Betere regie voor de jeugdbescherming

De regering moet plannen maken om de regie en macht bij de jeugdbescherming te versterken. Nu werken instanties in de jeugdzorg te weinig samen. Hierdoor raken kwetsbare kinderen uit het zicht en worden belangrijke signalen niet opgemerkt. Er moet één partij zijn die de volledige verantwoordelijkheid draagt voor de veiligheid van het kind.

Motie van het lid El Abassi over versterking van de landelijke regie en doorzettingsmacht binnen de jeugdbescherming

De kamer, constaterende dat inspecties, de Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd en de Raad voor het Openbaar Bestuur wijzen op versnippering, gebrekkige samenwerking en onvoldoende regie binnen het jeugdzorgstelsel; overwegende dat hierdoor kwetsbare kinderen uit beeld kunnen raken en signalen onvoldoende worden opgepakt; verzoekt de regering te komen met voorstellen voor versterking van de landelijke regie en doorzettingsmacht binnen de jeugdbescherming, zodat in complexe situaties één partij eindverantwoordelijk is voor de veiligheid van het kind.
11 juni | DENK | Aangenomen: 150–0 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma SGP

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij stelt dat wanneer ingrijpen in een gezin noodzakelijk is, de overheid verantwoordelijk is voor het bieden van deugdelijk toezicht op het kind en het beschikbaar stellen van voldoende goede hulp [1].

Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma biedt geen argumenten tegen het versterken van de landelijke regie of tegen het aanwijzen van een eindverantwoordelijke partij binnen de jeugdbescherming.

Bronnen:

  1. "Het is een pijnlijke realiteit dat het ondersteunen van gezinnen en gemeenschappen en de inzet van vrijwillige jeugdhulp niet altijd toereikend is om kinderen een veilige situatie te bieden. De omstandigheden thuis kunnen zo bedreigend worden dat ingrijpen noodzakelijk is. Die situaties dienen zoveel mogelijk beperkt te worden. Als toch ingegrepen moet worden, is de overheid verantwoordelijk voor deugdelijk toezicht op het kind en beschikbaarheid van voldoende goede hulp. De inzet is zoveel mogelijk gericht op terugkeer naar het gezin, tenzij duidelijk blijkt dat dit in strijd is met het belang van het kind."