Nieuwe eisen voor gewasbeschermingsmiddelen

De regering moet pas stoppen met het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen (middelen tegen plantenziekten) als er goede alternatieven zijn. Deze alternatieven moeten net zo goed werken en niet duurder zijn. Het aantal middelen wordt namelijk erg snel kleiner. Dit mag de voedselvoorziening en de export van Nederland niet in gevaar brengen.

Motie van het lid Chris Jansen over gewasbeschermingsmiddelen pas uitfaseren wanneer er alternatieven beschikbaar zijn

De kamer, constaterende dat het gewasbeschermingsmiddelenpakket in hoog tempo krimpt; overwegende dat de Nederlandse voedselzekerheid en de exportpositie nooit op het spel mogen worden gezet; verzoekt de regering gewasbeschermingsmiddelen pas uit te faseren wanneer er alternatieven beschikbaar zijn die zowel qua effectiviteit als qua prijs aantoonbaar minimaal gelijkwaardig zijn, en natuurlijk bij voorkeur beter en goedkoper zijn.
11 juni | PVV | Verworpen: 40–110 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma BBB

Stemverwachting: voor (erg zeker, 95%)

Argumenten voor: De partij stelt expliciet dat middelen die in de EU zijn toegestaan niet verboden mogen worden zolang er geen volwaardige en betaalbare alternatieven voor zijn [1]. Daarnaast benadrukt de partij dat een goed gevulde 'gereedschapskist' met effectieve middelen essentieel is om gewassen te beschermen tegen ziekten en plagen [3][2]. Het waarborgen van de voedselzekerheid en de productiecapaciteit wordt gezien als een strategische keuze voor de weerbaarheid van het land [6][4], waarbij beleid bovendien haalbaar, betaalbaar en uitvoerbaar moet zijn [5].

Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma biedt geen argumenten om tegen de motie te stemmen.

Bronnen:

  1. "Geen oude schoenen weggooien voor je nieuwe hebt. In de EU toegestane middelen worden niet verboden zolang er geen volwaardig en betaalbaar alternatieven zijn. Er komt een versnelde toe lating van nieuwe biologische gewasbeschermingsmiddelen en zogenoemde groene middelen."
  2. "Goed gevulde gereedschapskist voor boeren, tuinders en telers. Om hun gewassen te kunnen beschermen tegen ziekten, plagen, schimmels en ongedierte, blijft een goed gevulde 'gereedschapskist' noodzakelijk. De 'landbouwkundige noodzaak' moet voortaan meewegen in het verlenen van toelating en ontheffingen."
  3. "Boeren, tuinders en telers moeten hun gewassen kunnen blijven beschermen tegen ziekten, plagen en andere bedreigingen. Daarom is een goed gevulde gereedschapskist met effectieve én innovatieve middelen essentieel. Toelating en toezicht worden gebaseerd op landbouwkundige noodzaak, wetenschappelijke beoordeling en gezond verstand."
  4. "We investeren in robuuste, toekomstbestendige voedselsystemen, zodat Nederland altijd goed, voldoende en betaalbaar voedsel heeft, ook bij blokkades, conflicten of internationale schaarste. Dat betekent: bescherming van onze boeren, behoud van vruchtbare landbouwgrond en versterking van de productiecapaciteit. We bouwen op termijn alle afhankelijkheden van Rusland, China en gelieerde landen in de voedselketen volledig af. Uiteindelijk streven we naar een zo hoog mogelijke voedselonafhankelijkheid. Dat betekent dat we handel blijven aanmoedigen maar we zorgen dat we in Nederland voldoende voedsel produceren om honger te voorkomen als handel stilvalt."
  5. "Realisme in beleid. Beleid moet haalbaar, betaalbaar en uitvoerbaar zijn. Spelregels worden niet tijdens de wedstrijd veranderd, zodat agrarische ondernemers, voedselproducenten en vissers langjarige zekerheid krijgen."
  6. "Want als we niet staan voor onze eigen boeren, verliezen we meer dan alleen voedselproductie. We verliezen grip op onze bestaanszekerheid. Een land dat zichzelf niet kan voeden, is kwetsbaar voor de grillen van internationale markten, conflicten en handelsbelangen van anderen. Dat ondermijnt onze weerbaarheid, onze economische stabiliteit én onze democratische autonomie. Daarom is het beschermen van de Nederlandse landbouw geen symboolpolitiek, maar een strategische keuze voor de toekomst van ons land."