Inspraak en controle bij het Natuurplan

De regering moet de zienswijzeprocedure (de kans om een mening te geven) en de milieueffectrapportage (onderzoek naar gevolgen voor de natuur) koppelen aan de versie van het Natuurplan met de concrete maatregelen. Ook moet de Kamer het plan eerst bespreken. De huidige versie van het plan bevat namelijk nog geen concrete maatregelen.

Motie van het lid Flach over het definitieve Natuurplan niet vaststellen of indienen dan nadat het met de Kamer is besproken

De kamer, overwegende dat concrete maatregelen niet in het ontwerpNatuurplan, maar in het definitieve plan opgenomen zullen worden, terwijl de zienswijzeprocedure en milieueffectrapportage worden gekoppeld aan het ontwerpNatuurplan; verzoekt de regering de zienswijzeprocedure en milieueffectrapportage in ieder geval ook te koppelen aan de versie van het Natuurplan met de concrete maatregelen; verzoekt de regering het definitieve Natuurplan niet vast te stellen of in te dienen dan nadat het met de Kamer is besproken.
16 juni | SGP | Aangenomen: 149–0 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma JA21

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij wil dat de wetgevende macht wordt versterkt [1]. Zij stellen expliciet dat wetgeving die impact heeft op Nederland tijdig in de Tweede Kamer besproken moet worden, zodat de volksvertegenwoordiging sturing kan geven [2]. Daarnaast pleit de partij voor betere handvatten voor de Kamer om toezicht te kunnen houden [2].

Argumenten tegen: De verstrekte fragmenten bevatten geen argumenten die tegen meer parlementaire controle of een uitgebreidere bespreekbaarheid van plannen pleiten.

Bronnen:

  1. "De minister dient zich niet alleen te richten op het efficiën -ter maken van de overheid, maar in de tweede plaats ook op het versterken van de wetgevende macht. Decentrale besluitvorming speelt hierin een belangrijke rol. Het subsidiari -teitsbeginsel, dat stelt dat een hogere overheid alleen taken op zich neemt als een lagere overheid daartoe niet in staat is, moet zo veel mogelijk nageleefd worden. De Minister voor"
  2. "Naast de reeds ingebouwde controlemechanismen in de rapportages door ministeries moeten de Eerste en Tweede Kamer betere handvatten krijgen om subsidia -riteit te waarborgen binnen Europese verordeningen en richtlijnen. JA21 staat voor een Europese Unie die trouw blijft aan het subsidiariteitsbeginsel. Er moet onderzocht worden hoe de informatievoorziening verbeterd kan worden opdat deze wetgeving ook een grotere rol kan spelen in het publieke debat. Wetgeving die in Nederland impact heeft, moet tijdig besproken worden in de Tweede Kamer, zodat de volksvertegenwoordiging sturing kan geven. Ministers en staatssecretarissen mogen geen Europese besluiten steunen zonder een mandaat van het parlement."