De regering moet een deel van het extra geld voor aanvullend natuurbeheer (ANLb) inzetten voor natuur buiten de huidige focusgebieden. Ook elders is er veel werk aan de winkel voor vogels en andere soorten. Dit is nodig om te voldoen aan de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn en de Natuurherstelverordening.
Motie van het lid Grinwis c.s. over een deel van de aanvullende ANLb-middelen alsnog inzetten voor andere ecologisch belangrijke opgaven
De kamer,
constaterende dat voor de inzet van de aanvullende ANLb-middelen voor
beheerjaar 2027 gekozen is voor een sterke concentratie van middelen in
gruttokerngebieden en overgangsgebieden rond Natura2000-gebieden;
constaterende dat er signalen zijn dat binnen het beschikbare budget nog
ruimte bestaat om een deel van de middelen breder in te zetten;
overwegende dat ook buiten deze prioritaire gebieden substantiële
opgaven bestaan voor akkervogels en andere soorten en leefgebieden
waarvoor Nederland verplichtingen heeft op grond van de Vogel- en
Habitatrichtlijn en de Natuurherstelverordening;
verzoekt de regering om een deel van de aanvullende ANLb-middelen
voor beheerjaar 2027 alsnog in te zetten voor andere ecologisch belangrijke opgaven buiten de in de Leidraad 2.0 aangewezen prioritaire
gebieden.
Argumenten voor: De partij streeft ernaar dat investeringen en beleid van de overheid op alle regio's in Nederland worden gericht en niet enkel op dichtbevolkte gebieden [3]. Daarnaast wil de partij zorgen voor effectief fauna-, natuur- en landschapsbeheer [2] en pleit zij voor een gerichte inzet van middelen voor agrarisch natuurbeheer [1].
Argumenten tegen: De partij spreekt in haar programma over een gebiedsgerichte aanpak voor de gebieden waar de stikstofproblematiek het zwaarst speelt [1].
Bronnen:
"Fors verminderen van de stikstofuitstoot: We gaan zorgen voor concrete, generieke stikstofreductie door te sturen op emissies waarbij alle sectoren evenredig bijdragen. Zo komt er weer ruimte voor vergunningverlening. De huidige wetgeving kent reductiedoelen voor de berekende hoeveelheid neerslag op natuurgebieden. We gaan deze KDW-doelen vervangen door sectorgebonden emissieplafonds, inclusief wettelijke tussendoelen, die optellen tot 50% geborgde emissiereductie in 2035. Daarnaast is er een gebiedsgerichte aanpak nodig voor de gebieden waar de problematiek het zwaarst speelt, zoals bij De Peel en De Veluwe, met regionale betrokkenheid noodzakelijke keuzes over aanvullende emissiereductie en extensivering. Rijk, provincies en gemeenten moeten samenwerken om te komen tot een effectieve uitvoering, onder meer met ruimtelijke ordeningsinstrumentarium, ondersteuning van nieuwe verdienmodellen, vrijwillige regelingen en gerichte inzet van middelen voor agrarisch natuurbeheer."
"Een sterke natuur zorgt voor balans: We vergroenen onze leefomgeving, zonder er één groot nationaal park van te maken. Natuur en economie kunnen elkaar juist versterken. Daarom geven we ondernemers en bedrijven de ruimte om bij te dragen aan een gezonde leefomgeving en aan een sterke natuur. Ook zorgen we voor effectief fauna-, natuur- en landschapsbeheer, samen met boeren, jagers en natuurbeheerders. Invasieve exoten zoals de Amerikaanse rivierkreeft moeten effectief bestreden worden."
"Alle regio's in Nederland doen ertoe: Nederland bestaat uit uiteenlopende regio's, met eigen krachten en uitdagingen. Die krachten benutten we. Investeringen en beleid van de overheid richten we op alle regio's en niet alleen op dichtbevolkte regio's. Bij de totstandkoming van nieuw beleid toetsen we wat de effecten daarvan op de regio zijn. Werken voor de Rijksoverheid betekent bovendien niet automatisch werken in Den Haag, maar moet net zo goed in bijvoorbeeld Goes of Doetinchem kunnen. Dit kan door het maken van afspraken over werken op satellietlocaties of vanuit huis."