De regering moet bij de nieuwe natuurregels ook verbeteren hoe wordt bepaald hoe het met vogelsoorten gaat. De huidige methode is gebaseerd op de Habitatrichtlijn (regels voor bedreigde soorten). Dat werkt niet goed voor gewone vogels. Er moet worden onderzocht of een nieuwe methode beter kijkt naar de grootte van vogelpopulaties. Dit is nodig voor een goed natuurbeleid.
Motie van het lid Boomsma over de beoordelingssystematiek voor vogelsoorten betrekken bij het bepalen van de staat van instandhouding van algemeen voorkomende diersoorten
De kamer,
constaterende dat de regering werkt aan een herziening van de methode
voor het bepalen van de staat van instandhouding van algemeen
voorkomende wilde diersoorten;
constaterende dat de in Nederland gehanteerde methodiek voor vogels
niet is voorgeschreven in de Vogelrichtlijn, maar nationaal is ontwikkeld
op basis van een methode uit de Habitatrichtlijn bedoeld voor bedreigde
flora en fauna;
overwegende dat er vragen bestaan over deze methodiek ten aanzien van
de referentiewaarden, verspreiding en populatieontwikkeling;
overwegende dat een goede beoordeling van de staat van instandhouding
van wilde diersoorten van groot belang is voor effectief natuurbeleid;
verzoekt de regering om bij het traject tot wijziging van de methode voor
het bepalen van de staat van instandhouding van algemeen voorkomende
diersoorten ook de beoordelingssystematiek voor vogelsoorten te
betrekken en te onderzoeken of een aangepaste systematiek kan worden
vastgesteld die meer rekening houdt met de omvang van populaties.
Argumenten voor: De partij wil dat natuurbeleid en de uitvoering van natuurverordeningen zo veel mogelijk aansluiten bij de Nederlandse praktijk [1]. Hierbij wordt benadrukt dat er niet gekoerst moet worden op onhaalbare referentiebeelden uit een ver verleden, maar op wat nodig is voor een weerbare natuur in de toekomst [1].
Argumenten tegen: Het programma bevat geen specifieke informatie of standpunten die het behoud van de huidige beoordelingsmethodiek voor vogelsoorten ondersteunen.
Bronnen:
"De Europese Natuurherstelverordening kan potentieel grote gevolgen hebben voor onder meer de landbouw. Zolang deze verordening niet ingetrokken worden, wil de SGP de wet zo invoeren of aanpassen dat die zoveel mogelijk aansluit op de Nederlandse praktijk. Er wordt niet gekoerst op onhaalbare referentiebeelden vanuit een ver verleden, maar op wat voor een weerbare natuur in de toekomst nodig is."