Meer geld voor natuur buiten de focusgebieden

De regering moet een deel van het extra geld voor aanvullend natuurbeheer (ANLb) inzetten voor natuur buiten de huidige focusgebieden. Ook elders is er veel werk aan de winkel voor vogels en andere soorten. Dit is nodig om te voldoen aan de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn en de Natuurherstelverordening.

Motie van het lid Grinwis c.s. over een deel van de aanvullende ANLb-middelen alsnog inzetten voor andere ecologisch belangrijke opgaven

De kamer, constaterende dat voor de inzet van de aanvullende ANLb-middelen voor beheerjaar 2027 gekozen is voor een sterke concentratie van middelen in gruttokerngebieden en overgangsgebieden rond Natura2000-gebieden; constaterende dat er signalen zijn dat binnen het beschikbare budget nog ruimte bestaat om een deel van de middelen breder in te zetten; overwegende dat ook buiten deze prioritaire gebieden substantiële opgaven bestaan voor akkervogels en andere soorten en leefgebieden waarvoor Nederland verplichtingen heeft op grond van de Vogel- en Habitatrichtlijn en de Natuurherstelverordening; verzoekt de regering om een deel van de aanvullende ANLb-middelen voor beheerjaar 2027 alsnog in te zetten voor andere ecologisch belangrijke opgaven buiten de in de Leidraad 2.0 aangewezen prioritaire gebieden.
16 juni | CU, CDA, D66, JA21, SGP, VVD | Aangenomen: 117–32 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 75%)

Argumenten voor: De partij wil de biodiversiteit en de kwaliteit van de omgeving ook buiten de natuurgebieden versterken [1]. Daarnaast wordt gepleit voor een integrale aanpak voor natuurherstel [4335, 3971], waarbij niet alleen naar stikstof wordt gekeken maar ook naar klimaat, water en milieu om versnippering en andere problemen aan te pakken [4335, 3971].

Argumenten tegen: De partij hecht specifieke waarde aan het beschermen van trek- en weidevogels, met een bijzondere focus op de grutto [1], en noemt overgangszones rond natuurgebieden als relevante gebieden voor extensivering [2].

Bronnen:

  1. "We willen biodiversiteit behouden en versterken, en onze ecosystemen veerkrachtiger maken. Boeren en natuurorganisaties worden beloond voor het onderhoud van landschapselementen en het beheer van soorten en leefgebieden. Nationale Parken en overige natuur met unieke internationale waarde worden juridisch beter beschermd. Ook buiten natuurgebieden versterken we de kwaliteit en biodiversiteit van de omgeving. Gaswinning onder de Waddenzee wordt stopgezet. Invasieve exoten, zoals de Amerikaanse rivierkreeft en Japanse duizendknoop, worden gericht aangepakt omdat ze een bedreiging vormen voor onze biodiversiteit. Om soorten in stand te houden, maken we natuurgebieden robuuster en stiller. Het Natuurnetwerk Nederland wordt voltooid met speciale aandacht voor bosaanplant, kruidenrijk grasland, houtwallen en moerassen. Boeren krijgen hierbij een duidelijke rol, ondersteund met passende vergoedingen voor het beheer. We maken meer werk van het beschermen van trek- en weidevogels, in het bijzonder onze nationale vogel: de grutto. De aanleg en beheer van infrastructuur wordt zoveel mogelijk natuurinclusief. Dit wordt een criterium in aanbestedingen."
  2. "De stikstofuitstoot wordt de komende tien jaar gehalveerd ten opzichte van 2019, zowel de uitstoot van stikstofoxiden in de mobiliteit en industrie als ammoniakuitstoot in de landbouw. Alle sectoren dragen naar rato bij. We stappen af van ingewikkelde berekeningen over waar stikstof precies terechtkomt en richten ons op het verminderen van de daadwerkelijke uitstoot. Ondernemers en dus ook boeren benaderen we vanuit vertrouwen in hun vakmanschap. Daarom stappen we zo veel mogelijk over van sturen op middelen naar sturen op doelen. Elk boerenbedrijf krijgt een bindend bedrijfsspecifiek doel dat is afgeleid van de landelijke opgave en sectorale emissieplafonds. Er komt daarmee veel minder nadruk in het beleid op opkoop van boerenbedrijven. De nadruk op emissie- en doelsturing is effectiever, zorgt ervoor dat er minder boerenbedrijven verdwijnen en vergt ook minder belastinggeld. Immers, met managementmaatregelen, slimme innovaties en een gunstige extensiveringsregeling in kwetsbare gebieden, zodat een bedrijf met minder vee uit kan, is aanzienlijke ammoniakreductie mogelijk. Er komt een agrarische hoofdstructuur, waar ruimte blijft voor hoogproductieve landbouw, en overgangszones rond natuurgebieden, waarin sprake is van extensivering van veehouderij en landgebruik. Grondgebondenheid in de melkveehouderij is een randvoorwaarde en gaan we na decennia van discussie eindelijk wettelijk vastleggen."