De regering moet een wet maken zodat leerlingen in het praktijkonderwijs (pr.o.) de entreeopleiding (de eerste opleiding op het mbo) kunnen volgen. Nu is deze route nog niet officieel geregeld. Dat zorgt voor onzekerheid bij scholen en leerlingen. Een wettelijke basis is nodig om de kwaliteit van het onderwijs te waarborgen.
Motie van het lid Rooderkerk c.s. over het wetstraject prioriteren waarmee mogelijk wordt gemaakt dat leerlingen in het praktijkonderwijs binnen het pr.o ook de entreeopleiding kunnen volgen
De kamer,
constaterende dat ruim de helft van de pr.o.-leerlingen doorstroomt naar
het mbo, waarbij veel pr.o.-scholen de mogelijkheid bieden de entreeopleiding al in het laatste jaar van het pr.o. te volgen;
constaterende dat de mogelijkheid voor pr.o. en mbo om de entreeopleiding gezamenlijk aan te bieden al bijna twintig jaar wordt gedoogd,
maar nog niet wettelijk is verankerd;
overwegende dat de huidige gedoogsituatie rechtsonzekerheid met zich
meebrengt voor leerlingen, scholen en samenwerkingspartners, en dat
een wettelijke basis noodzakelijk is om de kwaliteit en continuïteit van de
pr.o.-entreeroute te waarborgen;
verzoekt de regering het wetstraject waarmee mogelijk wordt gemaakt dat
leerlingen in het praktijkonderwijs binnen het pr.o. ook de entreeopleiding
kunnen volgen en afronden, met prioriteit te behandelen, en de Kamer te
informeren over een concreet tijdpad voor de verdere uitwerking en
invoering hiervan.
Argumenten voor: De partij wil extra steun bieden aan kwetsbare leerlingen [1] en zet zich in voor onderwijs op maat, waarbij jongeren meer tijd krijgen om hun talent te ontdekken [2]. Daarnaast wordt meer waardering gevraagd voor vaardigheden die gericht zijn op de praktijk [1]. Het wettelijk verankeren van de entreeopleiding past bij de wens om te voorkomen dat jongeren te vroeg vastgezet worden in keuzes die hun toekomstige kansen bepalen [3].
Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma biedt geen specifieke argumenten om tegen de wettelijke verankering van de pr.o.-entreeroute te stemmen.
Bronnen:
"We versterken het vmbo en geven extra steun aan de groep kwetsbare leerlingen, vooral in de basisberoepsgerichte leerweg. We versterken de basisvaardigheden. We zorgen ook voor meer waardering van vaardigheden die gericht zijn op de praktijk."
"D66 doorbreekt dit. Dat doen we door te kiezen voor hoge verwachtingen, gelijke kansen en goede gebouwen om in te leren. Kinderen en jongeren krijgen meer tijd om hun talent te ontdekken, doordat we later selecteren en onderwijs op maat écht laten werken. Leraren krijgen het vertrouwen en de ruimte in hun vak. Studenten krijgen meer zekerheid, zoals met een hogere aanvullende beurs voor mbo'ers en meer studentenhuisvesting. We investeren in goede schoolgebouwen die ook duurzaam en toegankelijk zijn en we versterken digitale vaardigheden én vergroten het leesplezier. En we investeren in mbo's, hogescholen en universiteiten, zodat we ook de toekomst aankunnen. Zo bouwen we aan onderwijs waar mensen altijd blijven leren, op een manier die bij ze past, van nul tot honderd jaar."
"Maar die belofte wordt nu nog lang niet altijd waargemaakt. Door het lerarentekort vallen te vaak lessen uit. En te veel leerlingen gaan van school zonder goed te kunnen lezen, schrijven en rekenen. Tussen scholen zijn de verschillen groot: sommige scholen blinken jaar na jaar uit, andere blijven structureel achter. Jongeren worden te vroeg vastgezet in keuzes die hun kansen later bepalen. Leraren zijn te veel tijd kwijt aan bijzaken die niets met lesgeven te maken hebben. En scholen missen rust en een visie voor de lange termijn, omdat het beleid steeds verandert."