Hogere ondergrens stikstofberekeningen

De regering moet de ondergrens van de AERIUS-calculator verhogen naar minimaal 0,5 mol per hectare per jaar. Dit model berekent de stikstofneerslag op de natuur. De huidige grens is wetenschappelijk onbetrouwbaar. Berekeningen onder de 0,5 mol zijn te onzeker om een goede basis te vormen voor het verlenen van vergunningen.

Motie van het lid Boomsma c.s. over bij de volgende AERIUS-update een verhoging van de rekenkundige ondergrens doorvoeren

De kamer, constaterende dat de AERIUS Calculator voor stikstofdepositie bij vergunningverlening een rekenkundige ondergrens hanteert van 0,005 mol per hectare per jaar, maar er brede wetenschappelijke overeenstemming bestaat dat modeluitkomsten van minder dan 0,5 mol per hectare per jaar niet zouden moeten worden gebruikt, omdat deze methodologisch te onzeker zijn, en dat er daarmee een wetenschappelijke en solide juridische basis bestaat voor een rekenkundige ondergrens van 0,5 mol per hectare per jaar; constaterende dat de Raad van State in zijn ViA15-oordeel van april 2023 een vergelijkbare beperking in het toepassingsbereik van het model heeft geaccepteerd als wetenschappelijke onderbouwing van de maximale rekenafstand van 25 kilometer, omdat het model daarbuiten geen betrouwbare uitspraken kan doen; overwegende dat de Kamer in vervolg daarop reeds tweeënhalf jaar geleden heeft verzocht de rekenkundige ondergrens te verhogen (30 252, nr. 133); overwegende dat de Nederlandse NOx-emissies al decennia dalen met procenten per jaar onder invloed van Europees bronbeleid en de toepassing van de best beschikbare technieken in de industrie, en dat de NH3-emissies in de landbouw weliswaar in een trager tempo afnemen, maar dat het risico op grotere emissies bij een hogere rekenkundige ondergrens wordt ondervangen door systemen van (afnemende) productierechten; overwegende dat de desondanks eventueel optredende geringe cumulatieve effecten van verschillende deposities van meerdere activiteiten onder deze grens effectief kunnen worden gemitigeerd door landelijke emissiereducerende en eventuele meer specifieke flankerende maatre- kst-33576-490 ISSN 0921 - 7371 ’s-Gravenhage 2026 Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 576, nr. 490 1 gelen, en geen juridisch beletsel kunnen vormen voor de invoering van een hogere rekenkundige ondergrens; overwegende dat het kabinet een pakket maatregelen voor enerzijds geborgde stikstofemissiereductie en anderzijds geborgd natuurherstel heeft aangekondigd, dat op 26 juni aanstaande wordt gepresenteerd; verzoekt de regering bij de volgende AERIUS-update in oktober, dus nog voor 1 januari aanstaande, en in het uiterste geval voor 1 juli 2027, de verhoging van de rekenkundige ondergrens naar minimaal 0,5 mol per hectare per jaar (1 mol per hectare per jaar na afronding) door te voeren, en wel voor zolang stikstofdepositiemodellen nog worden gebruikt voor vergunningverlening van individuele projecten, en dit als expliciet onderdeel van het nog deze maand te presenteren pakket maatregelen mee te nemen.
16 juni | JA21, BBB, CU, Keijzer, Markusz, SGP |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij is uiterst kritisch op het huidige stikstofbeleid dat te veel gericht is op de neerslag (depositie) van stikstof, wat geleid heeft tot complexe technieken zoals het Aerius-model en schijnzekerheid [5]. Het herleiden van depositiewaardes naar individuele bedrijven is volgens de partij uiterst ingewikkeld en ongetwijfeld onzeker [3]. De partij wil daarom afstappen van ingewikkelde berekeningen over waar stikstof precies terechtkomt [1]. Het verhogen van de rekenkundige ondergrens vanwege de methodologische onzekerheid sluit hier naadloos bij aan. Bovendien helpt het om de vastgelopen vergunningverlening voor onder andere woningbouw en infrastructuur weer vlot te trekken [6][4].

Argumenten tegen: De partij streeft er in principe naar om geheel af te stappen van sturen op neerslag en het gebruik van het Aerius-model [5], in plaats van enkel het aanpassen van de ondergrens binnen dit ongewenste model [1]. Daarnaast is een belangrijk uitgangspunt dat beleid en reductie vooraf stevig geborgd moeten zijn, zodat vergunningen ook daadwerkelijk standhouden bij de rechter [2].

Bronnen:

