De regering moet een wet maken zodat leerlingen in het praktijkonderwijs (pr.o.) de entreeopleiding (de eerste opleiding op het mbo) kunnen volgen. Nu is deze route nog niet officieel geregeld. Dat zorgt voor onzekerheid bij scholen en leerlingen. Een wettelijke basis is nodig om de kwaliteit van het onderwijs te waarborgen.
Motie van het lid Rooderkerk c.s. over het wetstraject prioriteren waarmee mogelijk wordt gemaakt dat leerlingen in het praktijkonderwijs binnen het pr.o ook de entreeopleiding kunnen volgen
De kamer,
constaterende dat ruim de helft van de pr.o.-leerlingen doorstroomt naar
het mbo, waarbij veel pr.o.-scholen de mogelijkheid bieden de entreeopleiding al in het laatste jaar van het pr.o. te volgen;
constaterende dat de mogelijkheid voor pr.o. en mbo om de entreeopleiding gezamenlijk aan te bieden al bijna twintig jaar wordt gedoogd,
maar nog niet wettelijk is verankerd;
overwegende dat de huidige gedoogsituatie rechtsonzekerheid met zich
meebrengt voor leerlingen, scholen en samenwerkingspartners, en dat
een wettelijke basis noodzakelijk is om de kwaliteit en continuïteit van de
pr.o.-entreeroute te waarborgen;
verzoekt de regering het wetstraject waarmee mogelijk wordt gemaakt dat
leerlingen in het praktijkonderwijs binnen het pr.o. ook de entreeopleiding
kunnen volgen en afronden, met prioriteit te behandelen, en de Kamer te
informeren over een concreet tijdpad voor de verdere uitwerking en
invoering hiervan.
Argumenten voor: De partij streeft naar een eerlijkere en kindgerichtere overgang van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs [3]. Daarnaast zet de partij in op het recht op inclusieve educatie en het bieden van voldoende begeleiding aan kinderen met verschillende beperkingen [2]. Het versterken van de overgang naar het voortgezet onderwijs door middel van samenwerking past bij het streven naar ontwikkel- en leergemeenschappen die kinderen ondersteunen bij hun ontwikkeling en de overstap [4]. Tot slot wil de partij de kwaliteit van het primair en middelbaar onderwijs verhogen door middel van structurele maatregelen [1].
Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma bevat geen argumenten tegen het bieden van rechtszekerheid voor leerlingen of het wettelijk verankeren van de pr.o.-entreeroute.
Bronnen:
"We verhogen de kwaliteit van het primair en middelbaar onderwijs door structureel te investeren in kleinere klassen en meer onderwijsondersteuners. We beginnen op scholen in kansarme wijken waar de onderwijsdruk het hoogst is. Daarbij zetten we in op extra opleidingsplaatsen voor onderwijsassistenten en een verruiming van zij-instroomtrajecten, zodat er voldoende handen in de klas beschikbaar komen. Ook ondersteunen we het maken van regionale samenwerkingsafspraken tussen schoolbesturen, gemeenten en lerarenopleidingen over de spreiding van personeel, stageplaatsen en werkdrukverlichting."
"We pleiten ervoor het recht op inclusieve educatie voor kinderen met een beperking effectief te implementeren, waarbij we inzetten op de toegankelijkheid van bestaande schoolgebouwen. Wij zetten in op voldoende begeleiding op scholen van kinderen met verschillende beperkingen en het vermijden van stigma's bij kinderen met een beperking."
"Volt gaat de overgang van basis naar voortgezet onderwijs eerlijker en kindgerichter maken. Centrale toetsen dragen bij aan kansengelijkheid door als objectieve check het schooladvies te versterken of bij te stellen. Tegelijkertijd mag de toets niet zwaarder wegen dan de bredere ontwikkeling van het kind. Volt pleit daarom voor een breder adviesproces, gebaseerd op de leerontwikkeling die leraren door de jaren heen waarnemen, in combinatie met doorstroomgesprekken met ouders en leerlingen. Volt stimuleert de ontwikkeling van alternatieve toetsvormen, zoals kleinschalige, diagnostische toetsen die gericht zijn op ondersteuning in plaats van selectie. Scholen krijgen hierbij inhoudelijke en professionele begeleiding om deze toetsen op een eerlijke en stressvrije manier te integreren in hun schooladvies."
"We verkennen het opzetten van ontwikkel- en leergemeenschappen waar instanties voor onderwijs, opvang, zorg, cultuur en sport samenwerken. Deze gemeenschappen bieden kinderen een veilige en stimulerende omgeving waarin ze zich stap voor stap kunnen ontwikkelen - vanaf jonge leeftijd tot en met de overstap naar het voortgezet onderwijs."