De regering moet ervoor zorgen dat Nederlands de belangrijkste taal blijft in het onderwijs. Het gebruiken van de thuistaal van leerlingen werkt niet in de klas. Leraren kunnen namelijk niet alle verschillende talen bijhouden. Ook is er geen bewijs dat het gebruiken van de thuistaal helpt bij het leren van Nederlands.
Motie van het lid Boomsma over er zorg voor dragen dat het Nederlands de leer- en instructietaal blijft in het reguliere funderend onderwijs
De kamer,
overwegende dat leerlingen die van huis uit een andere taal spreken dan
Nederlands bij het leren van het Nederlands gebaat zijn bij een duidelijke
aanpak en vooral heel veel Nederlands;
constaterende dat de methode om de thuistaal van leerlingen in te zetten
bij het leren van Nederlands (talige diversiteit) onwerkbaar is omdat
leraren en leerkrachten geen rekening kunnen houden met meerdere
thuistalen in de klas;
constaterende dat uit onderzoek dat is verricht naar meertaligheid niet
eenduidig blijkt dat het leren van Nederlands gebaat is bij de inzet van de
thuistaal;
verzoekt de regering er zorg voor te dragen dat het Nederlands de leer- en
instructietaal blijft in het reguliere funderend onderwijs en voor het vak
Nederlands, en voorlopig geen stappen te zetten richting het stimuleren
van talige diversiteit op school.
Argumenten voor: De partij stelt dat het beheersen van de Nederlandse taal essentieel is voor succesvolle integratie en het accepteren van de Nederlandse samenleving [6][7]. Voor arbeidsmigranten wordt taalonderwijs gezien als een noodzakelijke voorwaarde voor integratie [5]. Daarnaast is het aanbieden van Nederlandstalig onderwijs het uitgangspunt in het hoger onderwijs [1] en wordt er nadruk gelegd op het verbeteren van basisvaardigheden zoals lezen en schrijven [2].
Argumenten tegen: Het programma biedt geen directe argumenten voor het gebruik van de thuistaal als instructiemethode in het onderwijs. Hoewel de partij spreekt over inclusief onderwijs [3], wordt niet expliciet vermeld dat dit moet gebeuren via de inzet van talige diversiteit. De partij spreekt wel over het beschermen van regionale talen en dialecten [4], maar dit staat los van de instructiemethode in het reguliere funderend onderwijs.
Bronnen:
"Het opleiden van Nederlandse studenten vormt de kerntaak van Nederlandse universiteiten; we zetten daarom in op vermindering van het aantal studiemigranten. Nederland verwelkomt talent uit het buitenland, maar is geen (bekostigde) opleidingsplaats voor iedere student die zich meldt. Dit legt in sommige steden een te grote druk op beschikbare voorzieningen. Het aanbieden van Nederlandstalig bacheloronderwijs is het uitgangspunt. Om (top)sectoren van internationaal talent te kunnen voorzien, maken we in lijn met de inzet van Universiteiten van Nederland (UNL) een landelijke afweging welke studies en bijpassende studiemigratie daarvoor verantwoord en nodig zijn. Hierover maken we in internationaal verband nieuwe afspraken. We passen het financieringsmodel aan om te voorkomen dat internationale studenten nodig zijn voor het voortbestaan van studies of instellingen. Zie ook het punt 'Studiemigratie' in paragraaf 10.3."
"Nederlandse kinderen kunnen steeds slechter rekenen en schrijven. Deze trend is zorgelijk en moet gekeerd. Basisvaardigheden dienen gedurende de hele schoolcarrière onderhouden te worden. De overheid respecteert dat de uitvoering in handen is van scholen en stelt alleen randvoorwaarden. Scholen waarvan kinderen goed presteren delen hun lessen met andere scholen. We blijven investeren in voor- en vroegschoolse educatie en nieuwkomersonderwijs."
