsoorten en leerroutes in het onderwijsstelsel; constaterende dat nog steeds sprake is van een sterke opwaartse druk naar theoretisch onderwijs, waardoor onvoldoende recht gedaan wordt aan de kwaliteiten van veel leerlingen en ook te weinig kan worden ingespeeld op de behoefte aan goed geschoold beroepsgericht personeel; constaterende dat de druk op het beroepsgerichte onderwijs zowel te maken heeft met te sterke prikkels in het stelsel, zoals de schooladvisering, als met te weinig specifieke focus op de behoeften van het beroepsgerichte onderwijs, zoals het werven van personeel op scholen die extra ondersteuning behoeven; verzoekt de regering een richtinggevende visie te ontwikkelen op het praktijk- en beroepsgericht funderend onderwijs die recht doet aan de veelzijdige kwaliteiten van leerlingen en die dienstbaar is aan het verbeteren van onder andere een goede doorstroom en aansluiting op de arbeidsmarkt en de benodigde pedagogisch-didactische kwaliteiten van docenten, ondersteunend personeel en potentiële zijinstromers.
10 juni | SGP | Aangenomen: 127–23 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CDA

Stemverwachting: voor (erg zeker, 95%)

Argumenten voor: De partij wil het vakonderwijs meer waardering geven [1] en de verbinding tussen het onderwijs en de praktijk en het bedrijfsleven versterken [2][4]. Daarnaast wil de partij de situatie aanpakken waarbij scholen negatief worden beoordeeld wanneer leerlingen overstappen van een hoger naar een lager onderwijsniveau, zoals van havo naar mbo [6]. Ook het aanpakken van het lerarentekort, bijvoorbeeld door het opleiden van zijinstromers voor het vmbo, is een belangrijk punt voor de partij [3][5].

Argumenten tegen: Op basis van de beschikbare fragmenten zijn er geen argumenten te vinden om tegen de motie te stemmen.

Bronnen:

  1. "We geven het vakonderwijs de waardering die het verdient. Nederland heeft grote behoefte aan mbo'ers die als vakman of -vrouw aan het werk gaan. Jongeren moeten ten minste een startkwalificatie halen en niet voortijdig van school gaan voor een baan. Werkgevers zijn medeverantwoordelijk daarvoor."
  2. "We willen in het vmbo en het mbo blijven opleiden voor toekomstige banen en de verbinding met de praktijk versterken. Onderwijs en bedrijfsleven werken nauw samen met bijzondere aandacht voor techniekopleidingen en opleidingen gericht op zorg, onderwijs en kinderopvang."
  3. "We koesteren de mensen die werkzaam zijn in het onderwijs. Goede leerkrachten en docenten zijn allerminst vanzelfsprekend. Er is een groot lerarentekort. Leerkrachten in probleemwijken vallen vaker uit, terwijl juist hier onderwijs de gemeenschap kan versterken. In internationale vergelijkingen gaat de kwaliteit van ons onderwijs achteruit: de lees- en rekenvaardigheid van kinderen neemt af. Niet elk kind heeft een passende onderwijsplek. Er kiezen niet voldoende jongeren voor een vakopleiding op het mbo en we leveren te weinig technische studenten af."
  4. "We zetten in op een nieuw mbo-pact voor langjarige zekerheid met een verbeterde bekostiging, meer samenwerking met het bedrijfsleven en werkgevers en een grotere rol op het gebied van leven lang ontwikkelen. Bekostiging van het mbo wordt meer langjarig, minder gestuurd op studentenaantallen en meer gebaseerd op samenwerking tussen instellingen met een grotere rol op het gebied van een leven lang ontwikkelen en een betere aansluiting op de arbeidsmarkt 2. We willen het mbo-opleidingsaanbod in krimpregio's waarborgen."
  5. "Om het lerarentekort in het funderend onderwijs terug te dringen, willen we meer mogelijkheden voor het opleiden van zijinstromers in één jaar tot leraar en tot bevoegd docent in het vmbo. Gemeenten en corporaties moeten ruimte krijgen te faciliteren in betaalbare woningen voor leraren."
  6. "We maken een eind aan de situatie dat scholen door de onderwijsinspectie negatief worden beoordeeld als havoleerlingen de overstap willen maken naar het mbo, vwoleerlingen naar de havo of havoleerlingen naar het vmbo."