De regering moet een wet maken zodat leerlingen in het praktijkonderwijs (pr.o.) de entreeopleiding (de eerste opleiding op het mbo) kunnen volgen. Nu is deze route nog niet officieel geregeld. Dat zorgt voor onzekerheid bij scholen en leerlingen. Een wettelijke basis is nodig om de kwaliteit van het onderwijs te waarborgen.
Motie van het lid Rooderkerk c.s. over het wetstraject prioriteren waarmee mogelijk wordt gemaakt dat leerlingen in het praktijkonderwijs binnen het pr.o ook de entreeopleiding kunnen volgen
De kamer,
constaterende dat ruim de helft van de pr.o.-leerlingen doorstroomt naar
het mbo, waarbij veel pr.o.-scholen de mogelijkheid bieden de entreeopleiding al in het laatste jaar van het pr.o. te volgen;
constaterende dat de mogelijkheid voor pr.o. en mbo om de entreeopleiding gezamenlijk aan te bieden al bijna twintig jaar wordt gedoogd,
maar nog niet wettelijk is verankerd;
overwegende dat de huidige gedoogsituatie rechtsonzekerheid met zich
meebrengt voor leerlingen, scholen en samenwerkingspartners, en dat
een wettelijke basis noodzakelijk is om de kwaliteit en continuïteit van de
pr.o.-entreeroute te waarborgen;
verzoekt de regering het wetstraject waarmee mogelijk wordt gemaakt dat
leerlingen in het praktijkonderwijs binnen het pr.o. ook de entreeopleiding
kunnen volgen en afronden, met prioriteit te behandelen, en de Kamer te
informeren over een concreet tijdpad voor de verdere uitwerking en
invoering hiervan.
Argumenten voor: De partij wil leerlingen alle ruimte geven om door te groeien in het onderwijs en diploma's te stapelen [5]. Er is een sterke focus op het versterken van het mbo-onderwijs [1] en de maatschappelijke waarde van praktisch onderwijs [2]. Daarnaast wil de partij de aansluiting tussen de praktijk en het onderwijs verbeteren [3] en het praktijkgericht werken in het onderwijs versterken [4].
Argumenten tegen: Het programma biedt geen directe argumenten tegen het wettelijk verankeren van deze onderwijsruimte. Wel wordt vermeld dat de overheid niet te veel moet sturen bij de keuzes van instellingen en studenten [6].
Bronnen:
"We gaan voor het allerbeste mbo-onderwijs: Basisvaardigheden blijven prioriteit in het mbo. We zetten bevoegde leraren in voor taal-, reken- en burgerschapslessen. We behouden de subsidie om mbo'ers op de werkvloer op te leiden. We stimuleren bedrijven die investeren in eigen, gespecialiseerde opleidingen en gaan dergelijke bedrijfsscholen deels bekostigen. We maken de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) aantrekkelijker met betere begeleiding, meer instroommomenten en flexibeler wisselen tussen beroepsopleidende leerweg (BOL) en BBL. Om voortijdig schoolverlaten of groenpluk te voorkomen, verbeteren we de financiële positie van BBL'ers. Ook in de BOL-opleiding wordt meer in de praktijk opgeleid."
"Een sterk mbo is essentieel voor Nederland: Mbo'ers zijn de praktische ruggengraat van onze samenleving en economie. Hun vakwerk houdt de maatschappij draaiende. We moeten af van het vooroordeel dat een theoretische opleiding beter is dan een praktische. Een mbodiploma is een gerespecteerd eindstation, geen tussenstop. We gaan vol inzetten op de maatschappelijke herwaardering van ons mbo."
"Van praktijk naar leraar: Onderwijs kan niet zonder goede leraren. Er zijn veel professionals uit de praktijk die in het vmbo, praktijkonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs voor de klas willen staan. We zorgen voor voldoende praktijklerarenopleidingen door een goed bijscholingsaanbod. Zo zorgen we voor een betere aansluiting tussen praktijk en het onderwijs."
"Praktijkgericht onderwijs: We versterken praktijkgericht werken in het voorgezet onderwijs. Zo komen leerlingen op alle niveaus in contact met het lokale en regionale bedrijfsleven."
"Ruimte voor stapelen: Met een (v)mbo-, havo- of hbo-diploma op zak kun je de wereld aan. Toch kan het zijn dat leerlingen, door bijvoorbeeld onderadvisering, een diploma op een ander niveau kunnen en willen halen. Leerlingen die na het behalen van een bepaald diploma door willen in het vervolgonderwijs, moeten alle ruimte krijgen. Stapelen vergroot immers de kans op meerdere diploma's, een betere positie op de arbeidsmarkt en zo tot meer economische vrijheid en verantwoordelijkheid voor het eigen leven."
"Ons mbo, hbo en wetenschappelijk onderwijs bruist van de gouden handen en de knappe koppen. Als we in de toekomst willen innoveren hebben we hun kennis en kunde hard nodig. We vertrouwen erop dat instellingen en studenten hun eigen keuzes kunnen maken, zonder een overheid die te veel stuurt. Tegelijkertijd ontslaat dat de politiek niet van de plicht om, in periodes waarin arbeidsmarkttekorten, richting te geven. De VVD wil de stap naar voren zetten: het is tijd voor een toekomstbeeld voor het mbo, hbo en wetenschappelijk onderwijs."