"Ieder kind, ongeacht thuissituatie, achtergrond of leerproblemen, heeft recht op goed onderwijs dat bijdraagt aan een brede ontwikkeling, met ondersteuning die aansluit bij zijn of haar mogelijkheden. De behoefte van het kind staat centraal. We blijven stappen zetten richting inclusiever onderwijs, waarbij alle kinderen zoveel mogelijk naar dezelfde school gaan. Voorwaarde is dat de scholen dit kunnen doen zonder bureaucratie en geschuif met budgetten. Er wordt gekeken naar wat een kind nodig heeft om tot leren te komen en niet naar labels en indicaties. Dit vraagt nauwe samenwerking tussen onderwijs, ouders, jeugdhulpverlening en zorg, met bijbehorende gecombineerde financieringsstromen. Schoolgebouwen dienen beter te worden ingericht op inclusief onderwijs. De overheid zorgt voor voldoende speciaal onderwijs (primair en voortgezet) in elke regio, inclusief volwaardig voortgezet speciaal onderwijs op havo- en vwo-niveau. In het primair onderwijs komt een landsdekkend passend onderwijsaanbod voor (hoog)begaafden met een extra ondersteuningsbehoefte om schooluitval in deze groep terug te dringen. Er wordt aandacht besteed aan soepele terugkeer en doorstroming naar regulier onderwijs, waarbij het leerrecht van kinderen even centraal staat als de leerplicht. Door in te zetten op later selecteren zal de overgang van PO naar VO soepeler verlopen en worden de kansen voor ieder kind eerlijker. Daarvoor kan nu al ingezet worden op brede en verlengde brugklassen."
"Gemeenschappen behouden hun identiteit, cultuur en taal zoals het Papiaments, Nedersaksisch en Limburgs. Het Fries als tweede rijkstaal en regionale streektalen en dialecten worden beschermd, ook voor volgende generaties."
"Arbeidsmigranten zijn nu niet verplicht Nederlands te leren en in te burgeren. In Europees verband gaan we hier het gesprek over aan en aan verblijfsvergunningen voor niet EU-arbeidsmigranten verbinden we voorwaarden aan integratie, zoals het leren van de Nederlandse taal. Het gevaar dreigt dat EU-arbeidsmigranten in een parallel circuit blijven leven, met kans op herhaling van de migratiegolven uit de jaren '70 en '80 van de vorige eeuw. Via werkgevers en gemeenten zetten we in op taalonderwijs voor deze groep vanuit de overtuiging dat een goede taalbeheersing noodzakelijk is voor een succesvolle integratie."
"om nieuwkomers open en gastvrij ontvangen, en zich niet af te sluiten. Tegelijk rust er op de nieuwkomers een morele plicht om in te burgeren. Dit geldt voor inburgeringsplichtigen, maar ook voor iedereen die Nederland als (tijdelijk) thuis kiest. Integratie draait niet alleen om economische bijdrage, maar vooral om het aanvaarden van de Nederlandse samenleving, inclusief onze taal, grondwettelijke bepalingen (o.a. vrijheid van meningsuiting, godsdienstvrijheid, respect voor minderheden), geschiedenis, en christelijke wortels van ons land. Het beheersen van de Nederlandse taal, ook door arbeidsmigranten, is daarbij essentieel."
"Statushouders en arbeidsmigranten zijn onderdeel van de samenleving. Voor succesvolle integratie is beheersing van de Nederlandse taal en het onderschrijven van de participatieverklaring essentieel. Integratie vraagt van mensen dat ze niet alleen fysiek, maar ook mentaal verhuizen. Niet alleen onze taal leren, maar ook onze waarden leren kennen en respecteren. Taal- en inburgeringstrajecten worden gecombineerd met een betaalde baan of vrijwilligerswerk en kunnen zo snel mogelijk starten na aankomst in Nederland (bijvoorbeeld via de Meedoenbalies op COA locaties). Dit zorgt voor een nuttige daginvulling, versnelt de integratie en zorgt voor binding met de lokale gemeenschap. Iedereen die mee wil doen, hoort erbij. De stelling laat zich echter ook omkeren: wie erbij wil horen, moet meedoen. Wie de keuze maakt om in Nederland te wonen en te blijven, wie burger wil zijn van dit land, draagt zijn of haar steentje bij om aan dit land te bouwen. De overheid schept hiervoor de juiste randvoorwaarden: door gemakkelijke en begeleide toetreding tot de arbeidsmarkt, onderwijs of taallessen). Zo kunnen nieuwkomers actief bijdragen aan de samenleving waarvan zij deel worden. Dit is ook in het voordeel van de migrant: participatie is de voornaamste manier van integratie."