De regering moet meer onderzoek doen naar de rol van vaders in de opvoeding. Ook moet de regering de kennis van lokale initiatieven bundelen. Betrokken vaders zijn belangrijk voor de ontwikkeling van kinderen en stabiele gezinnen. Nu is er te weinig landelijke kennis over dit onderwerp. Door deze kennis te delen, kan de overheid gezinnen en jongeren beter helpen.
Motie van het lid Ceder over onderzoek naar de rol van positief vaderschap
De kamer,
constaterende dat betrokken vaderschap een belangrijke bijdrage levert
aan de ontwikkeling van kinderen, de stabiliteit van gezinnen en het
voorkomen van maatschappelijke problemen;
overwegende dat in Nederland nog relatief weinig structurele kennisontwikkeling en beleidsvorming plaatsvindt rondom de rol van vaders in de
opvoeding en de gevolgen van vaderafwezigheid;
overwegende dat er verspreid over het land diverse waardevolle lokale
initiatieven bestaan die zich richten op het versterken van betrokken
vaderschap, maar dat kennis, ervaring en bewezen effectieve werkwijzen
nog onvoldoende worden gedeeld en gebundeld;
verzoekt de regering:
– te stimuleren dat meer structureel onderzoek wordt verricht naar de rol
van positief vaderschap en de effecten van vaderafwezigheid op
kinderen, gezinnen en de samenleving;
– te bezien hoe de uitkomsten van dit onderzoek kunnen bijdragen aan
effectiever preventief gezins- en jeugdbeleid;
– in overleg te treden met lokale initiatieven rond vaderschap en
relevante organisaties en kennisinstituten, en te verkennen hoe
bestaande kennis, expertise en initiatieven rondom betrokken
vaderschap landelijk toegankelijk gemaakt kunnen worden, bijvoorbeeld door middel van een landelijk platform.
Argumenten voor: De partij wil de oorzaken van criminaliteit aanpakken door te investeren in kansengelijkheid en ondersteuning aan ouders [1]. Daarnaast is preventie en ondersteuning van het gezin een belangrijk speerpunt in het programma [3]. Ook wil de partij ouders meer ruimte geven om te zorgen, onder andere door het gelijkwaardig maken van verlofregelingen [4]. Bovendien streeft de partij naar samenwerking met maatschappelijke netwerken [2] en een betere verbinding tussen gemeenten, onderwijs en jeugdzorg [5] om zo tijdig passende en maatwerk ondersteuning te bieden [6].
Argumenten tegen: Er is onvoldoende informatie in de verstrekte fragmenten om een onderbouwing tegen de motie te geven.
Bronnen:
"Het voorkomen van criminaliteit wordt een prioriteit. Er wordt daarom geïnvesteerd in kansengelijkheid en aandacht voor de oorzaken van criminaliteit. Lokale overheden krijgen meer budget voor gerichte ondersteuning aan ouders met kinderen die dreigen af te glijden, bij voorkeur door professionals in wie de jongeren in kwestie zich kunnen herkennen."
"Er wordt proactief gezocht naar samenwerkingen met diverse maatschappelijke netwerken, raden en instanties uit het culturele domein om mee te denken over uitdagingen in onze maatschappij."
"De jeugdzorg is na de decentralisatie naar gemeentes achteruitgegaan. De kosten voor jeugdzorg zijn sterk gestegen omdat er meer en meer complexe zorg wordt ingezet en het aantal jeugdigen in de zorg toeneemt. Gemeenten krijgen daarom voldoende geld om goede jeugdzorg aan te bieden. Tegelijk is het nodig om meer in te zetten op preventie en ondersteuning van het gezin en op school. Voor kinderen in de pleegzorg is een stabiele en liefdevolle omgeving van essentieel belang om goed op te groeien, liefst bij pleegouders en anders in een gezinshuis. Helaas staat de pleegzorg onder grote druk: de werkdruk voor medewerkers is heel hoog en daardoor is het verloop groot."
"Ouders krijgen meer ruimte om te zorgen. Het ouderschapsverlof wordt verlengd naar drie maanden volledig betaald verlof voor alle ouders. Bevallingsverlof en partnerverlof worden gelijkgetrokken: even lang en 100% betaald."
"De verbinding tussen onderwijs, gemeenten en jeugdzorg wordt versterkt en gefaciliteerd, zodat leerlingen tijdig passende ondersteuning kunnen krijgen."
"Er komen meer mogelijkheden om te voorzien in persoonlijke zorg- en onderwijsbehoeften door te experimenteren met maatwerk, en met een samenwerking tussen jeugdzorg en gespecialiseerd onderwijs. Dit gebeurt in overleg met leerlingen en ouders."