Betere focus op beroepsgericht onderwijs

De regering moet een plan maken voor het praktijk- en beroepsgericht onderwijs. Nu is er te veel druk om naar theoretisch onderwijs te gaan. Daardoor komen er te weinig goede vakmensen bij en worden de talenten van leerlingen niet goed gebruikt. Een nieuw plan moet zorgen voor een betere aansluiting op de arbeidsmarkt en meer personeel voor de scholen.

Motie van het lid Stoffer over een visie ontwikkelen op het praktijk- en beroepsgericht funderend onderwijs die recht doet aan de veelzijdige kwaliteiten van leerlingen

De kamer, overwegende dat het onderwijsbeleid moet uitgaan van de gelijkwaardigheid van de verschillende schoolsoorten en leerroutes in het onderwijsstelsel; constaterende dat nog steeds sprake is van een sterke opwaartse druk naar theoretisch onderwijs, waardoor onvoldoende recht gedaan wordt aan de kwaliteiten van veel leerlingen en ook te weinig kan worden ingespeeld op de behoefte aan goed geschoold beroepsgericht personeel; constaterende dat de druk op het beroepsgerichte onderwijs zowel te maken heeft met te sterke prikkels in het stelsel, zoals de schooladvisering, als met te weinig specifieke focus op de behoeften van het beroepsgerichte onderwijs, zoals het werven van personeel op scholen die extra ondersteuning behoeven; verzoekt de regering een richtinggevende visie te ontwikkelen op het praktijk- en beroepsgericht funderend onderwijs die recht doet aan de veelzijdige kwaliteiten van leerlingen en die dienstbaar is aan het verbeteren van onder andere een goede doorstroom en aansluiting op de arbeidsmarkt en de benodigde pedagogisch-didactische kwaliteiten van docenten, ondersteunend personeel en potentiële zijinstromers.
10 juni | SGP | Aangenomen: 127–23 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma SP

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij spreekt zich expliciet uit voor de waardering van vakmanschap [1]. Daarnaast wil de partij dat iedereen een goede opleiding kan volgen, ongeacht of dit mbo, hbo of de universiteit is, en ziet zij de huidige ongelijkheid tussen onderwijsvormen als willekeur [2]. De partij zet zich bovendien in voor het verbeteren van het beroepsonderwijs door de inzet voor kleinschalige vakscholen en het waarborgen van eerlijke stageplekken waar jongeren echt een vak leren [3].

Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma bevat geen argumenten die indruisen tegen het versterken van het praktijk- en beroepsgericht onderwijs of de gelijkwaardigheid van leerroutes.

Bronnen:

  1. "8.4 Waardering voor vakmanschap"
  2. "Onderwijs zonder prijskaartje. Iedereen moet een goede opleiding kunnen volgen, of je nu naar het mbo, hbo of de universiteit gaat. We beginnen met het schrappen van het lesgeld voor mbostudenten en maken daarna ook studeren op hogescholen en universiteiten gratis. Het is pure willekeur dat basis- en middelbaar onderwijs gratis zijn, maar mbo, hbo en universiteit niet. Als we een welvarend land willen blijven, moet iedereen kunnen leren. Daarom maken we al ons onderwijs gratis en trekken we ons onderwijssysteem de 21ste eeuw in."
  3. "Eerlijke stages waar je een vak leert. Iedere jongere verdient een stageplek om écht een vak te leren, niet om uitgebuit te worden als goedkope arbeidskracht. We werken aan kleinschalige vakscholen en meer stageplaatsen samen met het bedrijfsleven. Stagiairs krijgen voortaan een minimale stagevergoeding, zodat zij geen schulden hoeven te maken. Kleine ondernemers die dit niet kunnen betalen krijgen hierbij steun."