Wet voor entreeopleiding in het pr.o.

De regering moet een wet maken zodat leerlingen in het praktijkonderwijs (pr.o.) de entreeopleiding (de eerste opleiding op het mbo) kunnen volgen. Nu is deze route nog niet officieel geregeld. Dat zorgt voor onzekerheid bij scholen en leerlingen. Een wettelijke basis is nodig om de kwaliteit van het onderwijs te waarborgen.

Motie van het lid Rooderkerk c.s. over het wetstraject prioriteren waarmee mogelijk wordt gemaakt dat leerlingen in het praktijkonderwijs binnen het pr.o ook de entreeopleiding kunnen volgen

De kamer, constaterende dat ruim de helft van de pr.o.-leerlingen doorstroomt naar het mbo, waarbij veel pr.o.-scholen de mogelijkheid bieden de entreeopleiding al in het laatste jaar van het pr.o. te volgen; constaterende dat de mogelijkheid voor pr.o. en mbo om de entreeopleiding gezamenlijk aan te bieden al bijna twintig jaar wordt gedoogd, maar nog niet wettelijk is verankerd; overwegende dat de huidige gedoogsituatie rechtsonzekerheid met zich meebrengt voor leerlingen, scholen en samenwerkingspartners, en dat een wettelijke basis noodzakelijk is om de kwaliteit en continuïteit van de pr.o.-entreeroute te waarborgen; verzoekt de regering het wetstraject waarmee mogelijk wordt gemaakt dat leerlingen in het praktijkonderwijs binnen het pr.o. ook de entreeopleiding kunnen volgen en afronden, met prioriteit te behandelen, en de Kamer te informeren over een concreet tijdpad voor de verdere uitwerking en invoering hiervan.
10 juni | D66, JA21 | Aangenomen: 143–7 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij wil dat het mbo toegankelijk is voor instromers zonder startkwalificatie [1] en zet in op het stimuleren van jongeren om voor het mbo te kiezen [1]. Daarnaast staat het recht van ieder kind op onderwijs dat aansluit bij zijn of haar mogelijkheden centraal, waarbij aandacht is voor soepele doorstroming [2]. De partij wil bovendien investeren in het beroepsonderwijs [3].

Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma biedt geen argumenten om tegen de wettelijke verankering van de pr.o.-entreeroute of tegen het prioriteren van dit wetstraject te stemmen.

Bronnen:

  1. "Of het nu in de zorg, techniek of bouw is: onze samenleving en arbeidsmarkt kan niet zonder vakmensen. We zetten in op positieve beeldvorming en stimuleren jongeren om vol vertrouwen te kiezen voor het vmbo en het mbo. Er komt gericht beleid voor meer praktisch gericht onderwijs, bijvoorbeeld de techniekhavo. Het mbo moet toegankelijk zijn voor instromers zonder startkwalificatie na beoordeling door de opleiding. De samenwerking tussen mboinstellingen en werkgevers wordt versterkt, zodat elke jongere verzekerd is van een kwalitatief goede stageplaats, inclusief stagevergoeding."
  2. "Ieder kind, ongeacht thuissituatie, achtergrond of leerproblemen, heeft recht op goed onderwijs dat bijdraagt aan een brede ontwikkeling, met ondersteuning die aansluit bij zijn of haar mogelijkheden. De behoefte van het kind staat centraal. We blijven stappen zetten richting inclusiever onderwijs, waarbij alle kinderen zoveel mogelijk naar dezelfde school gaan. Voorwaarde is dat de scholen dit kunnen doen zonder bureaucratie en geschuif met budgetten. Er wordt gekeken naar wat een kind nodig heeft om tot leren te komen en niet naar labels en indicaties. Dit vraagt nauwe samenwerking tussen onderwijs, ouders, jeugdhulpverlening en zorg, met bijbehorende gecombineerde financieringsstromen. Schoolgebouwen dienen beter te worden ingericht op inclusief onderwijs. De overheid zorgt voor voldoende speciaal onderwijs (primair en voortgezet) in elke regio, inclusief volwaardig voortgezet speciaal onderwijs op havo- en vwo-niveau. In het primair onderwijs komt een landsdekkend passend onderwijsaanbod voor (hoog)begaafden met een extra ondersteuningsbehoefte om schooluitval in deze groep terug te dringen. Er wordt aandacht besteed aan soepele terugkeer en doorstroming naar regulier onderwijs, waarbij het leerrecht van kinderen even centraal staat als de leerplicht. Door in te zetten op later selecteren zal de overgang van PO naar VO soepeler verlopen en worden de kansen voor ieder kind eerlijker. Daarvoor kan nu al ingezet worden op brede en verlengde brugklassen."
  3. "We investeren volop in het beroepsonderwijs en geven ruimte aan jonge ondernemers. Dat is nodig, nu veel kennis met pensioen gaat. Elke provincie verdient een techniekhavo en technasia. Bedrijven worden via samenwerkingen actief betrokken bij het onderwijs, zowel in het voortgezet als vervolgonderwijs. We stimuleren ondernemerschap vanuit het hoger en wetenschappelijk onderwijs, bijvoorbeeld door het mogelijk maken van afspraken over het intellectueel eigendom van tijdens een studie ontwikkelde innovaties."