  1. "De stikstofuitstoot wordt de komende tien jaar gehalveerd ten opzichte van 2019, zowel de uitstoot van stikstofoxiden in de mobiliteit en industrie als ammoniakuitstoot in de landbouw. Alle sectoren dragen naar rato bij. We stappen af van ingewikkelde berekeningen over waar stikstof precies terechtkomt en richten ons op het verminderen van de daadwerkelijke uitstoot. Ondernemers en dus ook boeren benaderen we vanuit vertrouwen in hun vakmanschap. Daarom stappen we zo veel mogelijk over van sturen op middelen naar sturen op doelen. Elk boerenbedrijf krijgt een bindend bedrijfsspecifiek doel dat is afgeleid van de landelijke opgave en sectorale emissieplafonds. Er komt daarmee veel minder nadruk in het beleid op opkoop van boerenbedrijven. De nadruk op emissie- en doelsturing is effectiever, zorgt ervoor dat er minder boerenbedrijven verdwijnen en vergt ook minder belastinggeld. Immers, met managementmaatregelen, slimme innovaties en een gunstige extensiveringsregeling in kwetsbare gebieden, zodat een bedrijf met minder vee uit kan, is aanzienlijke ammoniakreductie mogelijk. Er komt een agrarische hoofdstructuur, waar ruimte blijft voor hoogproductieve landbouw, en overgangszones rond natuurgebieden, waarin sprake is van extensivering van veehouderij en landgebruik. Grondgebondenheid in de melkveehouderij is een randvoorwaarde en gaan we na decennia van discussie eindelijk wettelijk vastleggen."
  2. "Bij alles wat we doen om uit het stikstofmoeras te komen is 'borgen van de aanpak' het sleutelwoord. Dit houdt in dat op voorhand duidelijk moet zijn dat beleid en maatregelen leiden tot een zekere reductie van schadelijke emissies, en daarmee bijdraagt aan natuurherstel. Dat is noodzakelijk om voorbij het additionaliteitsvereiste te komen. Pas dan komt vergunningverlening weer op gang en houden afgegeven vergunningen stand voor de rechter. Dat is dan ook de reden dat bij doelsturing op het boerenerf er altijd een stok achter de deur zal moeten staan, zodat de emissiereductie op voorhand geborgd is. Daarbij is het niet de bedoeling daadwerkelijk dierrechten te schrappen, wel om er zeker van te zijn dat er minder stikstof wordt uitgestoten en vergunningen weer kunnen worden verleend. Als een boerenbedrijf in alle redelijkheid te weinig doet om onder zijn emissieplafond uit te komen, dan is op dat moment minder dieren houden de consequentie. Daartegenover staat dat er 5 miljard euro extra uitgetrokken wordt om boeren te helpen bij doelsturing, extensivering, omschakeling naar biologische landbouw, agrarisch natuurbeheer en natuurherstel."
  3. "Stikstofwetgeving moet in de praktijk werkbaar zijn. Sturen op neerslag van stikstof in de natuur (depositie) is onwerkbaar gebleken. Het herleiden van depositiewaardes naar bedrijven is immers uiterst ingewikkeld en onzeker. Daarom moeten er landelijke, sectorale en uiteindelijk bedrijfsspecifieke emissienormen worden vastgelegd. Natuurlijk geldt de kritische depositiewaarde nog als indicator van de staat van de natuur, maar als wettelijk doel om op te sturen is de KDW onverstandig gebleken. Op deze manier creëren we handelingsperspectief. Om de bouw van woningen en wegen los te trekken voeren we een houdbare NOx-bouwvrijstelling in. Dit alles gaat samen met ambitieus emissiereductiebeleid."
  4. "De stikstofcrisis verlamt ons land op allerlei vlakken. Inmiddels kunnen zelfs de broodnodige woningen niet meer worden gebouwd. Infrastructuur wordt niet aangelegd en de mogelijkheid om te ondernemen wordt beknot. De overheid heeft het recht op een dak boven het hoofd en een voortvarende vergunningverlening verwaarloosd. Daarom is het hoog tijd aan de slag te gaan met het verminderen van de stikstofuitstoot voor natuurherstel en eerlijke wetten voor rechtsherstel."
  5. "Boeren moeten weer kunnen ondernemen. Er komt daarom zoveel mogelijk doelsturing in plaats van middelvoorschriften. Om de boer in zijn kracht te zetten, worden abstracte, landelijke doelen bedrijfsspecifiek gemaakt. De overheid werkt vanuit vertrouwen in het vakmanschap van de boer, en ondersteunt waar nodig. In plaats van bijvoorbeeld kalenderlandbouw, waarbij boeren op zandgrond verplicht zijn hun aardappels vóór 1 oktober te oogsten terwijl die nog niet volgroeid zijn, krijgt de boer zelf de ruimte om keuzes te maken die passen binnen de gestelde emissienormen. Het huidige stikstofbeleid is te veel gericht op de neerslag (depositie) van stikstof. Dit levert schijnzekerheid en complexe techniek op zoals het Aerius-model. Daar willen we van af. Om ondernemers aan de slag te laten gaan met stikstofreductie wordt er gestuurd op emissies. Duurzaamheidsdashboards zoals de Kringloopwijzer in de melkveehouderij en benchmarkingsinitiatieven in onder andere de akkerbouwsector worden verder uitgerold. Aan dergelijke instrumenten worden eerst beloningen en op termijn heffingen of sancties verbonden. We steunen jonge boeren en zij-instromers door bedrijfsovername makkelijker te maken, bijvoorbeeld met garantieregelingen. Kortlopende, vrije pacht wordt ontmoedigd en langlopende, loopbaanbestendige pacht gestimuleerd. De overheid helpt boeren die willen extensiveren actief aan de benodigde grond via de Nationale Grondbank."
  6. "Het kabinet dat na de verkiezingen aantreedt, moet Nederland van het slot halen. Met dappere keuzes, doortastend beleid, grootschalige investeringen in onderhoud, uitvoering, (energie)infrastructuur en duidelijke wetgeving, komt Nederland uit het stikstofmoeras en krijgen bedrijven perspectief op een duurzame toekomst."