Bedrijven betrekken bij grondstoffenstrategie

De regering moet samenwerken met bedrijven bij de grondstoffenstrategie. Gebruik financiële hulp, zoals garantstellingen of het opvangen van de eerste verliezen (first-loss-facilitering), om investeringen te stimuleren. Dit is nodig omdat de afhankelijkheid van autocratische landen de zelfstandigheid van Nederland ondermijnt.

Motie van het lid Verkuijlen over samenwerken met de private sector bij de uitvoering van de grondstoffenstrategie

De kamer, overwegende dat onze strategische soevereiniteit ondermijnd wordt door machtspolitiek en een afhankelijkheid van autocratische regimes; overwegende dat publiek geld in de grondstoffensector als vliegwiel kan dienen en dat private investeringen alleen loskomen wanneer er een gezond winstmotief tegenover staat; overwegende dat effectief geopolitiek optreden vereist dat de overheid bereid is om private investeringsrisico’s actief te mitigeren en te delen; verzoekt de regering om bij de uitvoering van de grondstoffenstrategie nadrukkelijk de samenwerking te zoeken met de private sector, en instrumenten die inspelen op het winstmotief, waaronder garantstellingen en «first-loss»-facilitering, hierbij niet uit te sluiten.
11 juni | VVD |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma PvdD

Stemverwachting: tegen (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij wil de afhankelijkheid van bepaalde grondstoffen verminderen door onderzoek naar alternatieven te stimuleren [1] en erkent dat strategische autonomie van belang is [2].

Argumenten tegen: De partij neemt een kritische houding aan tegenover publiek-private partnerschappen (PPP), omdat bedrijven daarin vaak te veel invloed krijgen op beleid ten koste van mens, dier en planeet [3]. Daarnaast stelt de partij dat bedrijven die zich ten koste van de planeet verrijken, de bescherming van de overheid voor hun ondernemingsvrijheid en kapitaal niet langer verdienen [4].

Bronnen:

  1. "We stimuleren (wetenschappelijk) onderzoek naar duurzame en planeetvriendelijke alternatieven voor zeldzame grondstoffen zoals cobalt, lithium, titanium en andere. De alternatieven moeten ons minder afhankelijk maken van schadelijke grondstoffenwinning die gepaard gaat met mensenrechtenschendingen."
  2. "We kiezen voor een economie die werkt vóór dier, mens en planeet, in plaats van ten koste van hen. Dat betekent: het maken en gebruiken van spullen binnen de draagkracht van de Aarde, met respect voor leven en toekomst. Het betekent ook dat we de economie democratiseren, en publieke voorzieningen niet langer overlaten aan de markt maar in handen van de samenleving brengen. Hiervoor zullen we ook heel duidelijke keuzes moeten maken over welke industrie wél een toekomst heeft in Nederland en welke industrie niet. Strategische autonomie is van belang op Europees niveau, maar niet haalbaar voor Nederland alleen. Er zijn sectoren, zoals staalproductie en andere energie-intensieve basisindustrie, die beter passen in landen waar meer ruimte is en goedkope groene energie. Nederland kan zich richten op hoogwaardige maakindustrie, waarvoor hier de juiste kennis, kunde en ruimte is. Een visie vanuit de overheid op hoe Nederland er in de toekomst uit zal zien is hiervoor onmisbaar."
  3. "Nederland neemt een kritische houding aan tegenover publiek-private partnerschappen (PPP) in internationale verdragen. Onder het mom van zelfregulering krijgen bedrijven daarin te veel invloed op beleid, vaak ten koste van mens, dier en planeet. Publieke belangen, dierenwelzijn en ecologische grenzen staan altijd voorop."
  4. "Banken en bedrijven die zich ten koste van de planeet verrijken, verdienen niet langer de bescherming van de overheid voor hun ondernemingsvrijheid en kapitaal. De overheid stopt met het verlenen van exportkredietverzekeringen voor fossiele projecten en schadelijke industrieën zoals de vee-industrie en slachterijen."