De regering moet bij de nieuwe natuurregels ook verbeteren hoe wordt bepaald hoe het met vogelsoorten gaat. De huidige methode is gebaseerd op de Habitatrichtlijn (regels voor bedreigde soorten). Dat werkt niet goed voor gewone vogels. Er moet worden onderzocht of een nieuwe methode beter kijkt naar de grootte van vogelpopulaties. Dit is nodig voor een goed natuurbeleid.
Motie van het lid Boomsma over de beoordelingssystematiek voor vogelsoorten betrekken bij het bepalen van de staat van instandhouding van algemeen voorkomende diersoorten
De kamer,
constaterende dat de regering werkt aan een herziening van de methode
voor het bepalen van de staat van instandhouding van algemeen
voorkomende wilde diersoorten;
constaterende dat de in Nederland gehanteerde methodiek voor vogels
niet is voorgeschreven in de Vogelrichtlijn, maar nationaal is ontwikkeld
op basis van een methode uit de Habitatrichtlijn bedoeld voor bedreigde
flora en fauna;
overwegende dat er vragen bestaan over deze methodiek ten aanzien van
de referentiewaarden, verspreiding en populatieontwikkeling;
overwegende dat een goede beoordeling van de staat van instandhouding
van wilde diersoorten van groot belang is voor effectief natuurbeleid;
verzoekt de regering om bij het traject tot wijziging van de methode voor
het bepalen van de staat van instandhouding van algemeen voorkomende
diersoorten ook de beoordelingssystematiek voor vogelsoorten te
betrekken en te onderzoeken of een aangepaste systematiek kan worden
vastgesteld die meer rekening houdt met de omvang van populaties.
Argumenten voor: De partij wil biodiversiteitsverlies tegengaan [1] en voert de Europese Natuurherstelwet ambitieus uit [4]. Het verbeteren van de methodiek voor het bepalen van de staat van instandhouding van diersoorten draagt bij aan het doel om natuur en landschap beter te beschermen [1] en natuurherstel serieus te nemen in het ruimtelijk beleid [3]. Daarnaast toont de partij aandacht voor de benodigde ruimte voor weidevogels [2], wat aansluit bij de focus op vogelsoorten in de motie.
Argumenten tegen: Het programma bevat geen argumenten tegen een wetenschappelijk verbeterde beoordelingsmethode voor diersoorten.
Bronnen:
"Nog maar 15% van wat ooit aan soorten leefden in ons land is nog over. En 90% van de leefgebieden is in slechte staat. Nederland is kampioen biodiversiteitsverlies. We zijn trots op ons land, maar zorgen toch onvoldoende voor wat Nederland echt uniek maakt: onze landschappen en de Nederlandse natuur. Van vlinders tot egels, van weiland tot bos - overal staan natuur en landschap onder druk. D66 vindt dat natuur meetelt in elke ruimtelijke afweging. Want een rijke natuur is de basis voor wat ons lief is: gezondheid, wonen, werken, voedsel en vrijheid."
"Op verschillende plekken in Nederland verdwijnt op grote schaal grasland. Vaak wordt grasland vervangen door teelten die veel kunstmest, bestrijdingsmiddelen en grondwater vragen. Dat is zonde én niet nodig. Grasland kan CO₂ opslaan, water vasthouden én ruimte bieden aan weidevogels, áls het natuurinclusief en minder intensief wordt beheerd. Vooral rondom kwetsbare natuur en in veenweidegebieden is dat van grote waarde."
"Bij al het ruimtelijk beleid houden we rekening met herstel van de natuur. Veel maatregelen zijn gelukkig simpel én effectief. Denk aan inheems openbaar groen, aangepast maaibeleid en dijken vol bloemen. De overheid geeft hierin het goede voorbeeld op eigen grond en betrekt daar andere grondeigenaren actief bij."
"We voeren de Europese Natuurherstelwet ambitieus uit en maken voldoende middelen vrij voor de uitvoering hiervan."