De regering moet de bezuinigingen op internationale gezondheidsorganisaties, zoals het Global Fund en Gavi, in 2026 herstellen. Mondiale gezondheidssystemen staan onder grote druk. Investeringen in wereldwijde gezondheid leveren juist grote gezondheidswinst en besparingen op. Ook moet de regering extra investeren in de veiligheid van hulpverleners in conflictgebieden.
Motie van de leden Lohman en Kröger over de bezuinigingen op multilaterale gezondheidsorganisaties zo veel mogelijk herstellen
De kamer,
constaterende dat de Nederlandse bijdrage aan multilaterale gezondheidsorganisaties zoals het Global Fund to Fight AIDS, Tuberculosis and
Malaria, Gavi, The Vaccine Alliance, en UNAIDS in 2026 met circa 18%
wordt verlaagd;
constaterende dat mondiale gezondheidssystemen onder toenemende
druk staan en het belang van pandemische paraatheid onverminderd
groot is;
constaterende dat investeringen in mondiale gezondheid aantoonbaar
leiden tot grote gezondheidswinst en kostenbesparingen;
constaterende dat humanitaire hulpverleners en medisch personeel
steeds vaker te maken hebben met onveilige werkomstandigheden en
doelwit worden van geweld;
verzoekt de regering, binnen het extra toegekende budget voor ontwikkelingssamenwerking, de bezuinigingen op multilaterale gezondheidsorganisaties voor in ieder geval het jaar 2026 zo veel mogelijk te herstellen;
verzoekt de regering tevens in 2026 extra in te zetten op initiatieven ter
verbetering van de veiligheid van hulpverleners in conflictgebieden.
Argumenten voor: De partij wil de bezuinigingen op hulp aan de allerarmsten wereldwijd terugdraaien [3][1] en streeft ernaar om terug te keren naar de internationale norm van 0,7% van het bni voor ontwikkelingssamenwerking [4][5][1]. Bovendien wil de partij minstens 50% van het ontwikkelingsbudget besteden aan het bestrijden van ziekten en het verbeteren van de leefomstandigheden [1]. De focus op het verbeteren van de eerstelijnsgezondheidszorg [2] en het bieden van directe humanitaire hulp in conflictgebieden [6] ondersteunt dit standpunt.
Argumenten tegen: Er is in het verkiezingsprogramma geen informatie beschikbaar om een argument tegen de motie te formuleren.
Bronnen:
"De bezuiniging op de allerarmsten wereldwijd wordt teruggedraaid. Nederland groeit weer toe naar de internationale norm om 0,7% van het bruto nationaal inkomen (bni) uit te geven aan ontwikkelingssamenwerking en handhaaft de aloude bni-koppeling. We willen een maximering van de toerekening van asielkosten aan het ODA-budget. We besteden minstens 50% van het ontwikkelingsbudget aan verbetering van de leefomstandigheden en het bestrijden van ziekten in landen met de grootste armoede en achterstanden. Dat betekent een duurzame band met die landen en hen ondersteunen bij het opzetten of vormgeven van sociale vangnetten, met speciale aandacht voor de meest gemarginaliseerde groepen, zoals vervolgde christenen of mensen met een beperking."
"We zetten in op de verbetering van de eerstelijnsgezondheidszorg, in het bijzonder voor vrouwen, jongeren en kinderen. We stoppen met ontwikkelingsprogramma's die abortus bevorderen. We geven voorlichting over en preventie van ongewenste zwangerschappen en seksueel overdraagbare aandoeningen. We ondersteunen goede, toegankelijke moeder- en kindzorg. Samen met Nederlandse bedrijven exporteren we kennis en aanpakken voor voedselzekerheid."
"Nederland is gezegend met een enorme welvaart. Van deze rijkdom mogen wij delen met onze naasten dichtbij en ver weg. Het is een grove schande dat het laatste kabinet miljarden bezuinigde op hulp aan de allerarmsten. Deze bezuiniging draaien we terug."
"**Defensie en ontwikkelingssamenwerking.** We kiezen voor veiligheid en solidariteit. Nederland gaat zich houden aan de afspraken en voldoen aan de internationale normen. Daarom geven we 3.5% van ons nationale inkomen uit aan defensie en 0.7% aan de allerarmsten wereldwijd."
"Veiligheid wordt niet slechts bereikt met militaire middelen. Internationale inzet van de krijgsmacht is onderdeel van een doordachte integrale benadering, in nauwe samenwerking met de inzet van diplomatie, ontwikkelingssamenwerking en de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, gericht op een lange termijn commitment, (weder) opbouw, conflictpreventie en civiel-militaire samenwerking. Dit is een extra reden voor ontwikkelingssamenwerking en daarom keren we terug naar de internationale norm om hier 0,7% van het bruto nationaal inkomen aan uit te geven. We zien in gewapende conflicten steeds vaker inzet van (deels) autonome wapensystemen. Dat stelt ons voor grote morele vragen. We willen internationale regulering met betrekking tot de vraag of en onder welke voorwaarden autonome wapensystemen kunnen worden ontwikkeld en ingezet."
"Wereldwijd neemt het aantal gewelddadige conflicten toe. In Europa leek oorlog iets van het verleden, maar niets is minder waar. We blijven Oekraïne financieel en militair steunen in de strijd tegen de wrede Russische agressie. Ook in andere gewelddadige conflicten zoals tussen Rwanda en Congo, en in Soedan, Syrië of Myanmar, steunen wij de bevolking die lijdt onder de burgeroorlog met directe humanitaire hulp. Nederland zet zich in voor humanitaire hulp, ondersteuning bij vredesprocessen en opsporing en vervolging van oorlogsmisdaden."