De regering moet pas stoppen met het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen (middelen tegen plantenziekten) als er goede alternatieven zijn. Deze alternatieven moeten net zo goed werken en niet duurder zijn. Het aantal middelen wordt namelijk erg snel kleiner. Dit mag de voedselvoorziening en de export van Nederland niet in gevaar brengen.
Motie van het lid Chris Jansen over gewasbeschermingsmiddelen pas uitfaseren wanneer er alternatieven beschikbaar zijn
De kamer,
constaterende dat het gewasbeschermingsmiddelenpakket in hoog tempo
krimpt;
overwegende dat de Nederlandse voedselzekerheid en de exportpositie
nooit op het spel mogen worden gezet;
verzoekt de regering gewasbeschermingsmiddelen pas uit te faseren
wanneer er alternatieven beschikbaar zijn die zowel qua effectiviteit als
qua prijs aantoonbaar minimaal gelijkwaardig zijn, en natuurlijk bij
voorkeur beter en goedkoper zijn.
Argumenten voor: De partij vindt dat de landbouw moet bijdragen aan voedselzekerheid [5][4] en dat de voedselsector goed moet zijn voor de economie [2]. Daarnaast wordt benadrukt dat boeren een duidelijke en stabiele koers nodig hebben om investeringen te kunnen doen [4].
Argumenten tegen: De partij wil het gebruik van milieubelastende bestrijdingsmiddelen terugdringen [3] en wil dat dit gebruik op termijn stopt [1]. Om deze transitie te faciliteren, pleit de partij juist voor het versnellen van de toelating van voedselinnovaties [2].
Bronnen:
"D66 wil PFAS zo snel mogelijk verbieden. Het gebruik van milieubelastende bestrijdingsmiddelen stopt op termijn."
"De overheid moet deze voedselinnovaties helpen versnellen. Denk aan snellere toelating, gerichte investeringen en Europese samenwerking. Zo wordt onze voedselsector gezond voor mens en planeet, én goed voor de economie."
"Er is wetenschappelijk sterk bewijs dat sommige bestrijdingsmiddelen de kans op ziektes zoals parkinson vergroten. We dringen het gebruik van bestrijdingsmiddelen die het milieu belasten terug."
"De landbouw heeft Nederland veel gebracht: voedselzekerheid, werkgelegenheid en internationale trots. Maar die vooruitgang kende ook een keerzijde. Boeren produceerden steeds intensiever. Dat gaf schade aan natuur, bodem en water, en ging ten koste van dierwelzijn. De boer zit klem tussen eisen van de markt, de overheid en de consument. Jonge boeren haken af, omdat ze geen perspectief meer zien. Dat moeten we keren. D66 is duidelijk over de grote opgaven voor de landbouw, maar ziet ook de kansen. Een duidelijke en stabiele koers geeft boeren weer de basis voor beslissingen over investeringen. We komen nú in actie, zodat boeren snel weer met vertrouwen naar de toekomst kunnen kijken. Daarbij gaan wij goed om met dieren. En we geven ons landschap door aan de volgende generatie."
"Voor D66 heeft de landbouw daarin nadrukkelijk ook een plek. De boer verdient nieuw perspectief voor de lange termijn. Dat is niet altijd makkelijk. Soms botsen belangen, soms is er onzekerheid over de beste weg. D66 maakt ruimte voor een duurzaam verdienmodel. We kiezen voor landbouw die de bodem en het landschap herstelt, bijdraagt aan voedselzekerheid, ons waterbeheer en biodiversiteit sterker maakt en dierenwelzijn serieus neemt."