De regering moet een plan maken voor het praktijk- en beroepsgericht onderwijs. Nu is er te veel druk om naar theoretisch onderwijs te gaan. Daardoor komen er te weinig goede vakmensen bij en worden de talenten van leerlingen niet goed gebruikt. Een nieuw plan moet zorgen voor een betere aansluiting op de arbeidsmarkt en meer personeel voor de scholen.
Motie van het lid Stoffer over een visie ontwikkelen op het praktijk- en beroepsgericht funderend onderwijs die recht doet aan de veelzijdige kwaliteiten van leerlingen
De kamer,
overwegende dat het onderwijsbeleid moet uitgaan van de gelijkwaardigheid van de verschillende schoolsoorten en leerroutes in het
onderwijsstelsel;
constaterende dat nog steeds sprake is van een sterke opwaartse druk
naar theoretisch onderwijs, waardoor onvoldoende recht gedaan wordt
aan de kwaliteiten van veel leerlingen en ook te weinig kan worden
ingespeeld op de behoefte aan goed geschoold beroepsgericht personeel;
constaterende dat de druk op het beroepsgerichte onderwijs zowel te
maken heeft met te sterke prikkels in het stelsel, zoals de schooladvisering, als met te weinig specifieke focus op de behoeften van het
beroepsgerichte onderwijs, zoals het werven van personeel op scholen
die extra ondersteuning behoeven;
verzoekt de regering een richtinggevende visie te ontwikkelen op het
praktijk- en beroepsgericht funderend onderwijs die recht doet aan de
veelzijdige kwaliteiten van leerlingen en die dienstbaar is aan het
verbeteren van onder andere een goede doorstroom en aansluiting op de
arbeidsmarkt en de benodigde pedagogisch-didactische kwaliteiten van
docenten, ondersteunend personeel en potentiële zijinstromers.
Argumenten voor: De partij wil het vooroordeel dat een theoretische opleiding beter is dan een praktische wegnemen [1] en streeft naar een maatschappelijke herwaardering van het mbo [1]. Daarnaast is er volgens de partij een plicht voor de politiek om richting te geven bij arbeidsmarkttekorten, waarbij zij expliciet pleiten voor een toekomstbeeld voor het mbo, hbo en wetenschappelijk onderwijs [2]. De partij wil de aansluiting op de arbeidsmarkt verbeteren door de overheid meer te laten sturen op de verdeling van studenten over opleidingen [5] en door de inzet op praktijkgericht werken te versterken [3]. Ook wil de partij dat alle leerlingen, ongeacht of zij theoretisch of praktisch talent hebben, de ruimte krijgen om hun talenten te benutten [6]. Tot slot wil de partij de inzet van professionals uit de praktijk als docent versterken om de aansluiting tussen praktijk en onderwijs te verbeteren [4].
Argumenten tegen: Het programma biedt geen directe argumenten tegen een richtinggevende visie, al wordt wel benoemd dat de partij de keuzevrijheid van instellingen en studenten wil beschermen tegen een overheid die te veel stuurt [2].
Bronnen:
"Een sterk mbo is essentieel voor Nederland: Mbo'ers zijn de praktische ruggengraat van onze samenleving en economie. Hun vakwerk houdt de maatschappij draaiende. We moeten af van het vooroordeel dat een theoretische opleiding beter is dan een praktische. Een mbodiploma is een gerespecteerd eindstation, geen tussenstop. We gaan vol inzetten op de maatschappelijke herwaardering van ons mbo."
"Ons mbo, hbo en wetenschappelijk onderwijs bruist van de gouden handen en de knappe koppen. Als we in de toekomst willen innoveren hebben we hun kennis en kunde hard nodig. We vertrouwen erop dat instellingen en studenten hun eigen keuzes kunnen maken, zonder een overheid die te veel stuurt. Tegelijkertijd ontslaat dat de politiek niet van de plicht om, in periodes waarin arbeidsmarkttekorten, richting te geven. De VVD wil de stap naar voren zetten: het is tijd voor een toekomstbeeld voor het mbo, hbo en wetenschappelijk onderwijs."
"Praktijkgericht onderwijs: We versterken praktijkgericht werken in het voorgezet onderwijs. Zo komen leerlingen op alle niveaus in contact met het lokale en regionale bedrijfsleven."
"Van praktijk naar leraar: Onderwijs kan niet zonder goede leraren. Er zijn veel professionals uit de praktijk die in het vmbo, praktijkonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs voor de klas willen staan. We zorgen voor voldoende praktijklerarenopleidingen door een goed bijscholingsaanbod. Zo zorgen we voor een betere aansluiting tussen praktijk en het onderwijs."
"Geen inhoudelijke bemoeienis, wel richting geven: Om de aansluiting op de arbeidsmarkt te verbeteren gaat de overheid meer sturen op de verdeling van aantallen studenten over opleidingen. De bekostiging moet gebaseerd worden op de capaciteit. We gaan instellingen vragen meer samen te werken, zich te profileren op thema's en minder te concurreren op studentenaantallen. De Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek wordt daartoe gemoderniseerd, zodat instellingen hun aanbod makkelijker kunnen vernieuwen."
"Onderwijs is de springplank naar een fijne, vrije toekomst. Op school leer je basisvaardigheden als lezen, digitale kennis en rekenen, maar ook hoe we met elkaar omgaan en fijn samenleven in Nederland. Of je nu een theoretisch talent bent of een praktische kanjer, je krijgt maximaal de ruimte om je talenten te ontdekken en te benutten met onderwijs dat opleidt voor de arbeidsmarkt van de toekomst. Van voorschoolse educatie, de basisschool tot aan het vmbo, de havo of het vwo: wij gaan voor het allerbeste onderwijs. Centraal daarin staat een leraar die het verschil maakt en die excellent onderwijs verzorgt. We respecteren onze leraren en zorgen dat zij kunnen doen waar ze goed in zijn: lesgeven."